HEY 2.2 Stroom en spanning

2.2 Stroom en spanning les 1
1 / 40
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

2.2 Stroom en spanning les 1

Slide 1 - Slide

Vandaag
Je leert wat er stroomt in een elektrische schakeling.
Je leert wat de functie is van de onderdelen van een schakeling.

Slide 2 - Slide

Lading 
2 soorten lading:
  • Positieve lading(+)
  • Negatieve lading(-)

  • Als een voorwerp statisch geladen is, heeft het voorwerp te veel positieve of te veel  negatieve lading.

Slide 3 - Slide

2 soorten lading

  • Materie, opgebouwd uit atomen: positieve (+) en negatieve (-) lading

  • Neutraal voorwerp:  evenveel  + als - lading
Neutron
  • Kern
  • Niet geladen
  • Kan niet verplaatsen
Proton
  • Kern
  • Positief geladen
  • Kan niet verplaatsen
Elektron
  • Negatief geladen
  • Kan verplaatsen

Slide 4 - Slide

Lading
  • Ionen zijn atomen met een overschot of tekort aan elektronen
  • Een zout bestaat uit een binding van positieve en negatieve ionen
  • In metaal bewegen de vrije elektronen. Dat is stroom.

Slide 5 - Slide

Lading
  • Symbool: Q
  • Eenheid: C (Coulomb)
  • Plus en Min
  • Geheel aantal keer de elementaire lading e = 1,602 x 10-19 C
  • Een elektron heeft lading -e = 1,602 x 10-19 C
  • Gelijke lading stoot elkaar af, ongelijke lading                                                            trekt elkaar aan

Slide 6 - Slide

Geleiders en isolatoren

Bij elektrische stroom moet de stroom (de elektronen) worden doorgegeven.

Stoffen die de stroom goed doorlaten noemen we geleiders.

Alle metalen en koolstof zijn geleiders

Stoffen die de stroom tegenhouden noemen we isolatoren.

Alle niet metalen zijn isolatoren.

Slide 7 - Slide

Lading en stroomsterkte
Lading: Symbool Q eenheid Coulomb (C)
Stroomsterkte: Symbool I en eenheid (A).

Stroomsterkte is de hoeveelheid lading die per seconde langsstroomt.

I = Q / t  (stroomsterkte = lading / tijd)

Slide 8 - Slide

Spanning
= druk waarmee de stroom wordt rondgepompt
- Hogere spanning zorgt voor een hogere stroomsterkte. 
- Spanning = U
- Eenheid van spanning is volt [V]

Slide 9 - Slide

Spanning en stroomsterkte meten
Een Ampere meter meet de stroomsterkte

Een Voltmeter meet de spanning

Slide 10 - Slide

Wat is spanning?
Aantekeningen!

- Stroomsterkte is de hoeveelheid lading per seconde.

- Spanning is de hoeveelheid energie per lading.

Slide 11 - Slide

Spanningsbronnen
4500 mAh
3,7 V
2000 mAh
1,5 V
75 Ah
12 V
???
230 V

Slide 12 - Slide

Capaciteit
75 Ah
12 V
Capaciteit wordt aangegeven in 
mAh of Ah. Hoe hoger dit getal 
hoe langer de batterij mee gaat. 

Slide 13 - Slide

Wat is spanning?
A
De temperatuur van lading
B
De hoeveelheid lading per seconde
C
De elektrische energie
D
De energie die aan lading wordt meegegeven

Slide 14 - Quiz

Wat is de eenheid van lading?
A
Coulomb (C)
B
Ampère (A)
C
Volt (V)
D
Watt (W)

Slide 15 - Quiz

De stroomsterkte
Kies de eenheid van de stroomsterkte
A
Volt
B
Ampère
C
Ohm
D
Watt

Slide 16 - Quiz

Wat is GEEN isolator?
A
Lucht
B
Rubber
C
Aluminium
D
Kunststof

Slide 17 - Quiz

Wat is de lading van het elektron
A
1 e
B
- 1 e
C
1,6 * 10^-19 C
D
-1,6 * 10^-19 C

Slide 18 - Quiz

De stroomsterkte
Noteer het symbool van de stroomsterkte
A
U
B
I
C
R
D
P

Slide 19 - Quiz

Wat is geen geleider
A
Ijzer
B
Koper
C
Water
D
Lucht

Slide 20 - Quiz

Het symbool van spanning is...... en de eenheid van spanning is........ .
A
P ; W
B
U ; V
C
I ; A
D
U ; MV

Slide 21 - Quiz

Wat is stroomsterkte?
A
De grootte van de weerstand in een deel van de stroomkring.
B
De grootte van de stroom in een deel van de stroomkring.
C
De grootte van de frequentie in een deel van de stroomkring.
D
De grootte van de spanning in een deel van de stroomkring.

Slide 22 - Quiz

Aan de slag
2.2 Stroom en spanning lezen 
Maken opdr. 8 t/m 17

Slide 23 - Slide

2.2 Stroom en spanning les 2

Slide 24 - Slide

Vandaag
Je leert wat er stroomt in een elektrische schakeling.
Je leert wat de functie is van de onderdelen van een schakeling.

Slide 25 - Slide

Bespreken huiswerk
11 & 12
Meer?

Slide 26 - Slide

Wat is de eenheid van lading?
A
Coulomb (C)
B
Ampère (A)
C
Volt (V)
D
Watt (W)

Slide 27 - Quiz

Lading A trekt lading B aan een stoot lading C af.
Je weet nu:

I. Lading A is positief geladen
II. Lading B en C hebben niet dezelfde lading
A
Beide stellingen zijn waar
B
Stelling I is waar, stelling II is niet waar
C
Stelling I is niet waar, stelling II is waar
D
Beide stellingen zijn niet waar

Slide 28 - Quiz

Een materiaal dat goed elektriciteit geleid heeft..
A
veel vrije elektronen
B
gemiddeld aantal vrije elektronen
C
weinig vrije elektronen
D
geen vrije elektronen

Slide 29 - Quiz

In een stroomkring bewegen vrije elektronen
door een koperen stroomdraad.

Welk woord gebruiken we hiervoor?
A
spanning
B
elektrische stroom
C
elektrische energie
D
weerstand

Slide 30 - Quiz

De elementaire lading (van bijv. één elektron of één proton) is 1,6021... 10^-19 Coulomb. Wat is het eerstvolgende cijfer dat op de puntjes komt?
Zie tabel 7 van de Binas.
A
5
B
6
C
7
D
8

Slide 31 - Quiz

Spanning is een grootheid.
Wat is de eenheid voor spanning?
A
watt
B
Volt
C
Ampere
D
Stroom

Slide 32 - Quiz

De eenheid van capaciteit is
A
V
B
A
C
W
D
Ah

Slide 33 - Quiz

Stroomsterkte meet je met een stroomsterktemeter (ampèremeter).
Hoe meet je de spanning?
A
Met een spanningsmeter
B
Met een ampèremeter of weerstandsmeter
C
Met een multimeter
D
Met een voltmeter

Slide 34 - Quiz

De stroomsterkte
Kies de eenheid van de stroomsterkte
A
Volt
B
Ampère
C
Ohm
D
Watt

Slide 35 - Quiz

Spanning veroorzaakt een stroom. Wat wordt bedoeld met spanning?
A
... laat de elektronen rondgaan
B
... geeft de elektronen energie mee
C
... hangt af van de stroomsterkte
D
... is 0 V als de stroomkring verbroken is

Slide 36 - Quiz

De spanning die je in huis gebruikt, is lager dan de spanning in hoogspanningsleidingen.
Hoe hoog is de spanning die je thuis gebruikt?
A
12 V
B
230 V
C
380 V
D
10 000 V

Slide 37 - Quiz

Een batterij met een hogere capaciteit levert een hogere spanning.
A
waar
B
niet waar

Slide 38 - Quiz

Wat is stroomsterkte?
A
de hoeveelheid energie die elektronen meekrijgen
B
Elektrische deeltjes die energie vervoeren.
C
het aantal negatieve deeltjes dat per seconde door de stroomkring gaat.

Slide 39 - Quiz

Aan de slag!
2.2 Stroom en spanning lezen 
Maken opdr. 18 t/m 26

Slide 40 - Slide