Les 2 jong en oud

Les 2

Havo economie
Jong en oud 
Hoofdstuk 3 
1 / 18
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 18 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Les 2

Havo economie
Jong en oud 
Hoofdstuk 3 

Slide 1 - Slide

Planning
Lesdoelen bespreken
Uitleg
Zelfstandig werken
Lesdoelen controleren 

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
Aan het einde van de les kan je:
Inkomensheffing berekenen 
Het gemiddelde heffingstarief berekenen 
Aangeven wat het marginale heffingstarief is
Uitleggen wat aftrekposten zijn
uitleggen wat nivellering en denivellering is 

Slide 3 - Slide

inkomensbronnen en -verschillen
Iedere meerderjarige in NL (die kan werken) heeft een inkomen.
Ben je in loondienst, dan ontvang je geld: primair inkomen
Ook werklozen hebben een inkomen (WW of bijstand): secundair inkomen


  • Inkomen verdient met INZET van PRODUCTIEFACTOREN  = primair inkomen
  • Van primair inkomen gaat belasting af, die gaat deels naar mensen die geen of onvoldoende inkomen hebben of een steuntje kunnen gebruiken. 
  • Wat jij en iedereen uiteindelijk overhouden is secundair inkomen.

Slide 4 - Slide

Productiefactoren
  • kapitaal: we bedoelen kapitaalgoederen; dit zijn machines, gebouwen, inventaris, etc.
  • arbeid: iedereen die in loondienst is.
  • natuur: alles wat we rechtstreeks uit de natuur halen, bijvoorbeeld grond bij een boer.
  • ondernemersactiviteit: wordt geleverd door de eigenaren van bedrijven. Deze leveren ideeën en lopen het risico.

Slide 5 - Slide

Belasting en (sociale) premies

Slide 6 - Slide

belasting via boxenstelsel
Er wordt onderscheidt gemaakt tussen verschillende soorten inkomens, deze zijn onderverdeeld in boxen.
BOX 1: belasting over inkomen uit werk en eigen woning
BOX 2: belasting over aanmerkelijk belang, geld geïnvesteerd in een besloten vennootschap (BV)
BOX 3: belasting over inkomen uit vermogen, spaargeld en beleggingen.

Slide 7 - Slide

Premies voor sociale verzekeringen =
premies volksverzekeringen (betaald door werknemer)*
premies werknemersverzekeringen (betaald door werkgever)

*werkgever houdt de premie in van het brutoloon en draagt dit af aan de belastingdienst.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Opstelling bruto-netto loonberekening:
Brutoloon
- pensioenpremie
- loonheffingen (=loonbelasting + premies volksverzek.)
=  Nettoloon

Totale loonkosten bedrijf:
Brutoloon + premies werknemersverzekering
+ bijdrage zorgverkering + pensioenpremie

Slide 11 - Slide

Progressief belastingtarief
Het belastingpercentage wordt hoger naarmate het belastbaar inkomen toeneemt.

Slide 12 - Slide

Nivellering en denivellering
Nivellering: De verschillen tussen de inkomens worden in verhouding kleiner.
Denivellering: De verschillen tussen de inkomens worden in verhouding steeds groter.

Slide 13 - Slide

gemiddeld heffingstarief
Hoeveel procent van je brutoloon betaal je aan inkomensheffing? 
Bij een progressief belastingstelstel stijgt het gemiddelde heffingstarief als het inkomen stijgt. 

Slide 14 - Slide

(1) loonbelasting





1.Proportioneel: gelijkmatig
2.Progressief: neemt toe bij hoger inkomen
3.Degressief: neemt af bij hoger inkomen

Slide 15 - Slide

(1) loonbelasting
Dus je zou ook kunnen zeggen...
1.Geen invloed
2.Nivellering
3.Denivellering

  TIP: 
relatief: dus gaat altijd om %
(=vlaktaks)

Slide 16 - Slide

Progressief belastingtarief bij loonbelasting
Progressief tarief: naarmate je meer verdient, betaal je meer belasting. 
Het belastingpercentage wordt groter -> nivellerend effect op het inkomen (inkomensverschillen worden naar verhouding kleiner)  
Het schijventarief is hier een voorbeeld van.   

Bij een progressief belastingstelsel betaal je dus ook PROCENTUEEL meer belasting bij een hoger inkomen ->  de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. 

Slide 17 - Slide

marginaal tarief
Dit geeft weer hoeveel procent heffing je moet betalen over het extra verdiende inkomen.
Of 
Over je laatst verdiende euro. 

Slide 18 - Slide