Vrijdag 21 maart 2025

1 / 40
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Vrijdag 21 maart 2025

Slide 2 - Slide

Programma
- Lezen
10 min
- Terugblik vorige les
10 min
- Huiswerk bespreken 
10 min
- "Dichten"
15 min
-Oefenen
30 min
-Afsluiting
5 min

Slide 3 - Slide

Lezen
Je pakt je leesboek voor je, we beginnen met stillezen!





timer
10:00

Slide 4 - Slide

Even inchecken... Hoe voel jij je vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 5 - Poll

Kan je jouw gekozen emoji toelichten?

Slide 6 - Open question

Terugblik vorige les
Meerstemmigheid


Interview
Spreekvaardigheid
Meertaligheid

Slide 7 - Slide

Bij wie heb je het interview afgenomen?

Slide 8 - Open question

Wat ging goed en hoe kwam dit?

Slide 9 - Open question

Wat ging minder goed en hoe kwam dit?

Slide 10 - Open question

Wat voor nieuwe dingen heb je geleerd over meertalig zijn?

Slide 11 - Open question

Zijn er dingen die je volgende keer anders zou doen?

Slide 12 - Open question

Wat vind jij over meertalig zijn? Zie jij meer voordelen of nadelen?
Licht je antwoord toe!

Slide 13 - Open question

Slide 14 - Slide

Welk woord past in het rijtje?
gevoel - verbinding - .................
A
wanhoop
B
rouw
C
band
D
frustratie

Slide 15 - Quiz

Wat is de betekenis van rouw?
A
iets uitdrukken
B
verdriet om iemand die dood is
C
emoties oproepen
D
gevoel dat je niet meer weet wat je moet doen

Slide 16 - Quiz

Wat past het best in het rijtje?
irritatie - ergernis - ................
A
frustratie
B
wanhoop
C
rouw
D
raken

Slide 17 - Quiz

Een tegenstelling voor "onder woorden brengen" is verwoorden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

Wat past het best in het rijtje?
dood - begrafenis - ...................
A
wanhoop
B
tegenstelling
C
rouw
D
band

Slide 19 - Quiz

Wat past het best in het rijtje?
verschil - tegenovergestelde - ...............
A
frustratie
B
wanhoop
C
onder woorden brengen
D
tegenstelling

Slide 20 - Quiz

Tegenstelling betekent > woorden die het tegenovergestelde van elkaar betekenen.
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quiz

Welk woord past in het rijtje?
radeloos - uitzichtloos - ........................
A
band
B
wanhoop
C
frustratie
D
tegenstelling

Slide 22 - Quiz

Onder woorden brengen betekent >
iets in woorden uitdrukken
A
Niet waar
B
waar

Slide 23 - Quiz

Welk woord past in de zin?
Ik heb een sterke ............., met mijn opa en oma, doordat ik in mijn jeugd bij hen heb gewoond.
A
wanhoop
B
tegenstelling
C
frustratie
D
band

Slide 24 - Quiz

Liefhebben betekent >
liefde voelen voor
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quiz

Huiswerk
Hoofdstuk 4 Paragraaf 4 > Spreekopdracht
Opdracht 2 t/m 10 
> denk aan het afnemen van het interview + beoordelen hiervan!

Slide 26 - Slide

Leerdoelen
Wat behandelen we vandaag?

  • Ik weet dat gedichten gevoelens kunnen overbrengen
  • Ik kan een gevoel in een gedicht herkennen en benoemen
  • Ik kan uitleggen hoe een gedicht over een bepaald gevoel past bij mijn eigen ervaringen

Slide 27 - Slide

Lees je wel eens gedichten?
ja
nee

Slide 28 - Poll

Slide 29 - Slide

Welk woord ontbreekt in het raadgedicht?
A
besluiten
B
hopen
C
vergeten
D
zoeken

Slide 30 - Quiz

Slide 31 - Slide

Gedicht
Dit gedicht van Henk Renting vind je op de muur van een huis in Eindhoven. 

Slide 32 - Slide

In welk humeur was de ik voordat hij thuiskwam?

Slide 33 - Open question

Hoe verandert het humeur van de ik als hij thuiskomt?

Slide 34 - Open question

Waardoor verandert het humeur van de ik?

Slide 35 - Open question

Oefeningen
Wie?
Zelfstandig in rust
Wat?
Hoe?
Antwoorden in schriftje schrijven
Hulp?
Docent
Tijd?
Tot 10 minuten voor eindtijd.
Uitkomst?
Je beheerst de gestelde leerdoelen.
Klaar?
Woordenschat > woorden blz 64 doornemen
Fictiedossier > zie Classroom
Voorbereiden toetsweek > leren hoofdstuk 3 + woordenschat
Huiswerk:
Hoofdstuk 3 paragraaf 5 > opdracht 3 t/m 7

Hoofdstuk 3 paragraaf 5 > opdracht 3 t/m 7

Slide 36 - Slide

Gedichten zijn altijd ingewikkeld en niet te begrijpen.
Eens
Oneens

Slide 37 - Poll

Een gedicht moet rijmen.
Eens
Oneens

Slide 38 - Poll

Ik kan een gevoel in een gedicht herkennen en benoemen
eens
oneens

Slide 39 - Poll

Slide 40 - Link