Collectieve voorzieningen worden betaald door de overheid. Geef aan wat daar een voorbeeld van is. Kies uit de volgende mogelijkheden:
A
Een bedrijf betaalt de uitbreiding van het magazijn.
B
Een burger betaalt de bouw van een nieuwe keuken
C
Een zorginstelling betaalt de verbouwing van de verpleegafdeling
1 / 16
next
Slide 1: Quiz
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2
This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Collectieve voorzieningen worden betaald door de overheid. Geef aan wat daar een voorbeeld van is. Kies uit de volgende mogelijkheden:
A
Een bedrijf betaalt de uitbreiding van het magazijn.
B
Een burger betaalt de bouw van een nieuwe keuken
C
Een zorginstelling betaalt de verbouwing van de verpleegafdeling
Slide 1 - Quiz
Bekijk de tabel. Thomas parkeert zijn auto op werkdagen in een parkeergarage bij zijn werk. Hij koopt elke maand een maandkaart, dat is voordeliger dan elke week een weekkaart. Bereken hoe groot dat voordeel per maand is. Schrijf de berekening op.
Slide 2 - Open question
De overheid vraagt haar burgers soms om een bijdrage voor het gebruik van een collectieve voorziening. Geef aan welke betaling een voorbeeld is van deze bijdrage. Kies uit de volgende mogelijkheden:
A
Je betaalt een abonnement op de krant
B
Je betaalt een bioscoopkaartje
Slide 3 - Quiz
De overheid vraagt haar burgers soms om een bijdrage voor het gebruik van een collectieve voorziening. Geef aan welke betaling een voorbeeld is van deze bijdrage. Kies uit de volgende mogelijkheden:
A
Je betaalt een abonnement op de krant
B
Je betaalt een bioscoopkaartje
C
Je betaalt het lesgeld van school
Slide 4 - Quiz
De overheid geeft regels voor het gebruik van de collectieve voorzieningen. Geef aan welke regels daar een voorbeeld van zijn. Kies uit de volgende mogelijkheden
A
de gedragsregels thuis
B
de spelregels bij de tennissport
C
de verkeersregels op de openbare weg
Slide 5 - Quiz
Bekijk de tekening. Geef aan welke taak van de overheid hier is afgebeeld. Kies uit de volgende mogelijkheden:
A
zorg voor de collectieve voorzieningen
B
zorg voor de sociale zekerheid
C
zorg voor een goed milieu
Slide 6 - Quiz
Wout is werkloos en heeft een WW-uitkering. Kies hoe de hoogte van zijn uitkering wordt uitgerekend
A
Het is een percentage van het laatstverdiende loon
B
Het is een percentage van het minimumloon
C
Het is gelijk aan het laatstverdiende loon
Slide 7 - Quiz
De overheid zorgt voor goede wegen. De Russenweg in Zwolle wordt vernieuwd. Is dit een taak voor de gemeente, een provincie of het Rijk? Leg je antwoord uit
Slide 8 - Open question
Er zijn in Nederland veel ambtenaren werkzaam. Kies bij welke instellingen zij werken
A
bij gemeenten, fabrieken en provincies
B
bij gemeenten, het Rijk en banken
C
bij gemeenten, provincies en het Rijk
Slide 9 - Quiz
Jimmy heeft een cateringbedrijf. Hij verzorgt diners, recepties en feesten. Hij doet dat soms voor een gemeente. Geef aan welke relatie er is tussen hem en deze gemeente. Kies uit de volgende mogelijkheden:
A
De gemeente is zijn klant
B
De gemeente is zijn werkgever
C
De gemeente is zijn werknemer
Slide 10 - Quiz
Nederland heeft in 2018 een staatsschuld van ongeveer 415,8 miljard euro. Er zijn dan in Nederland ongeveer 17 miljoen inwoners. Bereken de staatsschuld per inwoner. Schrijf de berekening op en rond af op hele euro’s.
Slide 11 - Open question
De btw op de telefoonrekening van Mark is € 10. Dit bedrag is voor de overheid. Geef aan van wie de overheid deze € 10 ontvangt. Kies uit de volgende mogelijkheden
A
€ 5 van Mark en € 5 van het telefoonbedrijf
B
van het telefoonbedrijf
C
van Mark
Slide 12 - Quiz
De overheid zorgt ervoor dat iedereen belasting betaald.. Is dit een taak voor de gemeente, een provincie of het Rijk? Leg je antwoord uit
Slide 13 - Open question
Adviesbureau De Vraagbaak bv maakt in een jaar een miljoen euro nettowinst. Het bedrijf betaalt een percentage belasting over de gemaakte winst aan de overheid. Kies welke belasting dat is
A
btw
B
inkomstenbelasting
C
vennootschapsbelasting
Slide 14 - Quiz
Op Prinsjesdag leest de koning de troonrede voor in het parlement. Kies op over welk onderwerp de troonrede gaat
A
de inkomsten en uitgaven van het Rijk
B
de plannen van de regering
C
de wensen van de politieke partijen
Slide 15 - Quiz
Hoe de minister van Financiën alle uitgaven van de rijksbegroting kan betalen als er een begrotingstekort is.