Unit 3: week 4

1 / 27
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Les 1 


lesdoelen
Je leert nieuwe woorden over en voor elektronische apparaten.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

timer
4:00
Welke apparaten heb je in huis?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1
We lezen samen het gesprek.


Schrijf de woorden op die je niet kent (which you don't know).
Schrijf de vertaling op tijdens de bespreking (discussion)!

 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Gesprek 1: Een telefoon kopen

Klant: Hallo, ik zoek een nieuwe telefoon.
Verkoper: Wat voor telefoon zoekt u?
Klant: Ik wil er een met een goede camera en hij moet niet te duur zijn.
Verkoper: Dan zou ik deze nemen!
Klant: Heeft u die ook in het blauw?
Verkoper: Nee, alleen in zwart en wit.
Klant: Hm, dan neem ik de zwarte.
Verkoper: Goede keuze! Wilt u een tasje erbij?
Klant: Nee, bedankt. 
Verkoper: Fijne dag verder.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 2
Beantwoord de vragen in het Nederlands.

1. Welk product wil de klant kopen?
2. Welke 2 eisen (requirements) stelt de klant voor het product?
3. Welke kleur wil de klant?
4. Welke kleur koopt de klant?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 3
Beantwoord de vragen in het Nederlands.

1. Welk product wil de klant kopen?
2. Welke 2 eigenschappen (characteristics) heeft het product die de verkoper voorstelt (recommends)?
3. Hoeveel betaalt de klant voor het product?
4. Wat krijgt de klant bij het product?

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Gesprek 2: Een televisie kopen

Klant: Hallo, ik wil een nieuwe tv kopen.
Verkoper: Hoe groot moet de tv zijn?
Klant: Niet te groot, misschien 40 inch.
Verkoper: Dan is deze perfect! Full HD en nu in de aanbieding.
Klant: Oh, mooi! Hoeveel kost de tv dan?
Verkoper: De originele prijs was 970 euro. Nu kost hij maar 640 euro.
Klant: Super!  Zit er ook een afstandsbediening bij?
Verkoper: Ja, die krijgt u erbij.
Klant: Super, ik neem hem!
Verkoper: Goed, ik maak de bon voor u.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Weet jij het nog?
In Dutch sentences:
-what is the position of a conjugated verb?


-what is the position of all other verbs?                              

Slide 10 - Slide

Position of a conjugated verb:
2nd position

Position of all other verbs:
At the end of the sentence
Opdracht 4:
1. wil / de man / bestellen / een grote televisie
2. de oplader / wij / kopen / gaan
3. kan / de tablet / ik / installeren
4. kan / Jij / repareren / het apparaat
5. wil / een zwart hoesje / hij / kopen
6. Vandaag / de bezorger / gaat / bezorgen / de camera

Slide 11 - Slide

Opdracht 1: De leerlingen moeten de zinsdelen op de juiste plek zetten.

Opdracht 2: De leerlingen moeten de zinnen vertalen naar het Engels.
Antwoorden opdracht 4:
1. De man wil een grote televisie bestellen.
2. Wij gaan de oplader kopen.
3. Ik kan de tablet installeren.
4. Jij kan het apparaat repareren.
5. Hij wil een zwart hoesje kopen.
6. Vandaag gaat de bezorger de camera bezorgen.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 5:
Vertaal en oefen het gesprek in tweetallen.

Hello, can I ask you something?
Of course! What do you want to ask?
Where can I find a charger for my phone? My charger is broken.
You can find the chargers in aisle 2.
Oke, thank you!
You're welcome!

Slide 13 - Slide

Laat de leerlingen het gesprek vertalen, en vervolgens oefenen in tweetallen. Je kan ook nog vragen of een paar tweetallen het gesprekje voor de klas willen doen.
Les 2 ATL 


Lesdoelen
Je leert wat een strategie is.
Je leert nieuwe strategieën om woorden te leren.
Je kent een strategie die goed bij je past. 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Strategieën
Wat zijn strategieën?


Welke leerstrategieën gebruiken we al?

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Leerstrategieën bij talen
  • Herhaling (repetition)
Voorbeeld: Reviewing (a few) words every day
                             
  • Woorden gebruiken in context (use words in context)
Voorbeeld: Write a sentence with the words from the wordlist.

  • Immersie (immersion)
Voorbeelden: Switching videogame / phone language to Dutch
                             Reading Dutch books / Watching Dutch TV

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Taak 1: Herhaling (repetition)
Opdracht 1: 
Ik ga naar de kledingwinkel en ik koop ...
Ik ga naar de supermarkt en ik koop ....
Ik ga naar de electronicawinkel en ik koop ...

Opdracht 2: 
Maak een woordenketting met de woorden uit de woordenlijst.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Taak 2: Woorden in context (words in context)
Schrijf een Nederlandse zin met minimaal 10 woorden uit de woordenlijst.

Eisen (requirements):
- Kies (choose) de woorden die je moeilijk (difficult) vindt
- Elke zin bevat (contains) minimaal 5 woorden.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Taak 3: Immersie (emersion)
Nederlandse video kijken:

- Bekijk de video van Dylan Haegens.
- Beantwoord de vragen op het werkblad.

Slide 19 - Slide

Link naar het werkblad: https://docs.google.com/document/d/13J701KkPyJWvovGnz95gzsdQHVAF9UrQ/edit

Reflectievragen
Beantwoord de vragen in het Engels.

  • Which task was most useful for you? Why? 

  • Which strategy matches up with the task of the previous question?

  • How can you use this strategy yourself outside of school?

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Les 3 


In de winkel 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1 
In tweetallen: bekijk de foto en schrijf een kort gesprek tussen de klant en de verkoper in de winkel. Gebruik je woordenlijst. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 2
Lees en oefen de gesprekjes. Voeg woorden en zinnen die je niet kent toe aan je woordenlijst. 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Gesprek 3: Een kapotte tablet terugbrengen

Klant: Hallo, ik heb deze tablet hier vorige week gekocht, maar hij werkt niet goed.
Verkoper: Wat is precies het probleem?
Klant: Het scherm gaat soms niet aan.
Verkoper: Dat is vervelend. Hebt u de bon nog?
Klant: Ja, hier is hij.
Verkoper: Dank u. Ik kijk even... U kunt een nieuwe krijgen of uw geld terug.
Klant: Ik wil liever een nieuwe proberen.
Verkoper: Geen probleem, ik haal een nieuwe voor u.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Gesprek 4: Een afstandsbediening kopen
Klant: Hallo, ik zoek een nieuwe afstandsbediening.
Verkoper: Voor welke tv is het?
Klant: Een Samsung, maar ik ken het model niet.
Verkoper: Geen probleem, deze universele afstandsbediening werkt met alle Samsung-tv’s.
Klant: Mooi! Hoeveel kost hij?
Verkoper: €19,99.
Klant: Oké, ik neem hem. Kan ik pinnen?
Verkoper: Ja, dat kan.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Gesprek 5: Een hoofdtelefoon voor een iPhone kopen
Klant: Hallo, ik zoek een hoofdtelefoon voor mijn iPhone.
Verkoper: Heeft uw iPhone een koptelefoonaansluiting of alleen een Lightning-poort?
Klant: Alleen Lightning.
Verkoper: U hebt deze nodig, of een draadloze.
Klant: Werkt deze goed met bellen?
Verkoper: Ja, er zit een microfoon in.
Klant: Perfect, ik neem hem!
Verkoper: Goed, dat is dan €39,99.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions