Les 1: Ordening in de biologie: Cellen, organismen en rijken

Ordening in de biologie: Cellen, organismen en rijken
1 / 21
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Ordening in de biologie: Cellen, organismen en rijken

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Aan het einde van deze les kun je:
- Benoemen wat onder ordening bestaan wordt en waarom het belangrijk is in biologie.
 - De basis onderdelen van cellen benoemen.
 - Benoemen wat bedoeld wordt met eencellige en meercellige organismen.
- De 4 rijken benoemen en onderscheiden.
 - Verschillen tussen cellen van planten, dieren, schimmels en bacteriën beschrijven.
 - Verklaren of een organisme een plant, dier, schimmel of bacterie is aan de hand van celkenmerken.

Slide 2 - Slide

Introduceer de leerdoelen en leg uit hoe ze passen in het grotere geheel van de biologie.
Wat weet je al over Ordening?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Ordening in de biologie
Ordening is het indelen van organismen op basis van overeenkomsten en verschillen. Het is belangrijk omdat het ons helpt de diversiteit van het leven te begrijpen.

Slide 4 - Slide

Geef een korte definitie van ordening en leg uit waarom het belangrijk is.
De vier rijken
Er zijn vier rijken:
Planten
Bacteriën
 Dieren
Schimmels
Eigenlijk klopt dit niet 100% met tegenwoordige wetenschappelijke overeenstemming

Slide 5 - Slide

Leg uit wat de vier rijken zijn en geef voorbeelden van elk.
Eencellige en meercellige organismen
Een eencellig organisme bestaat uit slechts één cel, terwijl meercellige organismen uit meerdere cellen bestaan die samenwerken.
X = Eencellig
O = Meercellig

O
X
O
O en X

Slide 6 - Slide

Leg uit wat het verschil is tussen eencellige en meercellige organismen en geef voorbeelden van beide.
Basis onderdelen van cellen
Celmembraan:  Het celmembraan is een dun en flexibel laagje om het cytoplasma heen. Het is gemaakt van twee laagjes vetten die samen een soort dubbelwandig zakje vormen. Het zorgt ervoor dat de omgeving binnen en buiten een cel apart zijn.
Cytoplasma: Vloeistof binnen een cel. Het is een basisonderdeel van cellen en zorgt voor dat alle stoffen binnen een cel rond blijven drieven.

Slide 7 - Slide

Leg uit wat de drie basis onderdelen van cellen zijn en wat ze doen.
Organismen en celkenmerken
Aan de hand van celkenmerken kunnen we bepalen of een organisme een plant, dier, schimmel of bacterie is.

Slide 8 - Slide

Leg uit hoe we kunnen bepalen welk type organisme we hebben aan de hand van celkenmerken.
Veel levende wezens(organismen) bestaan uit meerdere cellen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Hiernaast zie je een pantoffeldiertje.
Is hij meercellig of eencellig?
A
Meercellig
B
Eencellig

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Een bacterie bestaat altijd uit 1 enkel cel.
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Een Olifant is
A
Eencellig
B
Meercellig

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Feit: Alle organismen bestaan uit cellen.
Als heel veel cellen samenkomen werken voor een bepaalde functie, in het lichaam van een mens, dan vormen ze samen een:
A
Organisme
B
Bacterie
C
Orgaan
D
Voedingstof

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Is dit een eencellige of meercellige organisme?
A
Eencellig
B
Meercellig
C
Driecellig
D
Heeft veel organen

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het definitie van een "SOORT"?
A
Een soort is een groep organismen die samen nakomelingen kunnen krijgen.
B
Een soort is een groep organismen die samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen.
C
Een soort is een groep organismen die heel veel op elkaar lijken en nakomelingen krijgen.

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Sleep naar de juiste afbeelding!!
Bacteriën
Schimmels
Dieren
Planten

Slide 16 - Drag question

This item has no instructions

Wat is de missie dan?
Check deze document.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Voor volgende keer
Volgende les gaan we inzoomen op de vier rijken:
1 Dieren --> Hoe worden ze ingedeeld? Gewervelden tot Zoogdieren
2 Bacteriën en Schimmels
3 Planten

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 19 - Open question

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 20 - Open question

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 21 - Open question

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.