What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
ABR6 24.03.2025
Welkom!
24.03.2025
1 / 35
next
Slide 1:
Slide
Duits
MBO
Studiejaar 1
This lesson contains
35 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
180 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Welkom!
24.03.2025
Slide 1 - Slide
Planning
Terugblik
6.1
6.2
Slide 2 - Slide
Terugblik
Slide 3 - Slide
6.1
Maak tweetallen
Bekijk opdr. 13
Cursist A: leest een vraag
Cursist B: geeft een goede reactie en gebruikt de instructie tussen haakjes
Klaar? Draai de rollen om
Slide 4 - Slide
6.1
Bekijk het oranje blokje op blz. 10
Pak werkblad 6.1a
Je gaat een e-mail schrijven
Lees de opdracht
Lees de tip: welke handige zinnen kun je gebruiken?
Klaar? Bespreek je e-mail met je medecursist
Klassikaal bespreken
Slide 5 - Slide
6.1
In A2 heb je geleerd hoe je over de
toekomst
kunt praten.
Voorbeeld?
Met een vorm van ''gaan'' en een tweede (hele) werkwoord
Bijvoorbeeld: Ik ga een boek schrijven. / Ik ga boodschappen doen.
Met de tegen
woordige tijd en een woord over tijd (zoals overmorgen, komend weekend, straks)
Bijvoorbeeld: Vanavond eet ik pasta. / Dit weekend komt mijn familie.
Slide 6 - Slide
6.1
Je kunt ook op een andere manier over de toekomst praten.
Je gebruikt het werkwoord ''zullen'' + een tweede werkwoord
1. Je gebruikt het werkwoord ''zullen'' bij officiële situaties.
of
2. Iemand vertelt over verwachtingen voor de toekomst.
De koning zal het nieuwe museum officieel openen.
De toets zal op 29 mei zijn.
De woningbouw zal het probleem oplossen.
Slide 7 - Slide
6.1
Bekijk opdr. 16
Gaat de zin over de toekomst?
Kruis ja / nee aan
Bespreken
Slide 8 - Slide
6.1
Maak tweetallen
Pak werkblad 6.1b
Slide 9 - Slide
6.2
Heb jij een keer stage gelopen?
Zo ja, waar heb je stage gelopen?
Hoe vond je dat?
Slide 10 - Slide
6.2
Lees de zinnen bij opdr. 18
Wat doe en leer je tijdens een stage?
Beantwoord opdr. 18
Slide 11 - Slide
6.2
Blauwe woorden (blz. 15 + 16)
Slide 12 - Slide
6.2
Bekijk het oranje blokje op blz. 13
Tips bij het lezen
Slide 13 - Slide
6.2
Bekijk de tekst op blz. 12
Maak opdr. 19, 21, 22 + 23 zelfstandig
Bespreken
Slide 14 - Slide
6.2
Bekijk het rode blokje op blz. 14
Wat zijn verbindingswoorden, denk je?
Welke woorden ken je al?
Bijvoorbeeld: want, omdat, dus, om ..te, maar, en, dus, eerst, daarna....
Met verbindingswoorden laat je een
verband
zien
tussen dingen/zinnen.
Verbindingswoorden zorgen voor
structuur.
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
wordwall.net
Slide 17 - Link
6.2
Maak tweetallen
Pak werkblad 6.2a
Onderstreep de zin/het zinsdeel met de oorzaak
Bespreek jullie antwoorden met een ander tweetal
Klassikaal bespreken
Slide 18 - Slide
6.2
Klassikaal: opdr. 24
Maak opdr. 25 en 26 zelfstandig
Bespreek je antwoorden met je medecursist
Klassikaal bespreken
Slide 19 - Slide
Twee weken geleden heb ik gesolliciteerd op een vacature. Inmiddels ...
Slide 20 - Open question
Yusuf zag een mooie jas in de winkel. Toch ...
Slide 21 - Open question
Het is mijn grote droom om kapper te worden. Daarvoor ...
Slide 22 - Open question
Ik kon vanochtend mijn telefoon niet vinden. Hierdoor ...
Slide 23 - Open question
We gaan naar het centrum om te eten. Daarnaast ...
Slide 24 - Open question
6.2
Maak zelfstandig opdr. 27, 28 + 29
Bespreken
Slide 25 - Slide
6.2
Maak tweetallen
Maak samen opdr. 30
Bekijk opdr. 31
Spreek samen
Maak zinnen met de woorden
Klassikaal bespreken
Slide 26 - Slide
6.2
Maak groepjes van 3 cursisten
Je gaat een spel spelen: het verboden woord
Bekijk het voorbeeld op werkblad 6.2b(1)
Pak de stapel met speelkaartjes
Slide 27 - Slide
Verboden woord-spel
Slide 28 - Slide
Verboden woord-spel
Slide 29 - Slide
6.2
Bekijk het rode blokje op blz. 17
Verbindingswoorden daardoor, hiervoor, daarom
Daardoor: geeft een oorzaak aan (waardoor?)
Voorbeelden:
De straat was vanmorgen glad. Daardoor ben ik uitgegleden.
Ik ging gisteravond laat naar bed. Daardoor ben ik nu erg moe.
Volgende week heeft Misha vakantie. Daardoor kan ze lekker uitrusten.
Ander voorbeeld?
Slide 30 - Slide
6.2
Hiervoor
gebruik je:
1) voor wat je noemt of voor dat waar je naar wijst
2) om deze reden (waarvoor?)
Voorbeelden:
Morgen wordt Samir 25 jaar. Hiervoor geeft hij een feestje.
Gina gaat naar Amerika. Hiervoor moet ze een visum aanvragen.
Mijn vader heeft een operatie gehad en heeft veel pijn. Hiervoor krijgt hij pijnstillers.
Slide 31 - Slide
6.2
D
aarom gebruik je om een reden te noemen (waarom?).
Voorbeelden:
De zon schijnt erg fel vandaag. Daarom draag ik een zonnebril.
De trein heeft vertraging. Daarom is Gamze te laat op school.
De auto van Luca is kapot. Daarom is hij met de fiets naar school gekomen.
Slide 32 - Slide
6.2
Een
verbindingswoord
kan
aan het begin
van een
hoofdzin
staan.
Na het verbindingswoord
staat
direct
het
eerste werkwoord
.
Mijn laptop is kapot.
Daardoor kan
ik niet werken.
Morgen gaan we een schrijftoets doen.
Hiervoor heb
je goede schrijfspullen nodig.
Slide 33 - Slide
6.2
Een verbindingswoord kan ook
in het midden
van een hoofdzin staan. Het staat dan
meestal
na
het eerste werkwoord
.
Voorbeelden:
Yulia is ziek. Ze
blijft daardoor
een dag thuis.
Morgen geef ik een feestje. Ik
moet hiervoor
nog veel boodschappen doen.
De ID-kaart van Sergey is bijna verlopen. Hij
moet daarom
een nieuwe aanvragen.
Slide 34 - Slide
6.2
Bekijk opdr. 33
Zin 1+2 samen
Maak zin 3 t/m 8 zelfstandig
Maak opdr. 34 zelfstandig
Bespreken
Slide 35 - Slide
More lessons like this
ABT3 10.01.2025
January 2025
- Lesson with
19 slides
Duits
MBO
Studiejaar 1
ABT3 10.01.2025
January 2025
- Lesson with
13 slides
Duits
MBO
Studiejaar 1
ABR6 06.01.2025
January 2025
- Lesson with
19 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABR7 18.03.2025
16 days ago
- Lesson with
27 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABR7 17.03.2025
18 days ago
- Lesson with
28 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABR7 03.09.2024
September 2024
- Lesson with
15 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABR6 25.11.2024
November 2024
- Lesson with
21 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1
ABR7 24.03.2025
13 days ago
- Lesson with
41 slides
Anders
MBO
Studiejaar 1