4.4 Scheiden en ontleden

4.4 Scheiden en ontleden
Een molecuul water bestaat uit twee atomen waterstof en één atoom zuurstof.
a Hoeveel atomen waterstof heb je nodig om twee moleculen water te maken?
b Hoeveel atomen waterstof kun je maximaal laten reageren met twee atomen zuurstof?
c Hoeveel moleculen water kun je maken uit acht atomen waterstof en drie atomen zuurstof? Leg je antwoord uit.
1 / 9
next
Slide 1: Slide
ScheikundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 9 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

4.4 Scheiden en ontleden
Een molecuul water bestaat uit twee atomen waterstof en één atoom zuurstof.
a Hoeveel atomen waterstof heb je nodig om twee moleculen water te maken?
b Hoeveel atomen waterstof kun je maximaal laten reageren met twee atomen zuurstof?
c Hoeveel moleculen water kun je maken uit acht atomen waterstof en drie atomen zuurstof? Leg je antwoord uit.

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
Je kan het verschil van scheiden en ontleden benoemen.
Je kan de begrippen ontleedbaar en niet ontleedbaar uitleggen.


Slide 2 - Slide

Waterstofperoxide
Reactief.
Ontleed o.a door licht in water en zuurstof.
Raketbrandstof, haren bleken, 
bleekt stoffen.
Waterstofperoxide (l) --> water (l) + O2 (g)
Demo

Slide 3 - Slide

Ontleedbaar en niet ontleedbaar
Waterstofperoxide (l) --> water (l) + O2 (g)
Moleculen en atomen.
Welke stoffen zijn moleculen?
Welke stoffen zijn atomen?
Atomen kun je niet verder ontleden. Moleculen wel.

Slide 4 - Slide

Atomen/elementen van één soort zijn niet verder op te delen, dus niet ontleedbaar.
Moleculen bestaan uit verschillende atomen. Deze kun je nog uit elkaar halen. Moleculen kun je dus wel ontleden.
Noem twee stoffen die je kunt ontleden.
Noem twee stoffen die niet ontleedbaar zijn.

Slide 5 - Slide

Scheiden en ontleden
Bij scheiden sorteer je moleculen (geen chemische reactie)
Bij ontleden breek je verbindingen en maak je nieuwe stoffen (wel een chemische reactie)

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Samen oefenen
Je hebt geleerd dat je stoffen kunt onderscheiden in ontleedbaar en niet-ontleedbaar.
a Welke naam wordt er ook wel voor een niet-ontleedbare stof gebruikt?
b Welke andere naam wordt regelmatig gebruikt voor een ontleedbare stof?
c Wat is het verschil tussen een molecuul van een ontleedbare stof en een molecuul van een niet-ontleedbare stof?

a Uit hoeveel atoomsoorten bestaat een element?
b Uit hoeveel atoomsoorten bestaat een verbinding?
c Uit hoeveel atoomsoorten bestaat een niet-ontleedbare stof?
d Uit hoeveel atoomsoorten bestaat een ontleedbare stof?

Slide 8 - Slide

Lesafsluiting
Je kan het verschil van scheiden en ontleden benoemen.
Je kan de begrippen ontleedbaar en niet ontleedbaar uitleggen.

Maak de opdrachten van zelf oefenen.

Slide 9 - Slide