Werkwoorden Internet en social media

scheidbare werkwoorden met 
Thema Internet en social media
A1-A2
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

scheidbare werkwoorden met 
Thema Internet en social media
A1-A2

Slide 1 - Slide

🎯 Aan het eind van de les kun je:

✅ De persoonsvorm van scheidbare werkwoorden in de tegenwoordige tijd correct gebruiken.
✅ Zelf zinnen maken met scheidbare werkwoorden.



Slide 2 - Slide

Voorbeeld
opstaan: Ik sta om 7 uur op.
Wie kan een zin maken met "opstaan" of "aandoen"?

Slide 3 - Mind map

Wat is een scheidbaar werkwoord?




Een scheidbaar werkwoord bestaat uit twee delen:

  • Voorvoegsel (op, aan, uit, mee, door...)
  • Werkwoord (staan, doen, gaan, maken...)

Voorbeelden: opstaan, meenemen, doorgeven


Slide 4 - Slide

Regel in de tegenwoordige tijd: 
Het voorvoegsel gaat achteraan in de zin.

✅ Ik sta om 7 uur op
❌Niet: Ik opsta om 7 uur. 

✅Jij neemt je boek mee.  ❌Niet: Jij meeneemt je boek. 
Voorbeelden:


Ik sta elke dag om 7 uur op.

Hij doet het licht aan.

Wij gaan morgen door.

Jij levert het huiswerk in.
Vraag:
Wat zijn de hele werkwoorden in de zinnen?

Slide 5 - Slide

Opdracht
Maak een zin met de werkwoorden.
staan
nemen
leveren
op
mee
in

Slide 6 - Drag question

Werk in tweetallen.


vul de lege plekken in met een scheidbaar werkwoord:


A: Hoe laat _______ jij _______ (opstaan)?B: Ik _______ om 7 uur _______.
A: Oké, en _______ jij je huiswerk altijd _______ (inleveren)?
B: Ja, ik _______ het op tijd _______. 
Vraag:
Wat zijn de hele werkwoorden in de zinnen?

Slide 7 - Slide

Loop en vraag opdracht


Maak een werkblad met 2 vragen waarop een scheidbaar werkwoord ontbreekt.

Loop door de klas en vraag leerlingen om de juiste vorm in jouw zin in te vullen.

Voorbeeld: 
Waarom _______ jij  te laat  _______ (binnenkomen)?


A1
Gebruik de volgende werkwoorden:
binnenkomen, doorgaan, uitstaan.
A2
Gebruik de volgende werkwoorden:
inleveren, ophalen, opzoeken, overnemen

Slide 8 - Slide

Maak een zin met een scheidbaar werkwoord:

Slide 9 - Open question

Ik kan een zin maken met een scheidbaar werkwoord.
😒🙁😐🙂😃

Slide 10 - Poll

Meer oefenen
Ga naar DISK:

Slide 11 - Slide