Een waarheid als een koe

Een waarheid als een koe
1 / 46
next
Slide 1: Slide
Natuur, Leven en TechnologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 5,6

This lesson contains 46 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Een waarheid als een koe

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Deel 1
De hoofdstukken 1 t/m 9 worden behandeld, behalve hoofdstuk 6.
Iedere leerling maakt een word-bestand aan en deelt deze met mij. Naam: NLT waarheid als een koe-jouw naam. Dit maak je deze les aan!
Op 6 maart wordt een toets gemaakt over deze stof (staat al  in Som, niet gekoppeld nog aan een les).

Slide 3 - Slide

Deel 2
Je wordt ingedeeld in groepen  van 3.
Op inschrijving ga je één van de dierziekten uit hoofdstuk 10  onderzoeken. Hiervan maak je een infoblad. Dit telt voor 10% mee.

Slide 4 - Slide

Deel 3
Eindopdracht: analyse aan de hand van 2 artikelen, individueel. Dit telt 40% mee. In som ingepland voor 14 maart.

Slide 5 - Slide

Leerdoelen
  • De belangen van producent, consument en dier/dierenwelzijn onderscheiden en uitleggen;
  • De interacties tussen producent, consument en dier/dierenwelzijn beschrijven en toelichten;
  • De rol van grootschalige productie, klimaatverandering  en transport op ontstaan en verspreiding dierziekten geven;
  • In zicht in gevaar op menselijke gezondheid van uitbraak.

Slide 6 - Slide

Les 1
Lees hoofdstuk 1, maak opdr 1 Mindmap.

Slide 7 - Slide

Ho 2 Ziekteverwekkers
Vier typen:
  1. Bacteriën
  2. Virussen
  3. Schimmels
  4. Prionen
1 t/m 3 zijn micro-organismen, 4 een eiwit.

Slide 8 - Slide

Bacteriën
Breken dode organismen af:
voedingsstoffen
Voortplanting: celdeling: 20 min.
Ongunstig: (endo)sporen: Overleven hitte en droogte
Pathogene bacteriën maken ziek door gifstoffen
Antibiotica!

Slide 9 - Slide

Virussen
Ca 0,1 um groot
Dringen cel  binnen: sleutel-slot principe
Voortplanting: cel gebruikt voor vermeerdering
Ongevoelig voor antibiotica

Slide 10 - Slide

Schimmels
Twee vormen:
  • Meercellig: schimmeldraden
  • Eencellig: gist
Voeding: stoffen uit cellen (dood of levend)
Voortplanting: sporen: einde schimmeldraad
Leefwijzen: saprofytisch, symbiotisch, parasitair
Parasitaire schimmels zijn ziekmakend

Slide 11 - Slide

Prionen
Afwijkende eiwitten die andere eiwitten beïnvloeden
Dringen cellen binnen
Worden niet afgebroken, evt ook de beïnvloede eiwitten niet afgebroken
Tasten hersencellen  aan

Slide 12 - Slide

Ho 3 Ziekteoverdracht
Ziekten voorkómen:
  • geen besmetting: beperken van contact: gesloten bedrijf
  • Wel besmetting, vitale dieren worden minder ziek

Vitale dieren door goede weerstand: goede hygiëne, gezonde leefomgeving:  frisse lucht, goede voeding

Slide 13 - Slide

Voeding: bij productie micro-organismen buitensluiten
Bijv: pasteuriseren melk.

Lichaam  houdt micro-organismen buiten,  anders immuunsysteem aan het werk.

Slide 14 - Slide

3.2 Afweer
Infectie: binnendringen van ziekteverwekker.
Afweer tegen binnendringen:
  1. aspecifiek: a. mechanisch: huid en slijmvliezen
b. chemisch: maagzuur
Daarnaast: diarree, braken en koorts
c. microbiële barrière: huidflora en darmflora
Antibioticum: doodt darmflora

Slide 15 - Slide

2. Specifieke afweer: antistoffen tegen één ziekteverwekker
Stappen:
a. witte bloedcellen gaan naar bloed of weefselvocht
b. Bacterie of virus wordt ingesloten en onschadelijk
c. Vervolgens worden lymfocyten actief die passende antistoffen maken tegen deze ziekteverwekker

Slide 16 - Slide

Ziekteverwekker onschadelijk gemaakt
Immuniteit door geheugencellen

Slide 17 - Slide

3.3 Verspreiding van ziekten
Besmetting overgebracht via lichaamsvocht of lucht
Verspreiding via lucht beter bij droog, warm weer 

Slide 18 - Slide

Ho 4 Snoepjesproef
Doel: epidemie nabootsen die via handen schudden verspreid wordt. 
Een week na het inzetten wordt het resultaat bekeken.
Van dit practicum wordt een verslag gemaakt.

Slide 19 - Slide

Ho 5 Ziektebestrijding
Goede hygiëne en goed voer zijn essentieel. 
Preventie: Vaccineren, antibiotica.

Slide 20 - Slide

Vaccineren
Doel: immuniteit opwekken voor een bepaalde ziekte.
16e eeuw: variolatie: etter uit wonden gebruiken.
18e eeuw: koepokken als immunisatie.

Virulentie is evenredig met immuunrespons: dood weinig respons, niet ziek, levend veel respons, wel ziek.

Slide 21 - Slide

Markervaccin
Gevaccineerde dieren zijn te onderscheiden van geïnfecteerde dieren. 
Antilichamen opgewekt met het markervaccin anders dan antilichamen na infectie.

Slide 22 - Slide

Griepvaccin
Antigenen van griepvirus veranderen continu,
vaccin maken is daardoor lastig.

Slide 23 - Slide

Immunisatie
Actief: zelf antistoffen maken + geheugen.
Passief: antistoffen toegediend, geen geheugen.
Natuurlijk passief: via placenta, in moedermelk.
Wanneer passief: als je anders al dood bent.

Slide 24 - Slide

5.2 Antibiotica
  • Ziekteverwekker remmen in groei of doden 
  • Verstoren aanmaak celwand
  • of eiwitsynthese geremd
  • Door schimmels gemaakt tegen bacteriën
  • Werken niet tegen virussen: gebruiken enzymen gastheer
  • Vroeger standaard in veevoer, nu niet meer

Slide 25 - Slide

Antibiotica resistentie
  • Bacterie maakt enzym om antibioticum af te breken
  •  Staat op plasmide: doorgegeven via conjugatie
  • Vooral bij korte, frequente blootstelling: bacteriën die overleven wisselen resistentie  uit
  • MRSA: Staphylococcus die tegen alle antibiotica kan

Slide 26 - Slide

Uitzending BNNVARA Opnieuw Antibiotica alarm volgende dia

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Link

Ho 7 Ziekten van gewas en vee
Halverwege 18e eeuw: veepest: zorgde voor overlijden runderen binnen 4 dagen
Halverwege 19e eeuw: aardappelziekte door Phytophtora: hongersnood in Ierland

Slide 29 - Slide

7.2 Veeziekten nu
Grotere risico's voor besmetting en verspreiding:
  1. Grotere aantallen dieren
  2. Weinig genetische variatie
  3. Meer transport van dieren

Slide 30 - Slide

Verkleining van risico's
  1. Stallen zijn sterk verbeterd
  2. Maatregelen op ziektepreventie en - bestrijding 

Slide 31 - Slide

Belangrijke ziekten
Blauwtong
MRSA
MKZ
Salmonella
BSE
Vogelgriep

Slide 32 - Slide

7.3 Moderne landbouw
Fokkerij verhoogt productie van dieren: Vleesvarkens groeien sneller, dikbilstieren, efficiënte melkkoeien

Fokken: KI: van één stier veel nakomelingen
Nadeel: daling vitaliteit, - vruchtbaarheid en vatbaarder ziekte

Voorkómen: behoud van gene pool

Slide 33 - Slide

Overdracht ziekten
  • Direct: via lucht, speeksel of sperma
  • Indirect: urine, bloed of mest
  • Tijdens en door transport
  • Schaalvergroting landbouw

Reactie: biologische landbouw!

Slide 34 - Slide

7.4 Natuur versus landbouw
Natuurbeleid: achteruitgang in variatie tegengaan
Daarvoor moeten dieren zich vrij bewegen: ecologische hoofdstructuur: netwerk van natuurterreinen

Nadeel: verspreiding van ziekten over groter gebied:
Varkenspest en vogelgriep (H5N1)
Ophokplicht pluimvee vanwege trekvogels

Slide 35 - Slide

Uitzending "Dodelijke griep" vraag 18 op volgende dia.

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Link

7.5 Maatregelen
Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselveiligheid:
  • regelgeving: binnen EU
  • binnen NL: Identificatie- en Registratiesysteem: oormerk, halsband of chip
  • Crisishandboeken
  • Compartimentering

Slide 38 - Slide

Bestrijding
Preventief: voorkómen: 
  1. contacten voorkómen
  2. vaccineren
Curatief: genezen
Destructief

Slide 39 - Slide

Ho 8 Schaalvergroting en transport
Invloed op voorkómen van verspreiding
Tot einde WO II: ieder gezin  produceerde eigen voedsel
Daarna: landbouwpolitiek: 
  • zelf goedkoop en veel voedsel maken
  • arbeidskrachten in industrie

Slide 40 - Slide

EU landbouwpolitiek
Subsidies om grootschalige landbouw te ontwikkelen voor EU
Boeren gaan specialiseren
Per bedrijf steeds meer dieren: schaalvergroting
minder bedrijven, productie ok
productie hoger
ontstaan megastallen

Slide 41 - Slide

8.2 Transport
Dieren, dierproducten of veevoer
Veroorzaker grotere kans op overdracht besmetting
Transport over hele wereld
Veel grondstoffen veevoer uit buitenland
Nederlandse landbouwproducten vooral geëxporteerd
Mest blijft achter: groot probleem!
Ook grote hoeveelheden vliegvakanties een probleem.

Slide 42 - Slide

Ho 9 Klimaatverandering en zoönose
Tropen: klimaat is ongunstiger, ook meer ernstige epidemieën
Daardoor rond evenaar veel armoede
Hier door kou insecten en parasieten gedood
Door klimaatverandering meer ziekten:  blauwtong en ziekte van Lyme

Slide 43 - Slide

Blauwtong
Virusziekte
zuurstofgebrek in weefsel
Knutten brengen ziekte over
Na 2006 blauwtong in heel Europa

Slide 44 - Slide

Ziekte van Lyme
Teek komt meer voor door warmere klimaat
Bijt zich vol met bloed, daardoor ook bacterie Borrelia burgdorferi overgebracht
Mensen komen meer in natuur, daardoor meer tekenbeten
Voorbeeld van zoönose

Slide 45 - Slide

Zoönose
infectieziekte van dier naar mens
Ook ingezet bij oorlogen

Slide 46 - Slide