This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Oefenen voor TOETS H1 H2
Economie basis 2
Slide 1 - Slide
Waar gaat economie over?
Slide 2 - Open question
Waarom moet je keuzes maken in wat je doet en waar je geld aan uitgeeft?
Slide 3 - Open question
Directe ruil is:
A
Ruil waarbij je geld als ruilmiddel gebruikt
B
Je ruilt een goed of dienst tegen iets anders zonder geld te gebruiken
Slide 4 - Quiz
Wat is een voorbeeld van directe ruil?
A
Potlood ruilen tegen een pen.
B
Een potlood kopen bij de action voor €1,-
Slide 5 - Quiz
Hoe noem je Iets ruilen voor geld, dus iets kopen of verkopen.
Slide 6 - Open question
Wat betekent consumeren?
Slide 7 - Open question
Wat is geen zelfvoorziening?
A
Het kopen van een frikandel broodje
B
Het bakken van een taart
C
Je fiets repareren.
D
Groente verbouwen in je tuin
Slide 8 - Quiz
Wat zijn goederen en diensten?
Slide 9 - Open question
Reken uit: 45 % van €520
Slide 10 - Open question
€23,339 Hoe rond je dit bedrag af op 2 decimalen?
Slide 11 - Open question
De Consumentenbond test producten van verschillende merken. Noem nog een andere taak van de Consumentenbond.
Slide 12 - Open question
6 - 5,8 - 8,1 - 7,1 Bereken het gemiddelde.
Slide 13 - Open question
Hoe noem je een vergoeding die je krijgt van de bank voor jouw spaargeld?
Slide 14 - Open question
Voor een lening van €3000 heb je €140 aan rente betaald. Hoeveel procent is de rente van het geleend bedrag? Dus hoeveel is €140 van de € 3000? Schrijf je berekening op.
Slide 15 - Open question
LEREN voor proefwerk
- H1 en H2 begrippen
- Rekenen groene tekst gedeelte
Je kunt via Lup de lessen bekijken en oefenen met de vragen.