What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Kapitel 3 - Grammatik B
Kapitel 3 - Grammatik B
het bezittelijk voornaamwoord
1 / 18
next
Slide 1:
Slide
Duits
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
This lesson contains
18 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
10 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Kapitel 3 - Grammatik B
het bezittelijk voornaamwoord
Slide 1 - Slide
Lernziel dieser Stunde
Je kunt het bezittelijk voornaamwoord van het Nederlands naar het Duits vertalen.
Je kunt het bezittelijk voornaamwoord correct toepassen.
Slide 2 - Slide
Huh? Wie?
Slide 3 - Slide
Wat is eigenlijk een bezittelijk voornaamwoord?
Geeft een bezit aan:
b.v. mijn, jouw, zijn
Staat
voor
een zelfstandig naamwoord:
b.v. mijn huis, jouw boek, zijn fiets
Slide 4 - Slide
Voorbeelden van het bezittelijk voornaamwoord
Ik houd van
mijn
huis ---> Ich liebe
mein
Haus.
Dat is
jouw
boek. ---> Das ist
dein
Buch.
Waar is
zijn
fiets? ---> Wo ist
sein
Fahrrad?
Slide 5 - Slide
Bezittelijk voornaamwoord
der/das (m. + o.)
die (v. + mv.)
ich
mein
meine
du
dein
deine
er/sie/es
sein/ihr/sein
seine/ihre/seine
wir
unser
unsere
ihr
euer
eure
sie/Sie
ihr/Ihr
ihre/Ihre
Slide 6 - Slide
ich
ik
du
jij
er
hij
sie
zij (ev)
wir
wij
ihr
jullie
sie
zij (mv)
Sie
U
mein(e)
mijn
dein(e)
jouw
sein(e)
zijn
ihr(e)
haar
unser(e
)
ons/onze
eu(e)r(e)
jullie
ihr(e)
hun
Ihr(e)
Uw
Verschil persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden
Slide 7 - Slide
Übung macht den Meister!
Slide 8 - Slide
Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?
Wie heißt deine Oma?
A
Wie
B
heißt
C
deine
D
Oma
Slide 9 - Quiz
Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?
Ihre Mutter heißt Agnes
A
Ihre
B
Mutter
C
heißt
D
Agnes
Slide 10 - Quiz
Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?
Mein Handy ist neu!
A
Handy
B
ist
C
Mein
D
neu
Slide 11 - Quiz
Bezittelijk voornaamwoord:
vertaal: haar
A
unser
B
euer
C
ihr
D
sie
Slide 12 - Quiz
Bezittelijk voornaamwoord:
vertaal: jouw
A
dein
B
sein
C
ihr
Slide 13 - Quiz
Bezittelijk voornaamwoord:
vertaal: mijn
A
sein
B
ihr
C
mein
D
dein
Slide 14 - Quiz
M
V
O
MV
ein
eine
ein
keine
Sein.. Vater (m) ist krank
A
sein
B
seine
Slide 15 - Quiz
M
V
O
MV
ein
eine
ein
keine
Ihr.. Oma (v) hat Blumen gekauft
A
Ihr
B
Ihre
Slide 16 - Quiz
M
V
O
MV
ein
eine
ein
keine
Euer- Schule ist wegen Corona geschlossen.
A
Eure
B
Euere
Slide 17 - Quiz
Gibt es noch Fragen?
Slide 18 - Slide
More lessons like this
Kapitel 3 - Grammatik B
25 days ago
- Lesson with
18 slides
Duits
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 1
K1 persoonlijk voornaamwoord & werkwood sein
September 2019
- Lesson with
14 slides
Duits
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 1
W2a1-Duits-08012021
January 2021
- Lesson with
23 slides
Duits
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
Het bezittelijk voornaamwoord
22 days ago
- Lesson with
41 slides
Duits
Middelbare school
havo
Leerjaar 2
K3 Duits Kapitel 5 (5)
April 2024
- Lesson with
17 slides
Duits
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 3
Lektion 2 Kapitel 3 München vmbot/h
February 2025
- Lesson with
41 slides
Duits
Middelbare school
vmbo t, mavo
Leerjaar 2
K3 Duits Kapitel 5 (5)
June 2024
- Lesson with
12 slides
Duits
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 3
het bezittelijk voornaamwoord deel 1 Duits
February 2021
- Lesson with
23 slides
Duits
Middelbare school
mavo, havo
Leerjaar 1,2