1 havo/vwo - le passé composé

1 / 22
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • Aan het eind van deze les heb je de présent herhaald.
  •  Aan het eind van deze les heb je herhaald hoe je de passé composé maakt.
  • Aan het eind van deze les heb je de woorden van A geoefend. 

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Vertaal:

A
waar
B
wat
C
waarom
D
wie

Slide 5 - Quiz

Vertaal:
pourquoi
A
waarom
B
wie
C
wat
D
hoe

Slide 6 - Quiz

Vertaal:
Qui
A
wie
B
waarom
C
wat
D
hoe

Slide 7 - Quiz

Vertaal:
Quoi
A
waarom
B
wat
C
wie
D
hoe

Slide 8 - Quiz

Vertaal: les parents

Slide 9 - Open question

Vertaal: trop bien

Slide 10 - Open question

Vertaal: le portable

Slide 11 - Open question

présent
passé composé
Je regarde Netflix
Luc et Sophie parlent français
On a fêté l'anniversaire
Vous avez invité Luc?

Slide 12 - Drag question

Maak de vormen van de passé composé van het werkwoord aimer.
Je/j'
Tu
Il/elle/on
Nous
Vous
Ils/elles
aimé
aimé
aimé
aimé
aimé
aimé
avons
avez
ont
as
a
ai

Slide 13 - Drag question

Dus: Uit welke twee elementen bestaat de passé composé in het Frans?
Sleep die twee elementen naar het juiste vakje
Persoonlijk voornaamwoord
Vorm van het hulpwerkwoord avoir
Heel werkwoord
Voltooid deelwoord

Slide 14 - Drag question

Zet de stappen in de correcte volgorde om de passé composé te maken van de regelmatige werkwoorden -ER
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Een vervoeging van avoir maken
Maak de stam van het werkwoord op -er
Plak 'é' achter de stam
Zoek het onderwerp

Slide 15 - Drag question

De passé composé gebruik ik om ...
A
iets over het nu te vertellen
B
iets over het verleden te vertellen

Slide 16 - Quiz

tu - parler

passé composé
A
tu as parlé
B
tu avoir parlé
C
tu parles
D
tu parlés

Slide 17 - Quiz

Zet in de passé composé
Je (manger)
A
J'ai manger
B
J'ai mangé
C
Je as mangé
D
Je ai mangé

Slide 18 - Quiz

Vul de passé composé in.
Victor et Ricardo ...... (danser) avec leurs mères.

Slide 19 - Open question

Vul de passé composé in.
Tu ...... (demander) une question?

Slide 20 - Open question

Vertaal de zin:
Ik heb een stokbrood gegeten.

Slide 21 - Open question

Vertaal:
Marie en Louise hebben een film gekeken.

Slide 22 - Open question