Schrijf 4 zinnen waarin je vertelt welke transportmiddelen je hebt gebruikt tijdens je vakantie.
Vertel daarbij waar dat was (op de heenreis, naar het strand, in de stad, in een natuurreservaat).
Varieer zoveel mogelijk
Bijvoorbeeld: Hemos ido a la playa en bicicleta.
Type deze zinnen meteen in lessonup en maak een screenshot
Slide 26 - Slide
Los medios de transporte 4 frases (con perfecto)
Slide 27 - Open question
En esta clase he practicado con el vocabulario de los medios de transporte
A
Sí
B
No
Slide 28 - Quiz
Ya tengo muchas frases que puedo usar en mi presentación
😒🙁😐🙂😃
Slide 29 - Poll
Ik kan aan een klasgenoot die een les gemist heeft uitleggen wanneer je ser, estar of hay moet gebruiken. Licht je antwoord toe. (niet alleen ja of nee)