This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slide.
Items in this lesson
P3 quiz
Slide 1 - Slide
Een marketingkanaal waarbij producten via tussenpersonen zoals groothandelaars en detailhandelaars naar de consument gaan, wordt aangeduid als:
A
Direct kanaal
B
Indirect kanaal
C
Traditionele marketing
D
Mono-channel marketing
Slide 2 - Quiz
Welke van de volgende soorten producten hebben meer kans op een lang marketingkanaal?
A
Producten die vrij onbreekbaar zijn
B
Producten van weinig waarde
C
Consumentenproducten
D
Producten met een lange houdbaarheid
Slide 3 - Quiz
Welke term beschrijft het verkopen van producten door middel van een beperkt aantal zorgvuldig gekozen verkooppunten?
A
Exclusieve distributie
B
Extreme distributie
C
Selectieve distributie
D
Intensieve distributie
Slide 4 - Quiz
Een bedrijf dat probeert om een bestaand merk uit te breiden door nieuwe producten binnen dezelfde productlijn te introduceren, wordt aangeduid als:
A
Line extension
B
Trading down
C
Trading up
D
Co-branding
Slide 5 - Quiz
Jasper gaat naar de winkel voor een specifiek merk horloge. Hij zoekt zorgvuldig naar dit merk omdat hij geen ander merk wil. Een horloge is voor Jasper: a. Een unsought good b. Een shopping good c. Een specialty good d. Een convenience good
A
Een unsought good
B
Een specialty good
C
Een shopping good
D
Een convenience good
Slide 6 - Quiz
In welke van de volgende merkstrategieën worden producten verkocht zonder een specifieke merknaam, vaak met een eenvoudige verpakking en lagere prijzen?
A
Individuele merknaam
B
Multibranding
C
Extension branding
D
Generieke branding
Slide 7 - Quiz
Welke van de volgende functies wordt niet vervuld door de verpakking van een product?
A
Bescherming van het product tegen beschadiging
B
Het verhogen van de productiekosten
C
Het bieden van informatie over het product
D
Het aantrekken van de aandacht van de consument
Slide 8 - Quiz
Welke van de volgende beschrijvingen past het beste bij substitutiegoederen?
A
Goederen die elkaar kunnen vervangen in gebruik
B
Goederen die samen worden gebruikt en elkaar aanvullen
C
Goederen die een hogere prijs hebben dan vergelijkbare producten
D
Goederen die exclusief zijn en moeilijk te verkrijgen
Slide 9 - Quiz
Hoe kan integratie in de bedrijfskolom een bedrijf helpen om kosten te besparen? Geef een gedetailleerde uitleg en voorbeelden om je antwoord te ondersteunen