Herhaling spelling en taalverrijking

1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Doel van deze les

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Kies het de juiste spelling van het bijvoeglijk naamwoord!
A
een nieuw spel
B
een nieuwe spel

Slide 5 - Quiz

Kies het de juiste spelling van het bijvoeglijk naamwoord!
A
de chagrijnige docent
B
de chagrijnig docent

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Slide

Stoffelijk bijvoegelijk naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
plastic
brutale
geniale
polyester
katoenen
grote
gebakken
flanellen

Slide 8 - Drag question

Sleep de woorden naar het juiste vak.

zelfstandig naamwoord

bijvoeglijk naamwoord

stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

dierenwinkel
rode
kartonnen

Slide 9 - Drag question

Slide 10 - Slide

In welke zin staat een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord?
A
Pasen wordt door ons gevierd.
B
De versierde eieren zijn erg goed verstopt.
C
De blauwe paaseieren vind ik het lekkerst.
D
Het chocolade ei is kapot gevallen.

Slide 11 - Quiz

In welk zin staat een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord?
A
De fiets wordt gemaakt door mijn vader.
B
De gemaakte fiets is van mijn vader.
C
De fietsenmaker heeft de oude fiets gemaakt.

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

meervouden

Wat is het meervoud van idee?
A
idees
B
ideeen
C
ideeën
D
ideën

Slide 14 - Quiz

Klemtoon op ie 
= meervoud +ën
geen klemtoon op ie = meervoud +n (wel trema op de e)
drie
epidemie
melodie
knie
porie
tralie
kolonie
bacterie

Slide 15 - Drag question

Slide 16 - Slide

Tekst
Die steen is zo hard als een diamant
Zo blij als een kind
Een kat in de zak kopen.
Uitdrukking
Vergelijking
Vergelijking

Slide 17 - Drag question

Slide 18 - Slide

TIPS & TOPS

Slide 20 - Slide