Quiz gesprekstechnieken

1 / 27
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Hoe is je dag tot nu toe?
A
Leuk!
B
Saai!
C
Kan beter..
D
Iets anders...

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

Wat weet je nog van vanmorgen?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat is nou eigenlijk een goed gesprek?

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Een zakelijk gesprek is een:
A
Informeel gesprek
B
Formeel gesprek

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wilt u koffie? is een:
A
Open vraag
B
Gesloten vraag

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Welke soort vraag begint altijd met;
wie, welke, waar, hoe, wat
A
Open vraag
B
Gesloten vraag

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions


Waar staat NIVEA voor
A
Niet invullen voor een ander
B
Niet interesseren voor een ander
C
Niet invoelen van een ander

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Geef LSD, of gebruik LSD. Wat bedoelen we daarmee?

A
Luisteren, Samenvatten, Doorvragen
B
Lekker Samen met Dierbaren
C
Luisteren, Stil zijn, Doorpakken

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions


Door een gevoelsreflectie:


A
Toon je dat je niet geïnteresseerd bent
B
Geef je de kern weer van de boodschap van de zorgvrager
C
Moedig je iemand aan om door te gaan met zijn verhaal (emoties accepteren)

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

LSD (Luisteren, Samenvatten, Doorvragen) helpt je in een doelgericht gesprek bij nog meer zaken. Welke is hierbij het belangrijkste?
A
Het helpt je om verslag te doen van een gesprek
B
Het helpt je regie te houden over het gesprek
C
Het helpt je de ander te beseffen met wie hij of zij spreekt

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Hoofdfase
Afrondingsfase
Opstartfase
Gemaakte afspraken herhalen
Client op z'n gemak stellen
Tot de kern van de zaak komen

Slide 12 - Drag question

This item has no instructions

De zorgvrager heeft de regie tijdens een professioneel gesprek
Ja
Nee

Slide 13 - Poll

This item has no instructions

Met 'non-verbale' communicatie bedoelen we:
A
De inhoud van het gesprek
B
Je lichaamshouding
C
Je intonatie
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Ik kan nu een professioneel gesprek voeren
0100

Slide 15 - Poll

This item has no instructions

Wat heb jij als dienstverlener met presenteren te maken
A
Als dienstverlener verleen je diensten aan het bedrijf.
B
Als dienstverlener heb je hoe dan ook contact met veel organisaties.
C
Als dienstverlener moet je vaak presentaties geven
D
Als dienstverlener treedt je op als gastheer/gastvrouw van het bedrijf.

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Definitie van communiceren is...

Slide 17 - Open question

Het ontvangen en geven van informatie
Wat is geen voorbeeld van ruis?
A
Een vliegtuig die overvliegt wanneer je buiten aan het telefoneren bent
B
Als de ontvanger de boodschap van de zender exact na kan vertellen of begrepen heeft.
C
Een leerling die door de uitleg van een docent praat.
D
Als iemand een verhaal aan de ander vertelt, terwijl de ander met zijn gedachten bij het avondeten is.

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Geef twee voorbeelden van gespreksvormen

Slide 19 - Open question

Adviesgesprek: ondersteunen', bijvoorbeeld bij keuzes voor een gezonde leefstijl, een dagritme, bij het kiezen van  hulpmiddelen, bij ziekteverschijnselen. 

Probleemoplossend gesprek: Soms zijn er problemen die opgelost moeten worden, tussen een klant, of tussen collega's onderling, of leidinggevende. 
Uitleg en instructie geven: als er een activiteit wordt uitgevoerd. Of uitleg/ instructie geven over zaken het gebruiken van hulpmiddelen bij het bewegen of verplaatsen, of het gebruiken van medicijnen.
Rapportage: belangrijk dat leerlingen alert zijn op behoeften en problemen bij klanten. 
Werkoverleg:
In elke werksituatie is af en toe overleg nodig, tussen collega's die samenwerken en tussen leidinggevenden en ondergeschikten.
Overdracht, persoonlijk gesprek



Wat zijn belangrijke onderdelen van communicatie?
A
verbale communicatie, presenteren, ontvanger, boodschap, non verbale communicatie
B
verbale communicatie, actief luisteren, conflicten, boodschap, non verbale communicatie
C
ruis, miscommunicatie, presenteren, ontvanger, zender, boodschap
D
actief luisteren, verbale- en non verbale communicatie, zender, ontvanger en boodschap

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Hoe ontstaat een black-out tijdens een presentatie?
A
Door stress en spanning is de informatie uit je korte termijngeheugen tijdelijk niet beschikbaar.
B
Door stress en spanning is de informatie uit je langetermijngeheugen tijdelijk niet beschikbaar.
C
Door lucht te kort krijg je geheugen niet voldoende zuurstof waardoor je even niet meer weet wat je wil zeggen.
D
Door lucht te kort gaat je luchtpijp sluit je luchtpijp voor 2 seconden waardoor je even niet kan praten.

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Een situatie waarin twee of meer mensen andere meningen, belangen of behoeften hebben, noem je?
A
Een conflict
B
Een misverstand
C
Miscommunicatie
D
Ruis

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Conflicten over bijvoorbeeld verschil van mening over de regels, noemen we een..?
A
Inhoudelijk conflict
B
Belangenconflict
C
Wettelijk conflict
D
Werk conflict

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Noem 3 voorbeelden van een effectieve conflicthantering

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

Conflicthantering wil zeggen....?
A
Hoe je conflicten kan vermijden
B
Hoe je omgaan met conflicten
C
Hoe je voor een tussenoplossing kan zorgen tijdens conflicten
D
Het uitvechten van discussies

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Noem 2 effectieve manieren hoe je om kan gaan met conflicten.

Slide 26 - Open question

Samenwerken en oplossen
Onderhandelingen en een compromis zoeken
Hebben jullie nog vragen?

Slide 27 - Slide

This item has no instructions