Rivieren havo 5

Rivieren havo 5
1 / 34
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 34 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Rivieren havo 5

Slide 1 - Slide

Stroomgebied
en
Waterscheiding
Stroomstelsel:
Een hoofdrivier met al zijn zijrivieren.

Het gebied dat afwatert op één hoofdrivier noemen we het stroomgebied.

Het stroomgebied wordt gescheiden van een ander stroomgebied door een waterscheiding. Dit is bijvoorbeeld een gebergte.

Slide 2 - Slide

Lengteprofiel rivier

Slide 3 - Slide

Bovenloop
Gemengde rivier
Rivier die behalve regenwater ook smeltwater van gletsjers afvoert.
Groot verhang
Het verval per kilometer.
Veel verwering en erosie

Slide 4 - Slide

Middenloop
Ook regen rivieren
Afnemend stroomsnelheid
Ontstaan meanders
Natuurlijke bocht in een rivier.

Slide 5 - Slide

Benedenloop
Klein verhang
Het verval per kilometer.
Lage stroomsnelheid
Sedimentatie en deltavorming

Slide 6 - Slide

Verval en Verhang
Het hoogteverschil tussen twee plaatsen langs een rivier noem je het verval.

Bij een groot verval stroomt het water sneller dan bij een klein verval.

Je kunt het verval ook per kilometer uitrekenen. Dat noem je het verhang.
Verhang uitrekenen
verval : afstand tussen 2 plekken = verhang m/km

Slide 7 - Slide

Debiet
Dit is de hoeveelheid water die op een bepaald punt door de rivier stroomt. Het debiet wordt uitgedrukt in m3 per seconde.
Hoog debiet
Veel relief
Laag debiet
Geen relief

Slide 8 - Slide

Piekafvoer
Piekafvoer
Als het waterpeil in een korte periode sterk stijgt, spreek je van een piekafvoer.

Slide 9 - Slide

regiem- Schommelingen in de waterafvoer van een rivier tijdens het jaar.

1. Regenrivier (Maas)
  • Onregelmatig regiem
  • Laagste afvoer in de zomer
2. Gletsjerrivier:
  • Vrij regelmatig regiem
  • Laagste afvoer in winter
3. Gemengde rivier (Rijn)
  • Regelmatig regiem

Slide 10 - Slide

Stuwen
Stuwen kunnen het water tegenhouden bij een hoge waterstand. Bij lage waterstand kunnen de stuwen water doorlaten.

Slide 11 - Slide

Regelwerk Pannerdensch kanaal
Stuw bij Driel
Bij kanaliseren horen stuwen en sluizen. Wat is een stuw?

Slide 12 - Slide

Een sluis

Slide 13 - Slide

Aan de slag 'Stuwen in de Maas'
1. Maak de examenopgave ALLEEN en in STILTE (15 min)

2. Ben je klaar? Begin met een samenvatting / mindmap / leervragen. Maar blijf nog even stil

3. Samen opdracht nakijken
timer
15:00

Slide 14 - Slide

Bespreken opgave 7
- ruil je antwoordblaadje met iemand die je niet zo goed kent
- wees kritisch op de antwoorden
- schrijf erbij wat jij denkt wat mist in het antwoord, dus leg uit waarom je maar 1 punt geeft ipv 2
- blijf wel respectvol en netjes ;-)

Slide 15 - Slide

Opgave 7, vraag 24 (2p)
Gebruik bon 18
Om de Maas in de zomer bevaarbaar te houden voor de scheepvaart zijn stuwen nodig.

Beredeneer dit met een gegeven uit bron 18
maximumscore 2 
Uit de redenering moet blijken dat

• het debiet van de Maas in de zomermaanden onder de 250 m3 /s komt / het regiem van de Maas te onregelmatig is om scheepvaart (het hele jaar) door mogelijk te houden

• zodat stuwen nodig zijn om het waterpeil (binnen de stuwvakken) op hoogte te houden

Slide 16 - Slide

Opgave 7, vraag 25 (2p)
Gebruik de bronnen 18 en 19.

De aanvaring met de stuw bij Grave had gevolgen voor de waterstand van de Maas stroomopwaarts van deze stuw.

Leg dit uit.

Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.
Uit de uitleg moet blijken dat

• de kapotte stuw bij Grave geen water meer tegenhield (oorzaak)

• waardoor de waterstand stroomopwaarts van de stuw bij Grave daalde (gevolg)

Slide 17 - Slide

Opgave 7, vraag 26 (2p)
Gebruik de bronnen 18 tot en met 21 en het kaartenkatern.

Bron 21 laat de waterafvoer zien van de Maas bij Megen in de periode rond de aanvaring met de stuw bij Grave. Er zijn twee pieken in de waterafvoer in de periode na de aanvaring.

Geef aan:
waardoor piek 1 in de waterafvoer bij Megen ontstond; 
waardoor piek 2 in de waterafvoer bij Megen ontstond.
Uit het antwoord moet blijken dat piek 1 ontstond doordat het opgestuwde water tussen de stuwen bij Grave en Sambeek ineens vrijkwam

• Uit het antwoord moet blijken dat piek 2 ontstond doordat de afvoer van water richting het Maas-Waalkanaal stopte en het water alleen nog door de Maas werd afgevoerd

Slide 18 - Slide

Opgave 7, vraag 27 (2p)
Om grote rivieroverstromingen als die in 1995 te voorkomen is de afgelopen 20 jaar een grootschalig overheidsprogramma uitgevoerd. 
Geef:
- de naam van dit grootschalige overheidsprogramma; 
- uit dit programma een maatregel die wordt genomen in het zomerbed
om overstromingen tegen te gaan; 
- uit dit programma een maatregel die wordt genomen in het binnendijks
gebied om overstromingen tegen te gaan.
maximumscore 3

• Ruimte voor de Rivier

• Juiste maatregelen zijn:
 kribben verlagen  stroomgeul verdiepen / verbreden

• Juiste maatregelen zijn:
 hoogwatergeul aanleggen  herbebossen  infiltratiebekkens aanleggen  noodoverloopgebieden / retentiebekkens aanwijzen  tegels-eruit-gras-erin-campagnes opzetten

Slide 19 - Slide

Dwarsprofiel van een rivier -> overnemen 

Slide 20 - Slide

Kribben
Om een rivier te kanaliseren worden er kribben aangelegd, dat zijn kleine stenen dammen die een rechte hoek vormen met de zomerdijk.

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Dijken en uiterwaarden
Dijkverzwaring
Wat is het gevaar bij dijkverzwaringen?

Slide 23 - Slide

Ruimte maken voor de rivier
  • Vanaf 1995: Deltaplan Grote Rivieren en de Wet op de waterkering
  • Niet meer dijkverzwaring, maar meer ruimte voor de rivier
  • Idee uitgewerkt in programma Ruimte voor de Rivier

Slide 24 - Slide

Het grote plaatje

Slide 25 - Slide

Binnen- en buitendijkse gebieden
Buitendijkse maatregelen
1. Rivierbedverruiming
2. Rivierbedverdieping
3. Uiterwaardvergraving
4. Nevengeul
5. Kribverlaging
6. Dijkverlegging
7. Obstakelverwijdering

Binnendijkse maatregelen
8. Retentiebekken
9. Noodoverloopgebied

Slide 26 - Slide

Buitendijkse maatregelen
Uiterwaardvergraving
Het geheel of gedeeltelijk afgraven van de uiterwaard zodat er meer water in het winterbed past.
Nevengeul
Relatief kleine geul die min of meer evenwijdig aan de hoofdgeul loopt en die bij een gemiddelde waterstand en bij laagwater niet of nauwelijks water afvoert, maar die bij hoogwater de afvoercapaciteit van de rivier vergroot.
Verdieping van het zomerbed
Het uitbaggeren van het zomerbed is duur en doordat de rivier steeds nieuw slib aanvoert, helpt deze maatregel maar voor korte tijd.
Kribverlaging
Het verlagen van de kribben om bij hoogwater de opstuwing te verminderen.
Rivierbedverruiming
Het landinwaarts verplaatsen van de winterdijk om een grotere waterafvoer mogelijk te maken. Heet ook rivierbedverbreding.
Obstakelverwijdering
Verwijdering van een obstakel of begroeiing uit het rivierbed dat de waterafvoer belemmert.

Slide 27 - Slide

Binnendijkse maatregelen
Retentiebekken
Een binnendijks omdijkt gebied waarin bij hoogwater tijdelijk water opgeslagen kan worden
Noodoverloopgebied: Polder Noordwaard in de Biesbosch
Aan het Nationaal Park De Biesbosch grenst de polder Noordwaard. Dit landbouwgebied is in de afgelopen jaren deels ontpolderd (figuur 2.28). Delen van dijken zijn afgegraven waardoor het gebied enkele keren per jaar onder water staat, vooral in de wintermaanden.
Hoogwatergeul
Zeer ingrijpend is de aanleg van een nieuwe rivierloop buiten het winterbed, dus in het binnendijkse land. Zo’n hoogwatergeul ligt tussen twee speciaal voor dit doel gebouwde hoge dijken of hogere gronden in en maakt alleen bij hoogwater deel uit van de rivier
Doel: regen- of rivierwater tijdelijk op te slaan of om nog meer ruimte aan het rivierwater te geven.

Deze maatregelen leiden ertoe dat de waterstand van de rivier lager wordt, zodat er minder druk op dijken komt te staan
Bergen = tijdelijke opslaan van water

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Internationale samenwerking 
  • Rijnconferentie 1972
  • 5 Rijnoeverstaten (NL - DU - FR - LUX - ZWI)
  • Hoe kan Duitsland of Zwitserland een land als Nederland helpen?

 

Slide 31 - Slide

Tweede Deltacommissie
Groot deel NL nog steeds gevoelig voor overstromingen, ondanks eerdere projecten.

Dit vanwege:
1. Gevolgen klimaatverandering (onregelmatiger regiem en zeespiegelstijging)
2. Bodemdaling

Slide 32 - Slide

Tweede deltacommissie
Ook gebieden boven NAP hebben overstromingsrisico bij hoogwater van zee of rivieren en de economische waarde en aantal inwoners zijn sterk toegenomen in de laaggelegen gebieden.

Daarom in 2008: Tweede deltacommissie



Slide 33 - Slide

Tweede deltacommissie
Drie hoofdpunten:
  1. Biedt hetzelfde beschermingsniveau aan iedere Nederlander die achter de dijk woont. Kans  op overlijden door een overstroming mag niet groter zijn dan 1 op 100.000 per jaar.
  2. Biedt meer bescherming op plaatsen waar sprake kan zijn van grote groepen slachtoffers en/of grote economische schade.
    Meer bescherming voor AMS dan bijvoorbeeld Friesland
  3. Biedt meer bescherming op plaatsen waar uitval van vitale infrastructuur grote landelijke gevolgen kan hebben.
    Meer bescherming Randstad dan bijvoorbeeld Groningen

Slide 34 - Slide