Theorie PTA-videografie 2

Theorie PTA-
v ideografie 2
1 / 28
next
Slide 1: Slide
MVIMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Theorie PTA-
v ideografie 2

Slide 1 - Slide

Bij welk genre hoort tot de
sience-fictionfilm??
A
speelfilm
B
animatie
C
nieuws
D
documentaire

Slide 2 - Quiz

Welk genre hoort bijde
non- fictiefilm??
A
Misdaad
B
documentaire
C
nieuws
D
Sience-fiction

Slide 3 - Quiz

Een vlog kan zowel fictief als
non-fictief zijn
A
correct
B
fout

Slide 4 - Quiz

Nieuws is gebaseerd op de werkelijheid, op wat waar gebeurd is.
A
Dit klopt
B
C
D
Dit klopt niet

Slide 5 - Quiz

Voor een documentaire is het erg belangrijk:
A
om vooraf alles tot in detail uit te werken ( script, decor, kleding locatie)
B
vooraf fgoed op de hogte te zijn van de inhoud van het thema; vooraf bestuderen en in te lezen.
C
dat de cameravoering subjectief is.
D
dat je de interviews spontaan, zonder al te veel voorbereiding kunt doen.

Slide 6 - Quiz

Een concept in de film betekent dat:
A
het verhaal in je hoofd zit
B
het gaat over iets dat echt gebeurd is.
C
jouw idee waarover het gaat duidelijk is
D
acteurs echte mensen spelen.

Slide 7 - Quiz

In het conceptvoorstel zit je idee, je werktitel en een aanduiding van het genre.
A
Klopt niet, want je kunt zonder het script nog niet op zoek naar geld om de film te maken
B
KLOP NIET. Een werktitel is onvoldoende - definitieve titel van de film moet rond zijn.
C
KLOPT. Een werktitel kan wel nog veranderen.
D
KLOP NIET, acteurs moeten alles ingestudeerd hebben

Slide 8 - Quiz

Research doen betekent:
A
onderzoek doen voor je film
B
brainstormen
C
interviews houden
D
werktitel verzinnen

Slide 9 - Quiz

Wat is een doelgroep in de film?
A
De beoogde kijkers van de film
B
De acteurs van de film
C
Het budget van de film
D
De regisseur van de film

Slide 10 - Quiz

Uitsnede, camerastandpunt en camerabeweging vind je in:
A
script
B
concept
C
storyboard
D
moodboard

Slide 11 - Quiz

een script of screenplay wordt gebruikt door:
A
de cameraman (ziet zijn camerastandpunten)
B
geluidstechnicus ( weet wat hij moet opnemen)
C
de acteur ( oefent zijn teksten)
D
regiseur ( om aanwijzingen op de set te geven)

Slide 12 - Quiz

Met de screenplay wordt bedoelt:
A
dat de kijker dicht op de actie zit.
B
de tekst die de acteurs woord voor woord uitspreken
C
alles wat de kijker hoort en ziet uitgeschreven
D
dat de locatie duidelijk is

Slide 13 - Quiz

Welk camerastandpunten zie
je net voordat de twee hitman
het apartement naar binnen gaan?
A
close up
B
OVS ( overshoulder)
C
OVS - close up
D
medium shot - ovs

Slide 14 - Quiz

Afwisseling van perspectieven, de
camerastandpunten en
beelduitsnedes, zorgt er voor dat je als kijker voelt:
A
hoe het verhaal verder gaat
B
wie de macht heeft, wie de baas is
C
dat het verhaal zich langzaam maar zeker ontwikkelt
D
dat de twee hitman vriendelijker worden

Slide 15 - Quiz

Wat wordt hier uitgelegd?
context: film komt in 1994 in de bioscoop.
A
mayonaise in plaats van ketchup bij de friet in normaal in Nederland
B
Nederlandse politie mag niet zo maar fouileren op straat
C
In Nederland is softdrugsgebruik legaal, maar er wordt wel verwacht anderen niet lastig ermee te vallen
D
Een quarterpounder heet in Frankrijk "le big Mac"

Slide 16 - Quiz

Welke lichtrichting zien we in minuut 1.14
A
zijlicht
B
tegenlicht
C
voorlicht
D
spotlight

Slide 17 - Quiz

Welke beelduitsnede
/compositie zien we in minuut 2.01
A
close up
B
mediumshot
C
ovs
D
extreme close up

Slide 18 - Quiz

Welke lichtrichting zien
we in minuut 1.32
A
zijlicht
B
tegenlicht
C
voorlicht
D
spotlight

Slide 19 - Quiz

Welke perspectief
of camerastandpunt zien
we in minuut 3.37?
A
neutraal
B
vogelperspectief
C
kikkerperspectief
D
extreme close up

Slide 20 - Quiz

-> t/m 7 <-
Welke camerastandbeweging zien
we in minuut 0.40?
A
tilt
B
panorama shot
C
lift
D
extreme close up

Slide 21 - Quiz

-> t/m 7 <-
Welke camerastandbeweging zien
we in minuut 0.40 ?
A
neutraal
B
vogelperspectief
C
kikkerperspectief
D
extreme close up

Slide 22 - Quiz

Welke perspectief
Welk camerastandpunt zien
we in minuut 0.23?
A
neutraal
B
vogelperspectief
C
etablishingshot
D
kikkerperspectief

Slide 23 - Quiz

Is er sprake van sett noise?
A
ja, op achtergrond hoor je krekels tsjilpen
B
je hoort heel duidelijk het laden van de geweren en pistolen
C
alle geluidwn klinken goed op de sett
D
alle stemmen klinken goed - geen noise

Slide 24 - Quiz

Is dit een subjectieve of objectieve opname?
A
subjectief - je kijk door de ogen van Mr. Candy
B
je staat erbij en kijkt er naar.

Slide 25 - Quiz


Hier zien we
een voorbeeld van
A
de hoofdrolspeler
B
research
C
props en decor
D
sfeer

Slide 26 - Quiz

Bij seconde 37 -38 hoor je geluid. Hoe heet dit geluid?
A
sett noise
B
off screen geluid
C
none inframe sound
D
paarden gehinnik

Slide 27 - Quiz

Je ziet hier de geluids-
technicus in actie met een :
A
reportage microfoon
B
richtmicrofoon
C
hengelmicrofoon
D
dasspeldmicrofoon

Slide 28 - Quiz