NK, Kapitel 5, les 7, week 13

Guten Morgen 
liebe Schüler
1 / 26
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1,2

This lesson contains 26 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Guten Morgen 
liebe Schüler

Slide 1 - Slide

Lernziel(e)
Je weet wat een keuzevoorzetsel is en wanneer je welke naamval aan welk voorzetsel moet koppelen.

Je kunt kunt woorden uit de nieuwe woordenlijst in opdrachten invullen. 

Slide 2 - Slide

Programma:
Deel 1:
- HW nakijken
- uitleg nieuwe grammatica A
- Zelfstandig aan het werk met opdrachten grammatica.

Deel 2:
- nieuwe woorden samen doornemen
- zelfstandig werken


Slide 3 - Slide

Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?
Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?

Slide 4 - Slide

Huiswerk nakijken
Kapitel 5
A-> Wortschatz, Aufg. 3, 4, 5, 6, 7, in je boek

Slide 5 - Slide

Aufgabe 3
Eigen antwoord, bijvoorbeeld: der Beruf, der Nebenjob, der Polizist, die Polizistin, der Mediendesigner, die Mediendesignerin, der Krankenpfleger, die Krankenschwester, die Arbeit, das Studium, das Unternehmen, arbeiten, erfolgreich


Slide 6 - Slide

Aufgabe 4

Slide 7 - Slide

Aufgabe 5
1 erfolgreich
2 Weltreise

Slide 8 - Slide

Aufgabe 6

Slide 9 - Slide

Aufgabe 7
1 Mein Traumberuf ist Polizist.
2 Das ist aber ein großer Vorteil.
3 Er hat mir eine gute Idee gegeben.
4 Mia und Max lassen nichts hören.
5 Ich möchte später einfach glücklich sein.

Slide 10 - Slide

Keuzevoorzetsels

Slide 11 - Slide

0

Slide 12 - Video

Voorzetsels 3e naamval 
uit
bij
met
na / naar
sinds
van
naar (personen)
aus   =
bei    = 
mit    =
nach =
seit   =
von   =
zu     =

Slide 13 - Slide

Voorzetsels 4e naamval (DOGBUF)
tot
door
voor
tegen
zonder
om
bis     =
durch =
für      =
gegen =
ohne   =
um      =

Slide 14 - Slide

Wechselpräpositionen zijn keuzevoorzetsels. Hiernaast zie je de 9 voorzetsels waar het om gaat. 
De 9 keuzevoorzetsels zijn: 
an:                    aan
auf:                  op
hinter:            achter
in:                     in
neben:           naast
über:               boven
unter:             onder
vor:                  voor
zwischen:    tussen

Slide 15 - Slide

Keuzevoorzetsels 
an
aan/op (alleen bij dagen)
auf
op
hinter
achter
neben
naast
in 
in/binnen
über
over
unter
onder
vor
voor 
zwischen
tussen

Slide 16 - Slide

Dativ -> 3e nv
Dativ = rust, ergens zijn.

Je kunt de vraag: Wo (waar)? of wann (wanneer)? stellen

Die Zeitung liegt auf dem Tisch. 
Akkusativ -> 4e nv
Akkusativ = beweging, ergens heen. 

Je kunt de vraag: Wohin (waarheen)? stellen

Sie wirft die Zeitung auf den Tisch (m). 

Slide 17 - Slide

Filmpje methode met uitleg

Slide 18 - Slide

Keuzevoorzetsels "folder"
4
3
/
4

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Zelfstandig aan het werk

Kapitel 5
B-> Wortschatz, Aufg. 9, 10, 11 in je boek
E-> Gramm, Aufg. 18, 19, 20, 22, in folder









Slide 23 - Slide

Deel 2
Neue Grammatik

Slide 24 - Slide

Hausaufgaben
Kapitel 5



B-> Wortschatz, Aufg. 9, 10, 11 in je boek
E-> Gramm, Aufg. 18, 19, 20, 22, in folder

Slide 25 - Slide

Kijk nu terug naar de lesdoelen:
Je weet hoe je de der- en de ein-Gruppe moet herkennen en gebruiken.

Je kunt een reportage over jonge mensen en hun toekomstdromen begrijpen. 



Slide 26 - Slide