Les economie

Les economie
1 / 10
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Les economie

Slide 1 - Slide

Hoe bereken je de winst?
A
winst - de kosten
B
winst - de opbrengst
C
kosten - de opbrengst
D
opbrengst - de kosten

Slide 2 - Quiz

Wat is winst?
A
De prijs die klanten je betalen.
B
De kosten die je hebt.
C
De opbrengst min de kosten.
D
De verkoopprijs.

Slide 3 - Quiz

Wat is winst?
A
De prijs die klanten je betalen
B
de kosten die je hebt
C
De opbrengst min de kosten
D
de verkoopprijs

Slide 4 - Quiz

Ferdi heeft voor € 90 sokken verkocht. Zijn kosten waren € 40. Wat is zijn winst?
A
€ 130
B
€ 90
C
€ 40
D
€ 50

Slide 5 - Quiz

Omzet is hetzelfde als winst
A
waar
B
niet waar

Slide 6 - Quiz

Hoe bereken je de winst van een bedrijf?
A
Inkoopkosten + bedrijfskosten + omzet
B
Omzet - inkoopkosten - bedrijfskosten
C
Inkoopkosten + bedrijfskosten - omzet
D
Inkoopkosten - bedrijfskosten - omzet

Slide 7 - Quiz

Wanneer heeft een bedrijf winst?
A
Als een bedrijf gelijke kosten als opbrengsten heeft.
B
als een bedrijf meer opbrengsten dan kosten heeft
C
Als een bedrijf meer kosten dan opbrengsten heeft.

Slide 8 - Quiz

Hoe bereken je de winst?
A
Winst = Opbrengsten + Kosten
B
Winst = Opbrengsten
C
Winst = Opbrengsten/Kosten
D
Winst = Opbrengsten - Kosten

Slide 9 - Quiz

Lydia verkoopt 300 bossen bloemen voor € 2,- per bos. Ze koopt de bloemen in voor € 1,- per bos. Wat is haar winst?
A
€ 300,-
B
€ 900,-
C
€ 250,-
D
€ 150,-

Slide 10 - Quiz