This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Herhaling Elektriciteit
H6.1 t/m 6.3 + 6.4
Slide 1 - Slide
Voorbeelden van spanningsbronnen zijn ....
A
batterij, dynamo, spoel
B
dynamo, adapter, zonnecel
C
batterij, dynamo, zonnecel
D
batterij, zonnecel, elektromagneet
Slide 2 - Quiz
Wat doen spanningsbronnen?
timer
0:30
A
vervoeren energie
B
leveren elektrische energie
C
zetten elektrische energie om
D
meten de spanning
Slide 3 - Quiz
Welk soort schakeling zie je in de afbeelding?
A
serieschakeling
B
parallelschakeling
C
gecombineerde schakeling
Slide 4 - Quiz
Wat is een isolator
A
een stof die de elektrische stroom goed door laat
B
een stof die de elektrische stroom slecht door laat
C
een stof die de elektrische stroom een beetje door laat
Slide 5 - Quiz
Welke stof is een isolator?
A
Koper
B
IJzer
C
Aluminium
D
Glas
Slide 6 - Quiz
Welke stof is een geleider?
A
Papier
B
Hout
C
Aluminium
D
Glas
Slide 7 - Quiz
Wat is de stroomsterkte die de spanningsbron in deze schakeling levert?
Slide 8 - Open question
De hoeveelheid energie die een apparaat per seconde verbruikt noemen we ..:
Slide 9 - Open question
A
Stroommeter
B
Spanningsmeter
C
Spanningsbron
D
Lampje
Slide 10 - Quiz
A
Stroommeter
B
Spanningsmeter
C
Spanningsbron
D
Lampje
Slide 11 - Quiz
Op de afbeelding zie je een....
A
Zekering
B
Schakelaar
C
Lampje
D
Weerstand
Slide 12 - Quiz
Wat is de grootheid van spanning ?
A
I
B
V
C
U
D
A
Slide 13 - Quiz
Eenheid van stroomsterkte
A
ampere
B
watt
C
volt
D
joule
Slide 14 - Quiz
Wat gebeurt er met de andere lampjes, als je het 1e lampje eruit draait?
A
De spanning wordt overal 0 V.
B
De andere lampjes gaan uit
C
De andere lampjes blijven branden
D
De stroomkring wordt onderbroken
Slide 15 - Quiz
Welk soort schakeling zie je hier
A
Serie
B
Parallel
C
Geen van beide
D
Beide
Slide 16 - Quiz
Wat is het symbool van stroomsterkte?
A
U
B
I
C
A
D
V
Slide 17 - Quiz
Wat is de eenheid van spanning?
A
ampere
B
watt
C
volt
D
joule
Slide 18 - Quiz
Hoeveel Volt is 65 mV?
A
65 V
B
65000 V
C
0,065 V
D
650 V
Slide 19 - Quiz
Wat wordt aangegeven met: Ut = U1 = U2
A
de stroomsterkte in een serieschakeling
B
de stroomsterkte in een parallelschakeling
C
de spanning in een serieschakeling
D
de spanning in een parallelschakeling
Slide 20 - Quiz
Hoeveel mA is 0,245 A?
A
245 mA
B
0,000245 mA
C
2,45 mA
D
24,5 mA
Slide 21 - Quiz
Lees de volgende stroommeter af. Wat is de stroomsterkte?
A
3,3 A
B
0,33 A
C
0,03 A
D
3,5 A
Slide 22 - Quiz
Wat wordt bedoeld met het VERMOGEN van een apparaat ?
Slide 23 - Open question
Leerdoelen
Je kunt uitleggen welke onderdelen een elektrische thuis installatie heeft.
Je kunt uitleggen wat kortsluiting en overbelasting is.
Je kunt uitleggen waarvoor een zekering, een aardlekschakelaar en randaarde dienen.
Je kunt uitleggen wat vermogen is.
Slide 24 - Slide
Vermogen!
Vermogen is hoeveelheid elektrische energie
die een apparaat per seconde verbruikt.
Hoe hoger het vermogen hoe meer energie het apparaat gebruikt!
Slide 25 - Slide
Vermogen
Symbool
Grootheid
Eenheid
P
Vermogen
W
U
spanning
V
I
Stroom
A
Slide 26 - Slide
Kijk naar de afbeelding hiernaast. Waar zijn de batterijen NIET goed aangesloten op elkaar?
A
A en B
B
B
C
A en C
D
C en B
Slide 27 - Quiz
In een lamp in de woonkamer zit een bolletje waar 2,5 A op staat. Op de adapter van de lamp staat 3,2 V. Wat is het vermogen van deze lamp?
Slide 28 - Open question
De watt is een eenheid van
A
stroom
B
energie
C
vermogen
D
spanning
Slide 29 - Quiz
Sleep de symbolen bij het juiste woord.
Spanning
Stroomsterkte
Vermogen
U
I
V
W
P
A
Slide 30 - Drag question
Laat zien dat de mixer een stroomsterkte heeft van ongeveer 0,45 A en de stofzuiger een stroomsterkte van ongeveer 2,75 A. Gebruik de formule P = U x I
Om te zorgen dat stroom veilig door een kabel gaat zit er een laag isolatie materiaal omheen.
Ook daar omheen zit weer een laag isolatie materiaal voor extra veiligheid!
Slide 37 - Slide
Welk symbool zie je hier?
A
wc-raampje
B
beroemd schilderij
C
dubbele geleiding
D
dubbele isolatie
Slide 38 - Quiz
Welke elektrische beveiliging heeft dit nachtlampje volgens het typeplaatje?
A
aardlekschakelaar
B
dubbele isolatie
C
randaarde
D
groepszekering
Slide 39 - Quiz
Slide 40 - Slide
Slide 41 - Slide
Welk onderdeel zorgt ervoor dat gevaarlijke stroom kan ontsnappen?
A
zekering
B
dubbele isolatie
C
randaarde
D
aardlekschakelaar
Slide 42 - Quiz
Tot hoe hoog is de spanning nog veilig?
A
6V
B
230V
C
24V
Slide 43 - Quiz
Waarom wordt de stroom in de groepenkast over verschillende groepen verdeeld?
A
voor de veiligheid
B
voor de gezelligheid
C
zodat elke persoon zijn eigen stroom heeft
D
anders blijft er teveel ruimte over in de groepenkast
Slide 44 - Quiz
In de meterkast zitten verschillende dingen voor de veiligheid. Een ding beschermt jou voor het geval je onder stroom kan komen te staan omdat er een beschadiging in de stroomkring zit. Wat is de naam van dat ding
A
aardlekschakelaar
B
hoofdschakelaar
C
de zekering
D
de kilowattuur meter
Slide 45 - Quiz
Vragen?
Slide 46 - Slide
Samenvatting
Een zekering schakelt de stroom van een groep uit , als de stroomsterkte te hoog wordt.
Aardlekschakelaar schakelt alle stroom uit als het verschil in stroomsterkte tussen de fase- en nuldraad 30 mA of groter is (lekstroom)
Elk apparaat is geaard met een aardleiding of randaarde. De aardleiding is groengeel gekleurd.
Slide 47 - Slide
Geef nu a.u.b. 2 tops en 2 tips over deze les
Slide 48 - Open question
Aan de slag:
Lees H6.4 en maak de vragen 42 t/m 48, 51, 52 en 53