Communiceren in de zorg - les 6

Communiceren in de zorg
Les 6 : 'Als communicatie niet vanzelf gaat'
1 / 16
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 16 slides, with text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Communiceren in de zorg
Les 6 : 'Als communicatie niet vanzelf gaat'

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Planning module 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Taal- of spraakstoornissen 
  • Problemen met waarneming: slechthorend of slechtziend, sensorische verwerkingsstoornis 
  • Problemen met taalbegrip: dyslexie
  • Problemen met taalproductie: dysartrie, spraakapraxie 
  • Problemen met taalproductie én taalbegrip: afasie 

Hoe kun je hier als verpleegkundige hebt beste mee omgaan? 

Slide 3 - Slide

Dysartrie: stoornis van de articulatiespieren 

Spraakapraxie: moeite met het doelbewust uitspreken van klanken, woorden en zinnen door hersenschade

Afasie: hersenletsel waardoor hij de taal niet meer goed kan gebruiken zowel het spreken, lezen, begrijpen en schrijven kan verstoord zijn 

Slide 4 - Video

This item has no instructions

Communiceren met een zorgvrager die zich niet goed kan uiten
  • Zorgvrager die geen Nederlands spreekt - Taalbarrière
  • Laaggeletterdheid 




Hoe kun je hier als verpleegkundige hebt beste mee omgaan?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Gevolgen van taal- of spraakstoornissen 
Minder goede gezondheidsvaardigheden 
  • Slechtere gezondheid
  • Meer moeite om met verpleegkundigen te communiceren
  • Roken vaker
  • Hebben vaker obesitas en begrijpen minder goed wat het risico hiervan is
  • Krijgen vaker te maken met ernstige medicatiefouten
  • Nemen minder vaak deel aan vaccinatieprogramma's
  • Nemen minder vaak zelf beslissingen over hun behandeling
  • Hebben meer problemen met zelfmanagement
  • Komen eerder te overlijden

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Algemene adviezen
  • Voer het gesprek in een rustige omgeving
  • Neem de tijd voor het gesprek
  • Ga niet roepen of harder praten
  • Houd de gezichtsuitdrukking van de zorgvrager goed in de gaten
  • Spreek de zorgvrager aan als een volwassene
  • Voorkom dat de zorgvrager te vermoeid is 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Taalbegrip stimuleren 
  • Spreek in korte zinnen en benadruk kernwoorden. 
  • Vermijd uitgebreide omschrijvingen, gebruik één kernpunt per zin. 
  • Plaats belangrijke woorden aan het eind van de zin. 
  • Gebruik pauzes. Deel bijvoorbeeld een lange zin op door pauzes. Pauzeer tussen zinnen.
  • Verander niet te snel van onderwerp. Geef aan wanneer je over iets anders begint 
  • Gebruik geschreven taal en noteer trefwoorden onder elkaar. 
  • Gebruik gebaren of beeld iets uit.
  • Gebruik prenten of tekeningen.
  • Stel gesloten vragen. Niet: ‘Waar gaat u naar toe?’ Maar: ‘Gaat u naar het restaurant?’
  • Wacht op een reactie voor je verder praat.
  • Herhaal een zin eventueel (of formuleer deze anders).

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Spreken stimuleren 
  • Stel vragen die de zorgvrager kan beantwoorden met ‘ja’ of ‘nee’. Maar let goed op: sommige zorgvragers met afasie verwarren de woorden ‘ja’ en ‘nee’. Controleer daarom altijd of de zorgvrager echt zegt wat hij bedoelt.
  • Laat de zorgvrager aanwijzen of uitbeelden wat hij bedoelt. 
  • Stimuleer de zorgvrager om zelf te tekenen of schrijven (als hij dit kan). 
  • Herhaal wat je denkt dat de zorgvrager bedoelt. Controleer zo of dit klopt.
  • Spreek niet in de plaats van de zorgvrager. Heb geduld en geef hem zelf de gelegenheid om te praten. Wacht ook rustig tot hij klaar is.
  • Stel geen vragen aan derden die de zorgvrager zelf kan beantwoorden.
  • Verbeter de zorgvrager niet te veel.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Omgaan met laaggeletterdheid
  • Maak korte zinnen en gebruik eenvoudige woorden. Sluit aan bij het taalgebruik van de zorgvrager.
  • Veronderstel geen basiskennis van het menselijk lichaam.
  • Beperk de hoeveelheid informatie (tot maximaal drie belangrijke punten). Je kunt de zorgvrager beter meer informatie geven in een volgend gesprek.
  • Gebruik geen uitdrukkingen en beeldspraak.
  • Stel open vragen.
  • Herhaal de belangrijkste punten uit het gesprek.
  • Gebruik de terugvraag-methode om te controleren of de zorgvrager het begrijpt. De zorgvrager moet in eigen woorden kunnen vertellen wat er afgesproken is.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Zorgvrager met een taalbarrière 
  • Schakel een tolk in
  • Maak gebruik van hulpmiddelen zoals plaatjes of een app

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Communicatie in de zorgdriehoek

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Afronding 2: Gedragsbeoordeling - Assessment

In een assessment laat je zien professioneel te kunnen communiceren. Voor aanvang van het assessment krijg je een casus uitgereikt. Je hebt 15 minuten om jezelf voor te bereiden. In een gesprek van circa 15 minuten laat je, middels verschillende gesprekstechnieken, zien dat je professioneel kunt communiceren. 

De criteria waarop je wordt beoordeeld, kan je terugvinden in Dulon Online:
- Communicatie in de zorg- onderwijs

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Rollenspel 
Je gaat een rollenspel spelen met drie personen:
  • een verpleegkundige
  • een zorgvrager
  • een observator (docent)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Maken in Learnbeat 
5.7 A t/m E  of alleen E Integratie
5.8 A t/m D of alleen D Integratie 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions