Grammatica

1 / 11
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Cupido schoot een pijl door mijn donder.
Wat is het lijdend voorwerp?
A
door mijn donder
B
staat niet in de zin
C
Cupido
D
een pijl

Slide 2 - Quiz

Aan de leuke vrouw gaf de verliefde man een fles wijn.
Wat is het meewerkend voorwerp?
A
de verliefde vrouw
B
Aan de leuke vrouw
C
dit is een onzinvraag
D
De leuke vrouw

Slide 3 - Quiz

Ze vertelde de man haar verhaal over haar vriendin.
Wat is het meewerkend voorwerp?
A
Ze
B
haar vriendin
C
de man
D
haar verhaal

Slide 4 - Quiz

Jou stuur ik vandaag een berichtje!
Wat is het meewerkend voorwerp?
A
Jou
B
een berichtje
C
weet niet
D
ik

Slide 5 - Quiz

De gemotiveerde bediening van het restaurant in het park overhandigt een cadeau.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
A
gemotiveerde bediening overhandigt
B
gemotiveerde overhandigt
C
overhandigt
D
Wat is een werkwoordelijk gezegde?

Slide 6 - Quiz

Je hebt mij geraakt?
Wat is mij?
A
Onderwerp
B
Meewerkend voorwerp
C
Niets
D
Lijdend voorwerp

Slide 7 - Quiz

Na het eten hebben de gasten de ober de rekening betaald.
Wat is het meewerkend voorwerp?
A
de gasten
B
de rekening
C
het eten
D
de ober

Slide 8 - Quiz

Na het eten hebben de gasten de ober de rekening betaald.
Wat is het lijdend voorwerp?
A
de gasten
B
de rekening
C
het eten
D
de ober

Slide 9 - Quiz

Na het eten hebben de gasten de ober de rekening betaald.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
A
eten betaald
B
betaald
C
hebben betaald
D
eten hebben betaald

Slide 10 - Quiz

Mail hem de lijst met namen!
Wat is het meewerkend voorwerp?
A
de lijst
B
de lijst met namen
C
hem
D
geen idee

Slide 11 - Quiz