4.2 Gedicht beeldspraak

Beeldspraak
Wat komt krachtiger over?:
  
'Usain Bolt is heel erg snel.' 

OF 

'Usain Bolt: sneller dan een bliksemschicht!'
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Beeldspraak
Wat komt krachtiger over?:
  
'Usain Bolt is heel erg snel.' 

OF 

'Usain Bolt: sneller dan een bliksemschicht!'

Slide 1 - Slide







Beeldspraak is dus altijd figuurlijk.

Door beeldspraak komt de boodschap vaak krachtiger over.






Slide 2 - Slide

Waar komt beeldspraak voor?
In het dagelijkse taalgebruik: mondeling en schriftelijk.

Je krijgt het mee door je opvoeding. Je gebruikt het vaak onbewust. Zoals spreekwoorden en uitdrukkingen.

Beeldspraak komt ook veel voor in gedichten. De dichter probeert ons door beeldspraak op een andere manier naar de werkelijkheid te laten kijken.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Beeldspraak
Drie vormen:  

  1. Vergelijking
  2. Metafoor
  3. Personificatie


Slide 5 - Slide

Vergelijking
Lisa en Edith lijken als twee druppels water op elkaar 
Beeld
werkelijkheid

Slide 6 - Slide

Vergelijking

Slide 7 - Slide

Metafoor

Slide 8 - Slide

Wat een zwijnenstal!
Beeld

Slide 9 - Slide

Metafoor

Spreekwoorden en uitdrukkingen zijn vaak metaforen:

  • Kleine potjes hebben grote oren = kinderen horen alles 
  • Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel. ...
  • De appel valt niet ver van de boom. ...
  • Nu breekt mijn klomp!


Slide 10 - Slide

Personificatie
Met een personificatie stel je een levenloos ding voor als levend persoon. Het ding krijgt menselijke eigenschappen.  

Papier is geduldig

Stel de controle vraag: 
"Kan papier geduldig zijn?" Als het antwoord nee is, is het een personificatie. 

Slide 11 - Slide

Even checken...


Log in met de code op LessonUp

Slide 12 - Slide

De tijd kruipt voorbij.
A
Vergelijking
B
Metafoor
C
Personificatie

Slide 13 - Quiz

Zij is zo sterk als een beer
A
Vergelijking
B
Metafoor
C
Personificatie

Slide 14 - Quiz

Marleen kijkt door een roze bril.
A
Vergelijking
B
Metafoor
C
Personificatie

Slide 15 - Quiz

Pieter is als een sluwe vos te werk gegaan.
A
vergelijking
B
metafoor
C
personificatie

Slide 16 - Quiz

Zo'n etterbak moet streng gestraft worden
A
vergelijking
B
metafoor
C
personificatie

Slide 17 - Quiz

zo lek als een zeef
A
vergelijking
B
metafoor
C
personificatie

Slide 18 - Quiz

Opdracht beeldspraak
Wat: zoek op het internet een voorbeeld van: een metafoor,  vergelijking en personificatie. Zorg dat je van elk 3 voorbeelden opschrijft . Tip: kijk bij songteksten en gedichten. 
Hoe: internet, schrijf ze op in je schrift (of in Word)
Tijd: 10 minuten
Extra: leg uit waarom het goed werkt in deze tekst
Klassikaal nabespreken

timer
15:00

Slide 19 - Slide

filmpje beeldspraak in de politiek...

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Wat is hier aan de hand?

 De golven aaien de zwemmers.

 De wind fluistert zacht jouw naam.
De stoel omarmde het meisje.
De peer lustte wel een appeltje.


Slide 22 - Slide

Een paar vragen

Slide 23 - Slide

Zo doof als een...
A
kabouter
B
spin
C
mol
D
kwartel

Slide 24 - Quiz

Leven als god in.....
A
Parijs
B
Frankrijk
C
een Belgisch bad
D
de hemel

Slide 25 - Quiz

De wind huilt...
A
metafoor
B
personificatie
C
vergelijking

Slide 26 - Quiz

de samenleving is ziek
A
is een metafoor
B
is een vergelijking
C
is een personificatie

Slide 27 - Quiz

Hij verhuist naar een paradijs.
A
B
Metafoor
C
Vergelijking
D
Personificatie

Slide 28 - Quiz

Beeldspraak en gedichten
Beeldspraak vind je vaak in gedichten.


Slide 29 - Slide

Eb is een verlegen zee.
Vloed een zee vol moed.
Als jij kijkt – eb ik weg.
Spaar ik moed voor later.
Als ik eb – kijk jij weg.
Spring je in het water.

Maar,
morgen zal ik dapper vloed,
morgen zal ik overstromen, zal ik als brutale branding bij je op de koffie komen.

Slide 30 - Slide

De schrijver vergelijkt 'eb' met 'verlegen'. Wat is de overeenkomst?

Slide 31 - Open question

Geef twee voorbeelden van een
personificatie in het gedicht.
Eb is een verlegen zee.
Vloed een zee vol moed.
Als jij kijkt – eb ik weg.
Spaar ik moed voor later.
Als ik eb – kijk jij weg.
Spring je in het water.

Maar,
morgen zal ik dapper vloed,
morgen zal ik overstromen, zal ik als brutale branding bij je op de koffie komen.

Slide 32 - Open question

Waar gaat het over in dit gedicht?

Slide 33 - Open question

Vroeger

het leven opent haar hand
voor mijn ogen in de nacht: ik lach
zoals parels zijn wij gevonden en
als een parelsnoer vallen wij uiteen

ik schrijf een brief naar hem in 
verre landen, een oud liedje,
gaat er door mijn hoofd, een lik
van de postzegel echter en wij zijn vast

van statige woorden als een douche
wat zeep om schoon te worden
en ik droom van oude gedichten 
en ik droom van een oud boek.
personificatie 
Vergelijking met als


vergelijking met als

Geen personificatie

Slide 34 - Drag question