Hart en bloedsomloop (hypertensie en decompensatio cordis)

   Hart en bloedsomloop                
Hypertensie
en
Hartfalen
1 / 50
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

   Hart en bloedsomloop                
Hypertensie
en
Hartfalen

Slide 1 - Slide

Functie van hart en bloedsomloop
Bloed moet stromen!!!!

Aan stilstaand bloed heb je NIETS!

Hart en bloedvaten hebben tot doel om stoffen op te nemen uit de weefsels, te transporteren naar andere weefsels en daar weer af te geven. 

Slide 2 - Slide

Linker ventrikel
Rechter ventrikel
Linker atrium
Rechter atrium

Slide 3 - Drag question

Rechter arteria pulmonalis
Linker arteria pulmonalis
Rechter venae pulmonalis
Linker venae pulmonalis
Vena cava inferior
Vena cava superior

Aorta

Slide 4 - Drag question

Wat is de functie van hartkleppen?
A
Verder duwen van het bloed
B
Scheiden van zuurstofrijk en zuurstofarm bloed
C
Zorgen dat bloed niet terug kan stromen
D
Regelen van de stroomsnelheid van het bloed

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

                   Bloedsomloop
In de grote bloedsomloop zijn de 
slagaders zuurstofrijk, in de kleine 
bloedsomloop zijn ze zuurstofarm. 
Voor de aders geldt het omgekeerde.

In de haarvaten verandert het bloed 
van samenstelling. 

Slide 8 - Slide

Kleine bloedsomloop
De kleine bloedsomloop heeft slechts één functie
- gaswisseling van zuurstof en koolstofdioxide. 

Dit is echter wel van levensbelang; 
geen kleine bloedsomloop = geen zuurstof in het lichaam 
                                                                                                          = geen leven.  




Slide 9 - Slide

Grote bloedsomloop
De grote bloedsomloop:
- Brengt zuurstof en voeding naar de weefsels/ organen.
- Haalt koolstofdioxide en andere afvalstoffen op uit de weefsels/ organen. 
- Neemt opgenomen voedingsstoffen mee uit de darmen.
- Brengt afvalstoffen naar de lever en de nieren. 
- Brengt hormonen van de hormoonklieren naar de rest van het lichaam. 
- Brengt antistoffen uit de lymfeklieren naar de plek van de infectie. 
- Verdeelt de warmte over het lichaam. 


Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Wanneer je bij iemand de pols voelt, wat voel je dan precies?
A
Het uitrekken van de slagaderwand
B
Het uitrekken van de aderwand
C
Het sluiten van de hartkleppen
D
Het sluiten van de kleppen in de aders

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Wanneer je onder narcose gaat, wordt je beademd. Je hart blijft echter zelf doorkloppen. Hoe komt dit?
A
Ademhaling wordt aangestuurd door de hersenen; de hartslag niet.
B
Het deel van de hersenen dat hartslag regelt is niet gevoelig voor de narcose.
C
Ademhaling wordt niet aangestuurd door de hersenen; de hartslag wel.
D
In de narcose zit een medicijn dat je hartslag gaat regelen.

Slide 16 - Quiz

Electrische activatie hartspier

Slide 17 - Slide

Wat zijn de kransslagaders?
A
Bloedvaten met zuurstofrijk bloed in de huid.
B
Bloedvaten met zuurstofrijk bloed op het hart.
C
Bloedvaten met zuurstofarm bloed in de buikholte.
D
Bloedvaten met zuurstofarm bloed in de schedelholte.

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

Bloeddruk en hypertensie

Slide 20 - Slide

Is de bloeddruk in alle bloedvaten even hoog?
A
Ja, in alle bloedvaten is de bloeddruk (bijna) hetzelfde
B
Nee, de bloeddruk in de hele grote bloedsomloop is hoger dan in de hele kleine bloedsomloop
C
Nee, de bloeddruk is hoger in de haarvaten dan in de aders en slagaders
D
Nee, de bloeddruk is hoger in de slagaders dan in de haarvaten en aders.

Slide 21 - Quiz

Een arteriële bloeddrukmeting levert 2 waarden op, bijv. 125 / 83.

Wat is de medische naam voor het eerste getal?
A
Diastolische bloeddruk
B
Systolische bloeddruk
C
Primaire bloeddruk
D
Secundaire bloeddruk

Slide 22 - Quiz

Wat is de 'systole'?
A
De fase waarin de hartkamers samentrekken.
B
De fase waarin de hartkamers ontspannen.
C
De fase waarin de slagaderwanden samentrekken.
D
De fase waarin de slagaderwanden ontspannen.

Slide 23 - Quiz

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

Bloeddruk
De hoogte van de bloeddruk is afhankelijk van 4 factoren: 
  • De hoeveelheid bloed in de vaten/ de vulling van de vaten.
  • De kracht waarmee de linker kamer het bloed uitpompt.
  • De perifere weerstand (= mate van vernauwing van de arteriolen (slagadertakjes)).
  • De ruimte in de slagaderen en de rekbaarheid van de slagaderwand.


Slide 26 - Slide

Het hartminuutvolume geeft aan hoeveel bloed het hart per minuut uitpompt.

Hoe bereken je het hartminuutvolume?
A
2 x de hartfrequentie
B
4 x de hartfrequentie
C
hartfrequentie x slagvolume
D
hartfrequentie / slagvolume

Slide 27 - Quiz

Hebben hartfrequentie en slagvolume invloed op de bloeddruk?
A
Nee, nauwelijks
B
Nee, tenzij je last hebt van atherosclerose
C
Je, vooral het slagvolume heeft veel invloed
D
Ja, vooral de hartfrequentie heeft veel invloed

Slide 28 - Quiz

Boven welke bloeddrukwaarden is er sprake van 'hoge bloeddruk' (hypertensie)?
Noteer de systolische en diastolisch waarde.

Slide 29 - Open question

Oorzaken hypertensie
- Vaak niet één duidelijke oorzaak; combinatie van leeftijd, overgewicht, familiaire aanleg en/of leefstijl*, komt vaker voor bij mannen.  (= essentiële hypertensie)

Secundaire hypertensie:
- nierziekte, te hoge productie van schildklierhormoon, cortisol of adrenaline. 
- suikerziekte (diabetes)
-  bijwerkingen medicatie (anticonceptie, NSAID's)
- overmatig gebruik van drop of zoethoutthee

*Leefstijl: roken, alcohol en/of andere drugs, ongezond eten, stress.

Slide 30 - Slide

Symptomen hypertensie
Alleen bij extreem hoge bloeddruk ontstaan er meestal klacht; misselijkheid; overgeven; wazig zien; hoofdpijn.

Meeste mensen merken niets van hypertensie tot het moment dat ze complicaties krijgen; bijv. ernstige atherosclerose, hart-/herseninfarct, hersenbloeding, hartfalen. 

Slide 31 - Slide

Symptomen hypertensie
Alleen bij extreem hoge bloeddruk ontstaan er meestal klacht; misselijkheid; overgeven; wazig zien; hoofdpijn.

Meeste mensen merken niets van hypertensie tot het moment dat ze complicaties krijgen; bijv. ernstige atherosclerose, hart-/herseninfarct, hersenbloeding, hartfalen. 

Slide 32 - Slide

Stelling 1: Atherosclerose is een oorzaak van hypertensie.
Stelling 2: Hypertensie is een oorzaak van atherosclerose.
A
Stelling 1 en 2 zijn beide juist
B
Stelling 1 en 2 zijn beide onjuist.
C
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist.
D
Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist.

Slide 33 - Quiz

Gevolgen/ complicaties
van hypertensie

Slide 34 - Mind map

Diagnostiek
- Herhaaldelijke bloeddrukmetingen, evt. 24-uursmeting.

Onderzoek naar mogelijke oorzaken of complicaties
- Hart: auscultatie, evt. echo of ECG
- Bloedonderzoek: functie organen als nieren, lever en hart.
- Ogen (bij extreem hoge bloeddruk)


Slide 35 - Slide

Behandeling
Leefstijl:                                                                                        Medicatie: 
- Gezonde voeding; weinig zout, weinig alcohol       - ACE-remmer
- Iedere dag minimaal een halfuur bewegen.             - Diureticum
- Niet roken                                                                                  -  Beta-blokker 
- Afvallen bij overgewicht                                                     -  Calciumantagonist
- Geen drugs gebruiken.

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Video

Geef een omschrijving van decompensatio cordis (hartfalen)

Slide 38 - Open question

Slide 39 - Video

Mogelijke oorzaken
van decompensatio
cordis

Slide 40 - Mind map

Oorzaken van hartfalen
Oorzaak is vaak multifactorieel, met één/ enkele hoofdoorza(a)k(en).
- Verminderde pompkracht; o.a. na M.I., bij coronaire arteriosclerose (A.P.) hartritmestoornissen (bijv. atriumfibrilleren), aantasting hartspier (cardiomyopathie) of door gebruik van bijv. bètablokkers.
- Meer pompkracht nodig voor gelijke cardiac output; o.a. hartklepgebreken, hypertensie, longembolie.
- Verhoogde behoefte cardiac output; o.a. COPD/ Astma-aanval, infectie/ koorts, status epilepticus, overgewicht, hyperthyreoïdie

Slide 41 - Slide

Indeling van hartfalen
Verschillende manieren om hartfalen in te delen: 
- Systolisch of diastolisch: probleem met uitpompen of probleem met vulling. 
- Linkszijdig of rechtzijdig: welk deel van het hart functioneert slechter/ het slechtst.
- Chronisch, acuut of tijdelijk: snelheid van ontstaan en prognose. 

Slide 42 - Slide

Wel een symptoom
Geen symptoom
Enkeloedeem
Rode, warme handen en voeten
Kriebelhoest
Bleke, koude handen en voeten
Gewichts-toename
Benauwdheid
Gewichts-afname
Wazig zicht

Slide 43 - Drag question

Slide 44 - Slide

Slide 45 - Video

Ernst van hartfalen

Slide 46 - Slide

Behandeling hartfalen
Medicamenteus
- Diuretica; verminderen het bloedvolume en daarmee de hoeveelheid die het hart moet rondpompen. 
- Beta-blokkers: verlagen de bloeddruk en daarmee ook de last van het hart.
- Vaatverwijders (nitraten, ACE-remmers, AT-II-antagonisten): verlagen de bloeddruk
- Digoxine: verhoogt de pompkracht van het hart

Slide 47 - Slide

Behandeling hartfalen
Leefregels op het gebied van .....
- inspanning;
- gebruik van zout;
- inname van vocht;
- gewicht;
- gebruik van alcohol en roken;
- slaapproblemen;
- medicatie;
- acceptatie en verwerking;
- mantelzorg.


Slide 48 - Slide

Behandeling hartfalen
Afhankelijk van oorzaak
- Aanpak hartritmestoornissen; medicatie, operatie, pacemaker
- Aanpak vernauwing kransslagaders; dotteren, bypass
- Hartklep: operatie
- .......



Slide 49 - Slide

The end

Slide 50 - Slide