This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Is een bacteriofaag een organisme?
A
Ja
B
Nee
Slide 1 - Quiz
wat voor soort eiwit is cas 9?
A
Een helicase
B
Een nuclease
C
Een protease
D
een ligase
Slide 2 - Quiz
Waardoor kun je cas9 inzetten tegen ieder mogelijk virus?
A
actief centrum oneindig veel mogelijkheden (door gRNA)
B
allosterische zijde oneindige veel mogelijkheden (door gRNA)
C
knipt altijd dsRNA, ongeacht de sequentie
D
herkent al het bacterie DNA en RNA
Slide 3 - Quiz
Welke mutatie is niet te veroorzaken met CRISPR-cas9 gentechnologie?
A
een puntmutatie
B
een deletie
C
een inversie
D
een insertie
Slide 4 - Quiz
Stel: ik wil het gen van bèta-secretase verwijderen uit het genoom van een cel. Welke onderdelen heb ik dan nodig?
Benodigde onderdelen
Liposoom
Lysosoom
tRNA
rRNA
siRNA
gRNA
cas-genen
CRISPR-genen
cas9
helicase
ligase
protease
endosoom
miRNA
Slide 5 - Drag question
Als we kijken naar de expressie van eiwitten in een cel kunnen we het beste kijken naar:
A
matrijsstreng DNA
B
coderende streng DNA
C
mRNA
D
miRNA
Slide 6 - Quiz
Wat tonen we aan met een DNA-microarray?
A
Het genoom
B
Het epigenoom
C
beide
D
geen van beide
Slide 7 - Quiz
het cDNA dat wordt gevormd door reverse transcriptase is gelijk aan:
A
matrijsstreng DNA
B
coderende streng DNA
C
mRNA
D
miRNA
Slide 8 - Quiz
De coderende streng DNA is bij een microarray aangebracht in de spots. Welke moleculen kunnen binden?
A
mRNA
B
cDNA
C
mRNA + cDNA
D
Geen van beide
Slide 9 - Quiz
Bij een microarray wordt onderzocht hoe het eiwitprofiel van een Alzheimerpatiënt (RFP) afwijkt van dat van een gezond persoon (GFP). Goede kandidaat-eiwitten voor RNAi zouden kunnen zijn?
A
groen opgelichte spots
B
rood opgelichte spots
C
geel opgelichte spots
D
zwarte spots
Slide 10 - Quiz
Stel dat de RNAi succesvol was, hoe zie je dat dan terug in de microarray?
A
groene spots worden zwarte spots
B
rode spots worden zwarte spots
C
gele spots worden zwarte spots
D
zwarte spots worden rode spots
Slide 11 - Quiz
Welke methode is geschikt voor .... Genexpressie meten van een specifiek gen in een cel
A
DNA-microarray
B
Eiwit-gelelektroforese
C
RT-PCR van cDNA
D
Massaspectrometrie
Slide 12 - Quiz
Welke methode is geschikt voor .... introns en exons identificeren
A
DNA-microarray
B
Eiwit-gelelektroforese
C
RT-PCR van cDNA
D
massaspectrometrie
Slide 13 - Quiz
Welke methode is geschikt voor .... Afwijkend epigenoom in kaart brengen