27. Hoofdstuk 4 + kahoots

Terug naar hoofdstuk 4
1.  Nieuwe theorie over verwijswoorden
2.  LessonUp-quiz
3.  Herhaling theorie samenhang
4.  De opgaven die je moet maken voor de toets

1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Terug naar hoofdstuk 4
1.  Nieuwe theorie over verwijswoorden
2.  LessonUp-quiz
3.  Herhaling theorie samenhang
4.  De opgaven die je moet maken voor de toets

Slide 1 - Slide

1. VERWIJSWOORDEN
We gaan oefenen met verwijswoorden (quiz in LessonUp) en je krijgt meteen ook theorie. 

Slide 2 - Slide

2. Verwijswoorden gebruik je in een tekst, omdat...
A
verwijswoorden handig zijn om te gebruiken
B
het lezen hierdoor gemakkelijker wordt
C
de schrijver niet steeds hetzelfde woord wil gebruiken
D
de schrijver een luie beer is

Slide 3 - Quiz

De studenten gaan hard aan het werk. Ze hebben geleerd hoe ze verwijswoorden kunnen herkennen en toepassen in een zin.

Waar verwijst “ze” naar?
A
De studenten
B
Hard
C
Werk
D
Verwijswoorden

Slide 4 - Quiz

VERWIJSWOORDEN

  •  Met dit en deze verwijs je naar iemand of iets dichtbij.
Dit hier; deze twee hier

  • met dat en die verwijs je naar iemand of iets ver weg.
Dat daar; die drie daar

Slide 5 - Slide

Dit huis is van mij en dat is jouw huis.

Wat zijn verwijswoorden in deze zin?
A
Dit
B
Dit, dat huis
C
Dit, dat
D
Dat

Slide 6 - Quiz

WAAR VERWIJS JE NAAR? 
Het geld dat wij hebben verdiend.
De jongen die een jongere broer heeft.
De plannen die Henk had gemaakt.
Het zusje dat we zagen. 

Kijk naar het ingesloten lidwoord van het zelfstandige naamwoord waar je naar verwijst. Kortom, herhaal het zelfst.nw en je weet of het een de- of het-woord is. 

Slide 7 - Slide

INGESLOTEN LIDWOORD
Het-woorden (enkelvoud)         De-woorden (enkelvoud of                krijgen:                                            meervoud) krijgen: 
Dat                                             Die

Slide 8 - Slide

Welke verwijswoorden gebruik je bij het-woorden? (Twee opties)
A
dit
B
deze
C
die
D
dat

Slide 9 - Quiz

Welke verwijswoorden gebruik je voor 'mijn zusje'?
A
deze, die
B
deze, dat
C
dit, dat
D
die, dit

Slide 10 - Quiz

Welke verwijswoorden gebruik je voor 'een tafel'?
A
deze, die
B
deze, dat
C
dit, dat
D
die, dit

Slide 11 - Quiz

Wat is goed?
A
Dit tasje
B
Deze tasje

Slide 12 - Quiz

3. TEKSTVERBANDEN

Er zijn verschillende tekstverbanden met eigen signaalwoorden. Weet je nog? 

  • de tegenstelling [ maar, hoewel, daarentegen ]  
  • de opsomming [ bovendien, ten eerste, ten tweede, ook, eerst...toen ] 
  • de toelichting [ zo, bijvoorbeeld, zoals, op deze manier ] 
  • de tijd en de volgorde daarin [ gisteren, vervolgens, vroeger, nu, toen, daarna ]  
                     

Slide 13 - Slide

TEKSTVERBANDEN
  • de voorwaarde [ als, indien, in het geval dat ]  
  • de reden vanuit mijzelf [ want, omdat, daarom, daardoor ]
  • de reden vanuit iets of iemand anders [ doordat, dankzij, als gevolg van, dat komt door, waardoor, zodat ]
  • de conclusie [ dus, concluderend, kortom, dat houdt in ]
  • het doel-middel of middel-doel [ om te, opdat, door middel van, daarmee, met de bedoeling ]
                     

Slide 14 - Slide

4. OEFENEN

Op de volgende slide drie Kahoots over signaalwoorden

Slide 15 - Slide

4. 3F Thema | Bouwstenen H4
Leesleer 4.1 en maak alleen 3b. 
4.2 Lezen: alle opdrachten maken, behalve 3, 5, 6, 7, 10e, 12, 13b, 18, 19b, 21, 25, 27
4.3 Schrijven: alle opdrachten maken, behalve 7, 9b, 10, 11, 17, 18;
4.4 Luisteren: alle opdrachten maken, behalve 1, 3, 9d, 15, 17, 18, 21;
4.8 Samengevat: woordtrainer en lesstof (behalve: 'een samenhangende tekst schrijven'). Voor elke paragraaf geldt: inclusief de woordtrainer en lesstof.

Niet
Alles over de vaste tekststructuren. Ook Ik heb deze opdracht uitgevoerd mag je laten schieten. Wil je meer oefenen, dan is Versterk jezelf een goede optie.









Slide 16 - Slide

WANNEER IS DE TOETS?
Dit staat in Magister. Reken op maandag 31 maart, het tweede lesuur Nederlands voor H4, mits je alle vereiste opdrachten afhebt. 

Slide 17 - Slide

EINDE VAN DE LES

Slide 18 - Slide