week van het geld

week van het geld
1 / 15
next
Slide 1: Slide
RekenenISK

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

week van het geld

Slide 1 - Slide

briefje
muntje

Slide 2 - Drag question

getallen schrijven
vijfhonderd = 500
drieënzestig euro 15 cent = € 63, 15
vierennegentig euro en negen cent= €94,09

Slide 3 - Slide

Hoe schrijf ik het getal
zes euro en zestig cent?

Slide 4 - Open question

Hoe schrijf ik het getal
honderdvijf euro en zestien cent

Slide 5 - Open question

Hoe schrijf ik het getal
negenentwintig euro en 5 cent

Slide 6 - Open question

Ik betaal met €10, 00
Ik moet betalen: € 2,70
Hoeveel krijg ik terug?
A
€8,30
B
€7,30
C
€12,70
D
Ik heb niet genoeg geld

Slide 7 - Quiz

Ik betaal met €10, 00
Ik moet betalen: € 5,55
Hoeveel krijg ik terug?
A
€4, 45
B
€ 4,55
C
€ 5,55
D
€15, 55

Slide 8 - Quiz

Ik betaal met €10, 00
Ik moet betalen: € 2,95
Hoeveel krijg ik terug?
A
€ 7,15
B
€7,50
C
€8,15
D
€7,05

Slide 9 - Quiz

Ik heb €20,00.
Ik moet betalen € 5,20 en €14,80
Heb ik genoeg?
A
Ja
B
nee

Slide 10 - Quiz

Ik heb €20,00.
Ik moet betalen € 7,70 en € 8,50
Heb ik genoeg?
A
ja
B
nee

Slide 11 - Quiz

Ik heb €15, 00
Ik krijg €8,15
Hoeveel heb ik?
A
€22,15
B
€7,15
C
€23,15
D
€6,85

Slide 12 - Quiz

Ik heb € 21, 10
Ik krijg € 4,50
Hoeveel heb ik?
A
€25,60
B
€17,40
C
€25,40
D
€61,60

Slide 13 - Quiz

sparen of kopen
€3, 60
€ 12, 60
Heb ik genoeg geld?

Slide 14 - Slide

Ik heb 15 euro. Ik wil 2 dingen kopen. 
Kan ik het kopen, of moet ik nog sparen?
sparen
kopen
€8,25 + € 8,25
€ 3,19 +€7,60
€14,50 + €1,50
€ 4,90 + €10,10

Slide 15 - Drag question