Leesvaardigheid 2 3 BK 2024 2-2025

Leesvaardigheid 2    BK3 2024 2-2025
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 10 slides, with text slides.

Items in this lesson

Leesvaardigheid 2    BK3 2024 2-2025

Slide 1 - Slide

Waarom?     Lesdoel
Je ontdekt hoeveel je weet over de theorie leesvaardigheid

Je gaat kennis ophalen 

Je kunt je kennis samenvatten op papier (gebruik je leerboek)

Slide 2 - Slide

Wat?     Lesinhoud
1. Blooket leesvaardigheid
https://dashboard.blooket.com/favorites

instrueren = uitleggen
precies lezen = grondig lezen 

2. Invullen begin samenvatting (gebruik je leerboek Op Niveau

Slide 3 - Slide

Leerdoel:

Je kunt bij de tekstsoorten, de tekstdoelen en tekstvormen aangeven;


Slide 4 - Slide

Opdracht 1: eigen samenvatting
Vul een tabel in met tekstdoelen en bijbehorende tekstvormen (gebruik eigen samenvatting Classroom)

Slide 5 - Slide

Opdracht 2:  voorbeelden van tekstvormen
Opdracht: Zoek verschillende voorbeelden van tekstvormen bij alle tekstdoelen. En “plak”deze op 1 A4-tje in jouw schrift in Classroom. Lever in ! 

 Opdracht: noteer ook voor welk publiek jouw gevonden tekstvorm is.

Slide 6 - Slide

Antwoorden opdracht 1 :

Tekstdoelen :

 informeren, 
amuseren, 
overhalen, 
overtuigen, 
uitleggen. 


Slide 7 - Slide

antwoorden opdracht voorbeelden
Doelen                 TEKSTVORMEN
Informeren →   Nieuwsbericht, schoolboektekst     publiek=
Uitleggen →     Gebruiksaanwijzing, recept                 publiek=
Overtuigen →  Recensie                                                       publiek=
Amuseren →    mop, gedicht, lied                                    publiek=
Overhalen →    Advertentie, flyer, reclame                    publiek=

Slide 8 - Slide

2 betekenis begrippen 
Titel – De naam of het onderwerp van een tekst, vaak bovenaan weergegeven.

Alinea – Een stukje tekst dat een afgerond geheel vormt binnen een groter verhaal. Een alinea begint meestal op een nieuwe regel.

Tussenkopje – Een kleine titel boven een alinea of groep alinea's, die aangeeft waar het stuk tekst over gaat.

Kernzin – De belangrijkste zin in een alinea, meestal de eerste of laatste zin  (soms de tweede), 

Deelonderwerp – Een specifieke stukje /deel van het hele onderwerp , vaak behandeld in een of meerdere alinea’s.

Samenvatting – Een korte weergave van de belangrijkste informatie uit een tekst. Alle kernzinnen achter elkaar vormen de samenvatting. 

Slide 9 - Slide

1. Opsomming (een reeks van dingen)
Signaalwoorden: ten eerste, ten tweede, om te beginnen, bovendien, ook, daarnaast, verder, tenslotte.

2. Tegenstelling (iets tegenover elkaar zetten)
Signaalwoorden: maar, echter, daarentegen, toch, hoewel, integendeel, enerzijds … anderzijds.

3. Reden (waarom iets gebeurt)
Signaalwoorden: omdat, want, immers, namelijk, aangezien.

4. Voorbeeld (een verduidelijking)
Signaalwoorden: bijvoorbeeld, zoals, ter illustratie, zo.

5. Oorzaak-gevolg (een gebeurtenis leidt tot iets anders)
Signaalwoorden: daardoor, waardoor, als gevolg van, zodat, dat komt door, hierdoor.

6. Middel-doel (hoe je iets bereikt)
Signaalwoorden: om te, door middel van, met behulp van, daarmee.

7. Voorwaarde (iets moet eerst gebeuren)
Signaalwoorden: als, indien, mits, tenzij, op voorwaarde dat.

8. Conclusie (een samenvatting of eindgedachte)
Signaalwoorden: dus, concluderend, kortom, daarom, samenvattend.

Slide 10 - Slide