A: Met .... Hoe kan ik u helpen?
A: Wat is uw klantnummer?
A: Wat is de datum van de rekening? En wat is het bedrag?
A: Wat is uw vraag?
A: Ja hoor, dat kan. U kunt dat over vier weken betalen.
A: Nee hoor, dat hoeft niet.
A: Geen probleem. Heeft u verder nog vragen?
A: Tot ziens!
B: Met ..... Ik heb een vraag over een rekening.
B: Dat is .... .
B: Het is de rekening van 14 januari en het totale bedrag is ...... euro.
B: Ik heb een rekening van ... euro, maar ik kan dat niet betalen. Kan ik uitstel van betaling krijgen?
B: En moet ik dan extra kosten betalen? Of rente?
B: Fijn, dank u wel.
B: Nee, bedankt.
B: Dag!