Oefentoets Gambia H3 + H8.3

Oefentoets AK 1BB
H3 Gambia + 8.3 Ongelijkheid in Brazilië
1 / 33
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Oefentoets AK 1BB
H3 Gambia + 8.3 Ongelijkheid in Brazilië

Slide 1 - Slide

In welk continent ligt Gambia?
A
Zuid-Amerika
B
Afrika
C
Azië
D
Oceanië

Slide 2 - Quiz

In welk continent ligt Brazilië?
A
Zuid-Amerika
B
Afrika
C
Azië
D
Oceanië

Slide 3 - Quiz

Wat is een basisbehoefte?
A
Iets wat je graag wilt hebben, zoals een smartphone of merkkleding.
B
Iets wat iedereen echt nodig heeft om goed te kunnen leven, zoals voedsel en onderwijs.
C
Iets wat alleen rijke mensen kunnen krijgen, zoals een villa of een dure auto.
D
Iets wat je alleen nodig hebt als je in een arm land woont.

Slide 4 - Quiz

Welke situatie is een voorbeeld van directe werkgelegenheid?
A
Een fabriek wordt gebouwd, en daardoor krijgen bouwvakkers werk.
B
Een nieuwe bioscoop opent, en een snackbar in de buurt verkoopt daardoor meer snacks.
C
Een bedrijf sponsort een voetbalteam, waardoor de club nieuwe shirts kan kopen.
D
Een winkel sluit, en een ander bedrijf neemt de werknemers over.

Slide 5 - Quiz

Wat is de informele sector?
A
Werk dat goed betaald wordt en waarbij je een contract hebt.
B
Werk dat ongeschoold is, vaak slecht betaald en zonder officiële registratie.
C
Werk dat alleen in fabrieken wordt gedaan en veel opleiding vereist.
D
Werk dat altijd door de overheid wordt georganiseerd.

Slide 6 - Quiz

Welke van de volgende banen hoort bij de informele sector?
A
Een kapper die in een salon werkt met een contract.
B
Een leraar die lesgeeft op een middelbare school.
C
Een straatverkoper die zonder vergunning fruit verkoopt.
D
Een dokter in een ziekenhuis.

Slide 7 - Quiz

Wat is analfabetisme?
A
Het percentage van de bevolking ouder dan 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven.
B
Het aantal mensen dat geen hogere opleiding heeft gevolgd.
C
Het percentage kinderen dat nog niet naar school gaat.
D
Mensen die moeite hebben met het begrijpen van moeilijke teksten.

Slide 8 - Quiz

Welke situatie is een voorbeeld van ontbossing?
A
Een boer kapt een groot stuk bos om er een sojaplantage van te maken.
B
Een organisatie plant bomen om een gekapt bos te herstellen.
C
Een nationaal park wordt aangewezen als beschermd natuurgebied.
D
In een stad worden bomen geplant langs de wegen om meer groen te creëren.

Slide 9 - Quiz

Wat is een mangrove?
A
Een boom die in woestijnen groeit en weinig water nodig heeft.
B
Een boom die langs tropische kusten groeit in zout water.
C
Een plant die alleen in regenwouden voorkomt.
D
Een naaldboom die goed bestand is tegen kou.

Slide 10 - Quiz

Welke situatie is een voorbeeld van toerisme?
A
Karim verhuist naar Duitsland om daar een nieuwe baan te beginnen.
B
Sophie rijdt elke dag met de trein naar haar werk in een andere stad.
C
Thomas bestelt souvenirs uit Spanje via een webshop.
D
Lisa reist naar Italië voor een vakantie van twee weken.

Slide 11 - Quiz

Welke situatie is een voorbeeld van zelfverzorgend leven?
A
Een boer verbouwt groente en eet dit zelf met zijn gezin.
B
Een bakker bakt brood en verkoopt dit in de stad.
C
Een fabriek maakt kleding voor export naar het buitenland.
D
Een supermarkt koopt producten in en verkoopt deze aan klanten.

Slide 12 - Quiz

Wat en waar zijn de tropen?
A
Een koude luchtstreek bij de evenaar tussen 23½° N.B. en 23½° Z.B.
B
Een warme luchtstreek bij de evenaar tussen 30° N.B. en 30° Z.B.
C
Een warme luchtstreek bij de evenaar tussen 23½° N.B. en 23½° Z.B.
D
Een warme luchtstreek bij de evenaar tussen 20½° N.B. en 20½° Z.B.

Slide 13 - Quiz

Wat is zuigelingensterfte?
A
Het aantal kinderen dat voor hun vijfde verjaardag overlijdt.
B
Het gemiddelde aantal kinderen dat in het eerste levensjaar overlijdt per duizend levendgeborenen per jaar.
C
Het percentage vrouwen dat tijdens de zwangerschap overlijdt.
D
Het totale aantal geboorten in een land per jaar.

Slide 14 - Quiz

Welke situatie laat een hoge levensverwachting zien?
A
In een land met goede gezondheidszorg en gezonde leefomstandigheden worden mensen ouder dan 80 jaar.
B
In een land met veel armoede en weinig medische zorg sterven veel mensen voor hun 50e verjaardag.
C
In een stad met veel luchtvervuiling hebben mensen vaker last van ademhalingsproblemen.
D
In een land met een slechte gezondheidszorg overlijden elk jaar veel baby's.

Slide 15 - Quiz

Van wat voor land is dit
bevolkingsdiagram?
A
Rijk land
B
Arm land

Slide 16 - Quiz

Een rijk land heeft:
A
Hoog geboortecijfer, hoog sterftecijfer
B
Hoog geboortecijfer, laag sterftecijfer
C
Laag geboortecijfer, hoog sterftecijfer
D
Laag geboortecijfer, laag sterftecijfer

Slide 17 - Quiz

Welke situatie is een voorbeeld van een arbeidsmigrant?
A
Ahmed verhuist van Marokko naar Nederland om in de bouw te werken.
B
Lisa gaat een jaar in Australië studeren.
C
Sophie reist naar Spanje voor een vakantie van twee weken.
D
Mark werkt al tien jaar bij hetzelfde bedrijf in zijn woonplaats.

Slide 18 - Quiz

Van welk land was Gambia vroeger een kolonie?
A
Frankrijk
B
Engeland
C
Nederland
D
Portugal

Slide 19 - Quiz

Welk land is het buurland van Gambia?
A
Marokko
B
Senegal
C
Ghana
D
Tunesië

Slide 20 - Quiz

Welke religie is het grootst in Gambia?
A
Christendom
B
Jodendom
C
Islam
D
Boeddhisme

Slide 21 - Quiz

Hoe noemen we het stoffige
weer in de droge tijd van
Gambia?
A
Harattem
B
Havana
C
Harmattan
D
Hamertan

Slide 22 - Quiz

Wat was de driehoekshandel?
A
Een handelsroute tussen Europa, Afrika en Amerika waarbij onder andere slaven, grondstoffen en goederen werden verhandeld.
B
Een handelsovereenkomst tussen drie Europese landen om producten uit te wisselen.
C
Een handelsroute waarbij drie verschillende producten in één land werden verhandeld.
D
Een moderne handelsorganisatie die wereldwijd producten vervoert.

Slide 23 - Quiz

Welke situatie is een voorbeeld van regionale ongelijkheid?
A
Een stad bouwt een nieuw winkelcentrum om meer toeristen aan te trekken.
B
Een land voert een nieuw belastingstelsel in om de economie te stimuleren.
C
In een land verdienen alle inwoners ongeveer evenveel, ongeacht waar ze wonen.
D
In het westen van een land zijn er veel goedbetaalde banen, terwijl mensen in het oosten vooral in arme landbouwgebieden wonen.

Slide 24 - Quiz

Welke situatie is een voorbeeld van sociale ongelijkheid?
A
Een land waar alle burgers toegang hebben tot goede gezondheidszorg.
B
Een bedrijf dat zijn werknemers een bonus geeft voor goed werk.
C
Een land waar sommige mensen miljoenen verdienen, terwijl anderen in armoede leven.
D
Een school waar alle leerlingen hetzelfde onderwijs krijgen.

Slide 25 - Quiz

Wat is een krottenwijk?
A
Een wijk met luxe woningen en veel voorzieningen.
B
Een wijk met alleen maar flats en appartementen.
C
Een historische wijk in een oude stad.
D
Een zelfbouwwijk met slechte huizen, weinig voorzieningen en onzekerheid voor de bewoners.

Slide 26 - Quiz

Wat hoort niet bij de basisbehoeften?
A
Onderwijs
B
Gezondheidszorg
C
Recreatie
D
Voedsel

Slide 27 - Quiz

Wat is een gated community?
A
Een open wijk waar iedereen welkom is en geen grenzen zijn.
B
Een wijk die uitsluitend toegankelijk is voor mensen met een bepaald inkomen.
C
Een moderne woonwijk met alleen appartementen en winkels.
D
Een zwaarbewaakte woonwijk met een hoge muur of een hek eromheen.

Slide 28 - Quiz

Welke situatie is een voorbeeld van de middenklasse?
A
Een gezin dat in een villa woont en regelmatig op vakantie gaat naar exotische landen.
B
Een man die afhankelijk is van sociale bijstand om in zijn behoeften te voorzien.
C
Een stel met een vast inkomen, een huis in de buitenwijken en geen grote financiële zorgen.
D
Een vrouw die in een tijdelijke baan werkt zonder vaste uren of loon.

Slide 29 - Quiz

Wat is een favela?
A
Een luxe woonwijk in Brazilië met moderne woningen.
B
Een Braziliaanse naam voor een krottenwijk.
C
Een toeristische wijk in Brazilië waar bezoekers in hotels verblijven.
D
Een dorp in Brazilië met een sterke economische groei.

Slide 30 - Quiz

Wat hoort niet bij cultuur?
A
Taal, gewoonten en tradities die van generatie op generatie worden doorgegeven.
B
Keuken, muziek en kunstvormen die specifiek zijn voor een bepaalde groep mensen.
C
De biologische eigenschappen van een individu, zoals oogkleur en lichaamslengte.
D
Normen en waarden die bepalen hoe mensen zich in een samenleving gedragen.

Slide 31 - Quiz

Welke landschappen vind je in Gambia?
A
Naaldbos
B
Savanne
C
Hooggebergten
D
Mangrovenbos

Slide 32 - Quiz

Wat is de officiële taal in Gambia?
A
Gambiaans
B
Engels
C
Frans
D
Afrikaans

Slide 33 - Quiz