Kennischeck wild en gevogelte

Kennischeck
Wild en gevogelte HRP5: hoofdstuk 4
1 / 12
next
Slide 1: Slide
ConsumptiefMBOStudiejaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Kennischeck
Wild en gevogelte HRP5: hoofdstuk 4

Slide 1 - Slide

Wild = dieren die in het wild leven, hun eigen voedsel zoeken en waar volgens de wetgeving in zijn seizoen op gejaagd mag worden.
A
juist
B
onjuist

Slide 2 - Quiz

Jachtregels zorgen ervoor dat men zich aan de het jachtseizoen houdt en dat wild op de juiste manier wordt vervoerd.
A
juist
B
onjuist

Slide 3 - Quiz

Het in de handel brengen van wild is toegestaan vanaf de opening van het jachtseizoen tot 15 dagen na de sluitdatum.
A
juist
B
onjuist

Slide 4 - Quiz

Welk van onderstaande antwoorden betreffende de karakteristieke smaak van wild is niet juist?
A
Grassen, zaden, bessen = intensere smaak
B
Meer lichaamsbeweging = fijne vezelstructuur = fijne smaak
C
Hogere doorbloeding = donkere kleur = intensere smaak
D
`s Nachts eten = meer dauw op het voedsel, meer vocht binnen = intensere smaak

Slide 5 - Quiz

Welk van onderstaande dieren behoren niet bij het haarwild?
A
Wild zwijn en hert
B
Patrijs en ree
C
Konijn en haas
D
Houtduif en fazant

Slide 6 - Quiz

Welk deel van de haas wordt gebruikt voor hazenpeper?
A
Voorbouten
B
Zowel de voor- als de achterbouten.
C
Achterbouten
D
Hazenrug

Slide 7 - Quiz

Welk van onderstaand vederwild mag volledig geconsumeerd worden, zelfs de lever?
A
Wilde duif
B
Wilde eend
C
Wild konijn
D
Fazant

Slide 8 - Quiz

Welk van onderstaande dieren kun je onderverdelen bij het grof wild?
A
Ree en jong wild zwijn
B
Eend en jong hert
C
Konijn en haas
D
Hert en haas

Slide 9 - Quiz

Wild hoeft niet te besterven.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quiz

Het enige doel van jagen is het afschieten van zieke of gewonde dieren
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quiz

Traditioneel loopt het wildseizoen in Nederland van 15 oktober tot 31 december
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quiz