Erfelijkheid 3V Herhaling

Planning
- Herhaling kruisingsschema (20 min)
- Oefenen met kruisingen (20 min) 
- Afronden (5 min)
1 / 18
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Planning
- Herhaling kruisingsschema (20 min)
- Oefenen met kruisingen (20 min) 
- Afronden (5 min)

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel chromosomenparen hebben mensen in hun lichaam?
A
23
B
46

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

De informatie in je genen is je ...
A
fenotype
B
genotype

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

De eigenschappen die je ziet of merkt, noem je ...
A
fenotype
B
genotype

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Een menselijke lichaamscel bevat

... chromosomen,
ook wel ... chromosomenparen.
A
42, 23
B
46, 23
C
23, 42
D
23, 46

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Na de meiose bevat een menselijke geslachtscel ...
A
46 chromosomen
B
23 chromosomenparen
C
23 chromosomen
D
46 chromosomenparen

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Na de bevruchting bevat een bevruchte eicel ...
A
23 chromosomen
B
23 chromosomenparen
C
46 chromosomen
D
46 chromosomenparen

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

... chromosomen 
... chromosomen 
... chromosomen 
23
46
46

Slide 8 - Drag question

This item has no instructions

Koppel de juiste betekenissen aan de begrippen
homozygoot
heterozygoot
dominant allel
recessief allel
het allel dat onderdrukt kan worden
twee gelijke allelen voor een eigenschap
het overhersende allel
twee verschillende allelen voor een eigenschap

Slide 9 - Drag question

This item has no instructions

BB, Bb of bb
  • Om genotypen kort en overzichtelijk op te schrijven gebruik je letters (waarbij kleine letters niet op hoofdletters lijken, zoals Cc Jj of Kk dus niet, maar Bb of Rr dus wel). 
  • Voor elke eigenschap heb je twee allelen. Op elk chromosoom van een paar ligt er een. 
  • Een genotype bestaat daarom uit twee letters: BB, Bb of bb. 
  • Dominant (B) of recessief (b)
  • Homozygoot (BB of bb) of heterozygoot (Bb)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Homozygoot recessief schrijf je als
A
RR
B
rr
C
Rr
D
rR

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Heterozygoot schrijf je als
A
TT
B
tt
C
Tt
D
tT

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Homozygoot dominant schrijf je als
A
BB
B
bb
C
Bb
D
bB

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Vader heeft bruine ogen en zijn genotype is homozygoot dominant, moeder heeft blauwe ogen en haar genotype is  homozygoot recessief. 
Wat zijn de genotypen van de ouders (P)?




Wat zijn de mogelijkheden voor de genotypen van de kinderen (F1)?
v \ m
B
B
b
b
F1
P
Bb
BB
bb

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

Bij een heterozygote vader en een homozygote moeder...

Geef de kans op 1 dominant en 1 recessief fenotype in de F1.

Slide 15 - Open question

Bb x bb
Bb bb
Bb bb

Fenotype = Dominant : recessief = 1: 1

0,5 x 0,5 = 0,25 --> 25% kans
Zelfstandig werk
  • Biologie Erfelijkheid opdracht 3 
  • Nakijken van de afgelopen twee opdrachten (antw evt opvragen) 


Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Een vrouw met blauwe ogen krijgt een kind met bruine ogen. Het allel voor B bruine ogen is dominant over het allel voor b blauwe ogen. Welk(e) genotype(n) kan de vader gehad hebben?
A
BB
B
Bb
C
bB
D
bb

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Zelfstandig werk
  • Biologie Erfelijkheid opdracht 3 maken
  • Nakijken van de afgelopen twee opdrachten (antw evt opvragen) 
  • Lezen §4 De evolutietheorie (blz 123)


Slide 18 - Slide

This item has no instructions