Herhaling voortekens

Herhaling voortekens
1 / 13
next
Slide 1: Slide
MuziekVoortgezet speciaal onderwijsMiddelbare schoolvwoLeerroute VLeerjaar 2

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Herhaling voortekens

Slide 1 - Slide

Hoe klinkt een noot als er een ♭ (mol) voor staat?
A
Even hoog
B
Hoger
C
Lager

Slide 2 - Quiz

Hoe klinkt een noot als er een # voor staat?
A
Even hoog
B
Hoger
C
Lager

Slide 3 - Quiz

Als je dit voor aan de balk ziet staan, waar moet je dan rekening mee houden?
A
Alle B's en E's moeten een hele toon hoger klinken
B
Alle B's en E's moeten een hele toon lager gespeeld
C
Alle B's worden Bes en alle E's worden Es

Slide 4 - Quiz

Welk(e) vast(e) voorteken(s) zie je hier?
A
Een kruis op de hoogte van de F
B
Een kruis op de hoogte van de C
C
Een mol op de hoogte van de E
D
Een mol op de hoogte van de B

Slide 5 - Quiz


Hoe heet deze noot?
A
bes
B
ces
C
es
D
ges

Slide 6 - Quiz

Als er een mol voor een noot staat, dan komt er..
A
"is" achter de oorspronkelijke notennaam
B
"es" achter de oorspronkelijke notennaam
C
"is" of een "s" achter de oorspronkelijke notennaam
D
"es" of een "s" achter de oorspronkelijke notennaam

Slide 7 - Quiz

Hoe heet een A met een kruis?
A
Ais
B
As
C
A
D
Aas

Slide 8 - Quiz

Hoe heet een E met een mol?
A
Ees
B
Es
C
Eis
D
E

Slide 9 - Quiz

Welke toets moet ik indrukken om de noot Gis te spelen?

A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 10 - Quiz

Welke toets moet ik indrukken om de As te spelen?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 11 - Quiz

Welke toets moet ik indrukken om een Des te spelen?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 12 - Quiz

Welke toets moet ik indrukken om een Ais te spelen?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 13 - Quiz