H6 - Woordenschat

1 / 13
next
Slide 1: Link
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijs

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Slide 1 - Link

Janice bevestigt het boekenplankje boven haar bureau.
Bij welk woord in het woordenboek zou je de betekenis van het onderstreepte woord zoeken?
bevestigt

Slide 2 - Open question

Janice bevestigt het boekenplankje boven haar bureau.
bevestigt
Wat is de betekenis van het onderstreepte woord?
A
iets vast maken
B
zeggen dat iets klopt

Slide 3 - Quiz

We eten veel aardappels, dus mijn moeder heeft tien kilo ingeslagen.

ingeslagen.
Bij welk woord in het woordenboek zou je de betekenis van het onderstreepte woord zoeken?

Slide 4 - Open question

We eten veel aardappels, dus mijn moeder heeft tien kilo ingeslagen.
ingeslagen. 
Wat is de betekenis van het onderstreepte woord?
A
iets kapotslaan
B
als voorraad kopen

Slide 5 - Quiz

Marc heeft voor zijn vakantie twee gidsen over Frankrijk gekocht.
gidsen
Bij welk woord in het woordenboek zou je de betekenis van het onderstreepte woord zoeken?

Slide 6 - Open question

Marc heeft voor zijn vakantie twee gidsen over Frankrijk gekocht.
gidsen
Wat is de betekenis van het onderstreepte woord?
A
boek met informatie
B
iemand die toeristen rondleidt

Slide 7 - Quiz

Dit is een restaurant waar je allerlei kleine gerechtjes kunt bestellen.
gerechtjes
Bij welk woord in het woordenboek zou je de betekenis van het onderstreepte woord zoeken?

Slide 8 - Open question

Dit is een restaurant waar je allerlei kleine gerechtjes kunt bestellen.
gerechtjes
Wat is de betekenis van het onderstreepte woord?
A
deel van een maaltijd
B
plaats waar rechters straffen bepalen

Slide 9 - Quiz

Na de heldere uitleg van de regisseur wisten de acteurs precies wat ze moesten doen.
heldere
Bij welk woord in het woordenboek zou je de betekenis van het onderstreepte woord zoeken?

Slide 10 - Open question

Na de heldere uitleg van de regisseur wisten de acteurs precies wat ze moesten doen.
heldere
Wat is de betekenis van het onderstreepte woord?
A
doorzichtig
B
duidelijk, begrijpelijk

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Link

Slide 13 - Slide