Herhaling DNA oefenen

Programma
Belangrijke onderwerpen + oefenvragen DNA (30 min)
Beantwoorden van open en meerkeuzevragen (10 min)
oefenvragen waar we toen niet aan toe zijn gekomen ;) (30 min)
1 / 14
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Programma
Belangrijke onderwerpen + oefenvragen DNA (30 min)
Beantwoorden van open en meerkeuzevragen (10 min)
oefenvragen waar we toen niet aan toe zijn gekomen ;) (30 min)

Slide 1 - Slide

Oefenvragen Lessonup

Herhaling DNA

Slide 2 - Slide

In het kort
B2 DNA-replicatie (DNA -> 2x DNA (tijdens S-fase van celcyclus)) (niet de DNA technieken)
- Celdeling
B3 en 4 Eiwitsynthese (DNA -> mRNA -> eiwit)
- Transcriptie 
- Splicing
- Translatie 
B5 Genregulatie: genen aan en uitzetten
- prokaryoten:(lac)operon
- eukaryoten: RNAi, DNA methylering, transcriptiefactoren
B6 Mutaties:
- puntmutaties, frameshift/ verandering leesraam

Slide 3 - Slide

DNA polymerase
DNA ligase
replicatierichting
volgende streng
leidende streng

Slide 4 - Drag question

Replicatie
Transcriptie
wanneer?
H-bruggen verbroken door....
start bij...
stopt bij...
namen strengen
Voorafgaand aan celdeling
altijd gedurende leven v/e  cel
helicase
replicatiestartpunt
einde chromosoom
leidende
volgende
RNA-polymerase
promotor
eindsignaal
template
coderende

Slide 5 - Drag question

Pre mRNA
mRNA
Gebruik je Binas en sleep de juiste termen bij naar de juiste plek
5'G-cap
UTR
Exon
Poly A-staart
Intron

Slide 6 - Drag question

Eiwitsynthese
Er worden drie beweringen gedaan over eiwitsynthese. Geef (door te slepen) aan bij elke stelling of deze wel of niet juist is.
1. Eiwitsynthese vindt alleen plaats in ribosomen die gebonden zijn aan het endoplasmatisch reticulum.
Wel
Niet
 2. tRNA moleculen vervoeren aminozuren naar de ribosomen.
  3. Een codon kan coderen voor meer dan één aminozuur.

Slide 7 - Drag question


Basen van het DNA
Bij de chemische analyse van de basen van het DNA van een bepaald organisme vinden onderzoekers dat 23% van de basen adenine is.

Wat is dan de procentuele samenstelling van de basen van het DNA?
A
23% adenine, 23% cytosine, 27% guanine en 27% uracil
B
23% adenine, 27% cytosine, 27% guanine en 23% uracil
C
23% adenine, 23% cytosine, 27% guanine en 27% thymine
D
23% adenine, 27% cytosine, 27% guanine en 23% thymine

Slide 8 - Quiz


Transcriptie
Een DNA-fragment dat is geïsoleerd uit een Coli-bacterie heeft de volgende volgorde:
    5' – GTAGCCTACCCATAGG – 3' (coderende streng)
Vanaf de matrijsstreng wordt mRNA gemaakt. Welke basenvolgorde heeft dit mRNA?

A
3' --CAUCGGAUGGGUAUCC-- 5'
B
5' --GUAGCCUACCCAUAGG-- 3'
C
5' --GGAUACCCAUCCGAUG-- 3'
D
5' --CACAGAUACCCAGAUG-- 3'

Slide 9 - Quiz


Translatie
Een RNA-fragment dat is geïsoleerd uit een Coli-bacterie heeft de volgende volgorde:
    5' – AAGGCCCCAUCCAGG – 3'
Als tRNAAla het ribosoom loslaat, welk tRNA is dan het volgende dat zich aan het ribosoom bindt?

A
tRNATyr
B
tRNAPro
C
tRNAVal
D
tRNAArg

Slide 10 - Quiz


Eiwitsynthese
In de afbeelding is een zeer vereenvoudigd schema van het proces van eiwitsynthese.
- Geef de namen van de processen die in de afbeelding zijn weergegeven met stap 1 en stap 2.

Slide 11 - Open question

Welk molecuul bevindt zich aan de 3' kant?
A
Fosfaat
B
Desoxyribose
C
Stikstofbase
D
OH

Slide 12 - Quiz

Opdracht
Hiernaast staat het lac-operon schematisch weergegeven. Elk onderdeel is genummerd. Geef aan wat elk onderdeel moet voorstellen door de naam naar het juiste nummer te slepen.
Repressor
Operator
LacA
LacZ
RNA polymerase
Promotor
LacY
Lactose

Slide 13 - Drag question

Hoe noem je transcriptiefactoren die leiden tot meer genexpressie?
A
enhancer
B
repressor
C
activator

Slide 14 - Quiz