Opniveau klas 2

1 / 10
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Hoofdgedachte

Slide 2 - Mind map

De hoofdgedachte
Het onderwerp en de belangrijkste informatie over het onderwerp vormen de hoofdgedachte van een tekst.
Heel vaak kan je de hoofdgedachte in één zin weergeven. 


De hoofdgedachte geeft antwoord op de vraag:
Wat is het onderwerp en wat wordt er over het onderwerp gezegd?


De hoofdgedachte van de tekst vind je meestal in de eerste en/of de laatste alinea van een tekst.



Slide 3 - Slide


Wat is de hoofdgedachte?
Hoofdgedachte ?
A
Man vindt vogelspin in fruit, dit is vrij uniek.
B
Arnhemmer Bart van den Akker houdt van druiven.
C
Albert Heijn vindt de vondst van een vogelspin uitzonderlijk.
D
De vrouw van Bart van den Akker koopt druiven.

Slide 4 - Quiz

Wat is een signaalwoord
Wat zijn signaalwoorden?
A
Woorden die verbanden tussen zinnen leggen
B
Woorden die zelfstandig een betekenis hebben
C
Woorden die iets zeggen over het zelfstandignaamwoord
D
Woorden die extra informatie geven

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Slide

opsommend tekstverband
concluderend tekstverband
tegenstellend tekstverband
redengevend tekstverband
uitleggend/voorbeeldgevend tekstverband
oorzaak-gevolg tekstverband
dus
en
toch
zodat
zoals
maar
daarom
dat wil zeggen
want

Slide 7 - Drag question

Opdracht 5 blz. 110

Slide 8 - Slide

Overtuigende tekst
Inleiding: De schrijver geeft zijn/haar mening.
kern: De schrijver geeft argumenten

slot: De schrijver trekt een conclusie
Voorbeelden van een overtuigende tekst:

een betoog
een ingezonden brief




Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide