H5 en 6 over voeding KORT 1 les

Onderwerpen H5 Voeding en Energie (planten niet)
5.1: Functies van brandstoffen, bouwstoffen en reservestoffen
        in je lichaam. Essentiële voedingsstoffen. Vitamines en
        voedingsvezels in plantaardige voeding. 

5.2: Bronnen van ATP voor je lichaam. Anaerobe - en aerobe
         dissimilatie van glucose. Dissimilatie van vetten en
         eiwitten is aeroob.

5.3: Toepassing en reactievergelijkingen van melkzuurgisting
         en alcoholische gisting door micro-organismen 

5.4: Fotosynthese levert glucose voor planten (en enkele
         bacterie-soorten) die ze gebruiken voor voortgezette
         assimilatie om andere organische stoffen mee op te
         bouwen en voor de dissimilatie om ATP's te leveren.
         Nettoproductie is brutoproductie min dissimilatie.

5.5 is geen CE stof dus ook niet in deze toets.



Onderwerpen H6 Voeding en vertering 
6.1: Factoren van de behoefte aan energie in je lichaam.
        Functies van de zes voedingsstoffen. ADH voor vitamines
        Evenwichtige en gezonde voeding met veel plantaardige 
        producten voorkomen gebreks- en welvaartziekten.

6.2: Mechanische verkleining van voedsel en chemische
         vertering van sommige voedingsstoffen door enzymen in
         het verteringsstelsel. 

6.3 Verteringsenzymen verteren koolhydraten, eiwitten en
        vetten onder bepaalde darmomstandigheden 

6.4: Transport van voeding door peristaltiek en opname van
          voedingsstoffen in de dunne darm die een enorm
          oppervlakte heeft. De dikke darm bevat je darmflora
      (darmbacteriën) en resorbeert bijna al het water in je bloed.

6.5: Bouw en functies van de lever. Gal wordt uitgescheiden.



1 / 34
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 34 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Onderwerpen H5 Voeding en Energie (planten niet)
5.1: Functies van brandstoffen, bouwstoffen en reservestoffen
        in je lichaam. Essentiële voedingsstoffen. Vitamines en
        voedingsvezels in plantaardige voeding. 

5.2: Bronnen van ATP voor je lichaam. Anaerobe - en aerobe
         dissimilatie van glucose. Dissimilatie van vetten en
         eiwitten is aeroob.

5.3: Toepassing en reactievergelijkingen van melkzuurgisting
         en alcoholische gisting door micro-organismen 

5.4: Fotosynthese levert glucose voor planten (en enkele
         bacterie-soorten) die ze gebruiken voor voortgezette
         assimilatie om andere organische stoffen mee op te
         bouwen en voor de dissimilatie om ATP's te leveren.
         Nettoproductie is brutoproductie min dissimilatie.

5.5 is geen CE stof dus ook niet in deze toets.



Onderwerpen H6 Voeding en vertering 
6.1: Factoren van de behoefte aan energie in je lichaam.
        Functies van de zes voedingsstoffen. ADH voor vitamines
        Evenwichtige en gezonde voeding met veel plantaardige 
        producten voorkomen gebreks- en welvaartziekten.

6.2: Mechanische verkleining van voedsel en chemische
         vertering van sommige voedingsstoffen door enzymen in
         het verteringsstelsel. 

6.3 Verteringsenzymen verteren koolhydraten, eiwitten en
        vetten onder bepaalde darmomstandigheden 

6.4: Transport van voeding door peristaltiek en opname van
          voedingsstoffen in de dunne darm die een enorm
          oppervlakte heeft. De dikke darm bevat je darmflora
      (darmbacteriën) en resorbeert bijna al het water in je bloed.

6.5: Bouw en functies van de lever. Gal wordt uitgescheiden.



Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Zie bron 16 
(afb. blz 166/167)

Slide 15 - Slide

Stofwisseling van  organismen

 samenvatting/overzicht
Alleen planten (en bacteriën met foto- of chemosynthese) maken zelf glucose  (producent/autotroof) Alle andere organismen (meeste bacteriën, schimmels en dieren) voeden zich met andere organismen of resten hiervan (consument of reducent en allen heterotroof)

Alle organismen gebruiken de glucose/voeding voor voortgezette assimilatie om zichzelf op te bouwen en voor dissimilatie (om energie vrij te maken voor die voortgezette assimilatie en voor andere levensprocessen.
Bron 15, blz 165. Zie tekst eronder en daarboven

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide