This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
- Inloggen in LessonUp.
- Materiaal klaarleggen op tafel (boek + schrift)
§4 Alinea's en kernzinnen
Voordat we beginnen:
timer
2:00
Slide 1 - Slide
Planning
Uitleg werkwoordspelling
Zelfstandig met de oefeningen aan de slag
P L A N N I N G
Cursus 1 - Meer dan lezen
1. Even herhalen
2. Lesdoelen
3. Uitleg alinea's en kernzinnen
4. Aantekeningen maken tijdens uitleg
5. Oefenopdrachten
6. Zelfstandig werken
6. Afsluiten
Slide 2 - Slide
Er volgen nu wat herhalingsvragen
Slide 3 - Slide
Rijm:
Zoek voorbeelden van de drie soorten van rijm. Probeer van iedere soort twee voorbeelden te vinden.
Welk woord zou er onder de rode balk staan?
Slide 4 - Slide
Welk woord hoort onder de rode balk? (hint: assonantie)
Slide 5 - Open question
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Slide
Welkom bij Nederlands
HV1C 6 maart - Lezen §4
Nodig: schrift, boek, iPad
Slide 11 - Slide
Je kunt de kernzinnen van alinea's bepalen.
Je kunt een alinea schrijven met een duidelijke kernzin.
Lesdoelen
Slide 12 - Slide
Aan de slag!
Online huiswerktaak (Hw voor 10 maart).
timer
6:00
Slide 13 - Slide
Alinea's en kernzinnen
Teksten zijn verdeeld in alinea's. Een alineabestaat uit een aantal zinnen die bij elkaar horen, omdat ze over hetzelfde gaan. "Alinea: wordt vaak afgekort als "al." In een schooltekst staan vaak alineanummers voor een nieuwe alinea. In een krant of boek niet!
Slide 14 - Slide
Alinea's en kernzinnen
De belangrijkste informatie uit een alinea staat in de kernzin. Dat is meestal de eerste zin en soms de laatste. In de rest van de alinea staat dan vaak meer informatie of voorbeelden. De kernzin kan ook de tweede zin zijn; de eerste zin geeft dan vaak het verband met de vorige alinea's aan.
Slide 15 - Slide
Voorbeeld
(1) Het begint met gekibbel en het eindigt met grof geweld. Ruziemaken met hun broer of zus kunnen kinderen als de besten. Alle wapens zijn toegestaan: krabben, huilen, stampen, slaan en schreeuwen in alle toonhoogten. Het lijkt wel oorlog. Toch kan een half uur later de vrede zomaar weer getekend zijn.
Slide 16 - Slide
Wat zijn de vijf tekstdoelen? (alfabetische volgorde, onder elkaar, geen komma's)
Slide 17 - Open question
Wat is het tekstdoel van een tekst waarbij de schrijver je wil vermaken?
A
amuseren
B
activeren
C
instrueren
D
overtuigen
Slide 18 - Quiz
Wat is het tekstdoel van een opinie in de krant?
A
amuseren
B
informeren
C
instrueren
D
overtuigen
Slide 19 - Quiz
Een kernzin is dus een hoofdzaak. Na de kernzin komt dus...
A
Een bijzaak
B
Een hoofdzaak
Slide 20 - Quiz
Hoofdzaak
Bijzaak
Belangrijk
Kernzin
Kan weggelaten worden
Nadere uitleg of voorbeelden
Slide 21 - Drag question
Daarvoor kun je het beste op tijd beginnen met het leren van de moeilijke woorden en het huiswerk voor leesvaardigheid keurig bijhouden. Daarnaast is veel (online) oefenen met spelling aan te raden.
Sleep het woord 'kernzin' naar de kernzin van bovenstaande alinea. Sleep het woord 'bijzaak' naar de bijzaak in bovenstaande alinea.
Als je een voldoende wilt halen voor de eindtoets, moet je je goed voorbereiden.