Unit 3: Week 4 (Stijn)

1 / 26
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Les 1 


lesdoelen
Je leert nieuwe woorden over en voor elektronische apparaten.
Je kunt 2 gesprekjes in de elektronicawinkel begrijpen.
Je kunt een gesprekje voeren in een elektronicawinkel.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1
Twee leerlingen lezen het gesprekje op de volgende slide.


Schrijf de woorden in je schrift die je niet kent (which you don't know).

 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Gesprek 1: Een telefoon kopen

Klant: Hallo, ik zoek een nieuwe telefoon.
Verkoper: Wat voor telefoon zoekt u?
Klant: Ik wil er een met een goede camera en hij moet niet te duur zijn.
Verkoper: Dan zou ik deze nemen!
Klant: Heeft u die ook in het blauw?
Verkoper: Nee, alleen in zwart en wit.
Klant: Hm, dan neem ik de zwarte.
Verkoper: Goede keuze! Wilt u een tasje erbij?
Klant: Nee, bedankt. 
Verkoper: Fijne dag verder.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 2
Beantwoord de vragen in het Nederlands.

1. Welk product wil de klant kopen?
2. Welke 2 eisen (requirements) stelt de klant voor het product?
3. Welke kleur wil de klant?
4. Welke kleur koopt de klant?

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 3
Beantwoord de vragen in het Nederlands.

1. Welk product wil de klant kopen?
2. Welke 2 eigenschappen (characteristics) heeft het product die de verkoper voorstelt (recommends)?
3. Hoeveel betaalt de klant voor het product?
4. Wat krijgt de klant bij het product?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Gesprek 2: Een televisie kopen

Klant: Hallo, ik wil een nieuwe tv kopen.
Verkoper: Hoe groot moet de tv zijn?
Klant: Niet te groot, misschien 40 inch.
Verkoper: Dan is deze perfect! Full HD en nu in de aanbieding.
Klant: Oh, mooi! Hoeveel kost de tv dan?
Verkoper: De originele prijs was 970 euro. Nu kost hij maar 640 euro.
Klant: Super!  Zit er ook een afstandsbediening bij?
Verkoper: Ja, die krijgt u erbij.
Klant: Super, ik neem hem!
Verkoper: Goed, ik maak de bon voor u.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Weet jij het nog?
In Dutch sentences:
-what is the position of a conjugated verb?


-what is the position of all other verbs?                              

Slide 9 - Slide

Position of a conjugated verb:
2nd position

Position of all other verbs:
At the end of the sentence
Opdracht 4:
1. wil / de man / bestellen / een grote televisie
2. de oplader / wij / kopen / gaan
3. kan / de tablet / ik / installeren
4. kan / Jij / repareren / het apparaat
5. wil / een zwart hoesje / hij / kopen
6. Vandaag / de bezorger / gaat / bezorgen / de camera

Slide 10 - Slide

Opdracht 1: De leerlingen moeten de zinsdelen op de juiste plek zetten.

Opdracht 2: De leerlingen moeten de zinnen vertalen naar het Engels.
Antwoorden opdracht 4:
1. De man wil een grote televisie bestellen.
2. Wij gaan de oplader kopen.
3. Ik kan de tablet installeren.
4. Jij kan het apparaat repareren.
5. Hij wil een zwart hoesje kopen.
6. Vandaag gaat de bezorger de camera bezorgen.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 5:
Vertaal en oefen het gesprek in tweetallen.

Hello, can I ask you something?
Of course! What do you want to ask?
Where can I find a charger for my phone? My charger is broken.
You can find the chargers in aisle 2.
Okay, thank you!
You're welcome!

Slide 12 - Slide

Laat de leerlingen het gesprek vertalen, en vervolgens oefenen in tweetallen. Je kan ook nog vragen of een paar tweetallen het gesprekje voor de klas willen doen.
Les 2 (Leerstrategieën)


Lesdoelen
Je leert wat een strategie is.
Je leert nieuwe strategieën om woorden te leren.
Je kent een strategie die goed bij je past. 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Strategieën
Wat zijn strategieën?


Welke leerstrategieën gebruiken we al?

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Leerstrategieën bij talen
  • Herhaling (repetition)
Voorbeeld: Reviewing (a few) words every day
                             
  • Woorden gebruiken in context (use words in context)
Voorbeeld: Write a sentence with the words from the wordlist.

  • Immersie (immersion)
Voorbeelden: Switching videogame / phone language to Dutch
                             Reading Dutch books / Watching Dutch TV

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Taak 1: Herhaling (repetition)
Opdracht 1: 
Ik ga naar de kledingwinkel en ik koop ...
Ik ga naar de supermarkt en ik koop ....
Ik ga naar de electronicawinkel en ik koop ...

Opdracht 2: 
Maak een woordenketting met de woorden uit de woordenlijst.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Taak 2: Woorden in context (words in context)
Schrijf 10 Nederlandse zinnen met woorden uit de woordenlijst.

Eisen (requirements):
- Kies (choose) de woorden die je moeilijk (difficult) vindt

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Taak 3: Immersie (immersion)
Nederlandse video kijken:

- Bekijk de video van Dylan Haegens.
- Beantwoord de vragen op het werkblad.

Slide 18 - Slide

Link naar het werkblad: https://docs.google.com/document/d/13J701KkPyJWvovGnz95gzsdQHVAF9UrQ/edit

Reflectievragen
Beantwoord de vragen in het Engels.

  • Which task was most useful for you? Why? 

  • Which strategy matches up with the task of the previous question?
        Choose between: Repetition, words in context, immersion

  • How can you use this strategy yourself outside of school?

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Les 3 


Je kan een gesprek in een elektronicawinkel begrijpen
Je kan een gesprek in een elektronicawinkel voeren.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1 
Bekijk de foto op de volgende slide.

Schrijf 5 zinnen met de producten op de foto.

Bijvoorbeeld:
De televisie is duur.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 2

Maak de vragen op het werkblad.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 3
Luister naar het gesprekje en beantwoord de vragen.

1. Wat is het probleem met de tablet?
2. Welke 2 opties geeft de verkoper om het probleem op te lossen (resolve)?
3. Wat zoekt de klant ook nog?
4. Waar kan de klant dit product vinden?

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Gesprek 3: Een bezoek in de elektronicawinkel

Klant: Hallo, het scherm van mijn tablet is kapot. Er zitten scheuren in.
Verkoper: Dat is vervelend! U kunt een nieuwe tablet krijgen of wilt u uw geld terug?
Klant: Ik wil graag een nieuwe. Ik zoek ook nog een koptelefoon.
Verkoper: Zoekt u een draadloze of met draad?
Klant: Ik zoek een draadloze.
Verkoper: Die vindt u in gangpad 5. 
Klant: Bedankt!

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 2
Luister naar het gesprekje en beantwoord de vragen.

1. 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions