Thema: Anders

Anders
1 / 27
next
Slide 1: Slide
LevensbeschouwingMiddelbare schoolvmbo b, k, t, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with text slides.

Items in this lesson

Anders

Slide 1 - Slide

Opdracht 1: MENSBEELD:
Beschrijf wie je anders vindt en Waarom?

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
* Je kan uitleggen wie/wat jij anders vindt.
* Je weet waardoor het anders zijn bepaald kan worden.
* Je kan uitleggen wat dat met jouw houding/gedrag doet.
* Je kan aangeven wie/wat invloed heeft op jouw mening/houding/gedrag.
* Je kan cultuur verschillen benoemen.
* Je kan je kwaliteiten en die van een ander benoemen.
* Je kan aangeven welke beelden er door de media over vrouwen/mannen 
    gegeven worden.
* Je kan de leerdoelen verwerken in (creatieve)opdrachten.


Slide 3 - Slide

Wat kan het anders zijn bepalen?
  1. Geslacht       6. Talent
  2. Geloof            7. Denkbeelden
  3. Ras                  8. Bijzondere optreden
  4. Handicap      9. Cultuur
  5. Geaardheid  10. Sociale klasse

Slide 4 - Slide

Opdracht 2: Anders: positief/negatief?
Lees onderstaande situaties.
Geef per verhaal aan waardoor de persoon Anders is (zie vorige dia)en hoe je dit vindt en waarom.
1. Wanda zit in een rolstoel. Toen ze twaalf was moest haar rechter onderbeen worden geamputeerd.
2. Sem is heel slim. Op zijn twaalfde had hij zijn gymnasium diploma al binnen.

Slide 5 - Slide

3. Oem Imran draagt een nikaab die haar hele lichaam bedekt. Voor haar geloof houdt zij zich strikt aan de regels.
4. Peter zit helemaal onder de tattoos. Hij vindt het mooi. Zijn hele vriendenclub geeft daar veel geld aan uit.

5. Anja uit TL3  roept leerlingen op om geld te geven voor de vluchtelingen in Griekenland.

Slide 6 - Slide

Invloed: Wie bepalen jouw beeld/mening:
Ouders:
Door je opvoeding wordt je mening gevormd.
Jouw ouders/verzorgers leren jou wat Anders is.
Dit doen zij door de manier waarop ze over anderen praten en op hen reageren.




Slide 7 - Slide

Invloed: wie bepalen jouw beeld/mening?
Vrienden:
Als je ouder wordt (jullie leeftijd) gaan vrienden een steeds grotere rol spelen in je leven. Je hoort, naast de mening van je ouders, ook ideeën van je vrienden. soms kan dat ook verwarrend zijn: wie/ Wat moet ik geloven? 
Als je bij je vrienden thuis komt zie je dat de dingen misschien anders gaan.
Vrienden laten jou ook zien wie/wat zij anders vinden.




Slide 8 - Slide

Invloed: Wie bepalen jouw beeld/mening?
Media:
Jullie zitten veel achter/voor een beeldscherm.
Je ziet daardoor veel beelden voorbij komen. (on)bewust word je hierdoor beïnvloed. reclamemakers maken daar handig gebruik van.
4C Welke reclame spreekt jou aan en waarom?
4D Welke reclame spreekt jou niet aan en Waarom?
4E Wat voor beeld geven zij over Anders zijn? Voorbeeld.

Slide 9 - Slide

Invloed: wie bepalen jouw beeld/mening
Influencers:
Hebben influencers invloed:
Laatst  waren een aantal influencers in beeld omdat ze zich uitspraken tegen de Corona maatregelen.
4F Welke influencers volg jij?
4G Koop je wel eens dingen die zij aanprijzen? 
4H Wat voor beeld schetsen zij over Anders zijn?


Slide 10 - Slide

Opdracht 3: Wie heeft er invloed op jou?
                        
Pak je schrift; zet je naam in het midden van de bladzijde.
Schrijf er omheen wie er invloed op je hebben: Veel invloed  zet je dichtbij, minder invloed wat verder weg: Afstand bepaald hoe groot de invloed is.
Zet ook bij de naam een voorbeeld van de
invloed die de persoon op je  heeft gehad.

Slide 11 - Slide

Opdracht 4: Beantwoord de vragen over de film: 
The Butterfly Circus
1. Wat vind je van de film? Omdat ....
2. Wie uit de film spreekt jou het meest aan? Omdat .....
3. Wie is in de film uniek? Omdat .....
4. Wie is in de ogen van veel mensen Anders? 
5. Wat voor beeld heeft deze persoon over zichzelf?
6. Wat veranderd er voor deze persoon in de loop van de film?
7. Wat denk jij: Kijken mensen vaak na wat ze wel of niet kunnen:
    Hoe komt dat?
8. Waarom heet deze film De Butterfly Circus?

Slide 12 - Slide

Opdracht 5: Wie heeft er invloed op will
Pak je schrift; zet Will zijn naam in het midden van de bladzijde.
Schrijf er omheen wie er invloed op hem hebben: Veel invloed zet je dichtbij, minder invloed wat verder weg: Afstand bepaald hoe groot de invloed is.
Zet ook bij de naam een voorbeeld van de
invloed die de persoon op hem heeft gehad.

Slide 13 - Slide

The Butterfly Circus
Bekijk de Film en beantwoord de vragen van de vorige Slide.

Slide 14 - Slide

 Opdracht 6: Cultuur verschillen
Cultuur waar we in opgroeien bepaalt voor een groot deel onze levensstijl:
Bijvoorbeeld wat wij eten,
welke kleding wij dragen,
hoe we elkaar groeten,
onze normen en waarden.

Slide 15 - Slide

Zoek de Cultuurverschillen/overeenkomsten
Maak een vergelijking tussen de Nederlandse en een andere cultuur naar keuze.
1. Zoek 5 verschillen: zoek hier plaatjes bij.
2. Zoek 5 overeenkomsten: zoek hier plaatjes bij.
3. Maak met de plaatjes een collage.

Slide 16 - Slide

Opdracht 7: Kwaliteiten
Kwaliteiten bepalen ook het anders zijn.
Welke kwaliteiten heb jij: je hoort het van je klasgenoten.
Op de volgende dia staan heel veel kwaliteiten.
je schrijft de namen van je klasgenten op.
Achter hun naam schrijf je een positieve kwaliteit die jij bij die persoon vindt passen. Zorg dat je het kan toelichten.

Slide 17 - Slide

De kwaliteiten:
Avontuurlijk, betrouwbaar, rustig, behulpzaam, precies, grappig, bescheiden, enthousiast, bedachtzaam, spontaan, flexibel, stabiel, kritisch, zelfverzekerd, moedig, makkelijk, attent, avontuurlijk, betrouwbaar, creatief, dapper, eerlijk, eenvoudig, geduldig, gezellig, gul, handig, humoristisch, lief, lef, slim, sportief, sterk, optimistisch, vrolijk, vertrouwen, wijs, ordelijk, vriendelijk, zelfstandig, zelfvertrouwen, zorgzaam,?

Slide 18 - Slide

Opdracht 8: Media onderzoek
We zagen bij opdracht 2 dat het geslacht (man/vrouw)één van de factoren is die het anders zijn bepalen .
We gaan deze week kijken wat voor beeld de media laat zien/horen over mannen/vrouwen:
* Hoe zien mannen/vrouwen eruit? 
* Wat is de relatie/rolverdeling tussen mannen/vrouwen?
* Wat voor kwaliteiten hebben mannen/vrouwen?
* Wat voor banen hebben mannen/vrouwen?
* In wat voor auto rijden mannen/vrouwen?  Hobby's? Etc?

Slide 19 - Slide

Voorkant Tijdschrift
Je maakt de voorkant van een tijdschrift.
aan de voorkant van jouw tijdschrift kan ik zien of het om een tijdschrift gaat voor een vrouw of man.
Verwerk de informatie die je verkregen hebt door je media onderzoek. (punten vorige dia).
Werk met foto's en tekst.

Slide 20 - Slide

Opdracht 9: Mijn mening wordt bepaald door?
Bekijk onderstaande filmpjes en beantwoord per filmpje de onderstaande vragen:
1. Wat vind jij ervan?
2. Wat vinden jouw vrienden hiervan?
3. Wat vinden jouw ouders hiervan?
4. Wat zegt de media hierover?

Conclusie: Wat valt je op?

Slide 21 - Slide

Filmpjes bij opdracht 9

Slide 22 - Slide

Eindopdracht: Wanneer is anders niet anders meer?
We gaan de film Freedom Writers bekijken: deze film  is gebaseerd op een inspirerend en waar gebeurd verhaal over moed, hoop en de overwinning van onverdraagzaamheid.

Slide 23 - Slide

Stap 1: Kies een persoon uit film en maak over                             hem/haar een profiel
Wat komt er allemaal in het profiel te staan:
1. Naam
2. Leeftijd
3. School
4. Woonsituatie
5. Over mij
: uitgebreid
6. Wie bepaald zijn/haar beeld/mening? toelichting. (theorie bij opdracht 3)
7. Kwaliteiten met toelichting (opdracht 7)
8. Beschrijf duidelijk waarom je voor hem/haar hebt gekozen: wat hem/haar anders maakt.
     (theorie bij opdracht 2)

Slide 24 - Slide

Stap 2: Schrijf onderstaande woorden en hun                                betekenis op.
Begrippen:
1. Discriminatie
2. Rassenscheiding/Segregatie
3. Geweldloos verzet
4. I have a dream
5. Integratie
6. Cultuur





Slide 25 - Slide

Stap 3: Combineer begrip met film
Je hebt de betekenis van de begrippen van stap 2 opgezocht.
Nu beschrijf je per begrip een situatie uit de film waarin dit begrip naar voren komt.

Slide 26 - Slide

Stap 4: Schrijf zelf een verhaal over Anders zijn
Freedom writers
:
Schrijf zelf een verhaal over anders zijn waarin je minimaal 1 van de begrippen (stap 2) verwerkt.
Verhaal: Titel, minimaal 1 begrip, minimaal 1 á4, Het verhaal speelt in het hier en nu.
Maak zinnen: hoofdletter en punt.

Lettertype: Arial 14

Slide 27 - Slide