Luisteren icm week vh geld

Feiten, meningen en argumenten
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Feiten, meningen en argumenten

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
  • Je weet wat een feit is.
  • Je weet wat een mening/standpunt is.
  • Je weet wat een argument is.
Eerst even terugblikken op de vorige keer.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

In de titel van een (gesproken) tekst vind je meestal
A
de hoofdgedachte
B
de mening van de maker
C
het onderwerp
D
een argument over het onderwerp

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Waar in de (gesproken) tekst vind je de hoofdgedachte meestal?
A
in het slot
B
in het middenstuk
C
in de inleiding

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Een feit is geen mening omdat het ...
A
argumenten heeft.
B
controleerbaar is.
C
een standpunt is.
D
een stelling is.

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de functie van een bijzaak in een (gesproken) tekst?
A
maken de tekst duidelijker
B
om op te nemen in de samenvatting
C
tekst voor de koppen / onderdelen

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions


Staat hier een feit, mening, of argument?
Als je te laat bent, dan moet je je melden.  
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions


Staat hier een feit, mening,  of argument?
....., omdat hij goede standpunten heeft.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions


Staat hier een feit, mening,  of argument?
Ik vind 'The Cell' een spannende film.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Tips bij kijk-luisterfragmenten op je examen NED
  • Luister gericht door eerst de vragen te lezen en daarna het fragment te beluisteren.
  • Pauzeer het fragment om een vraag te beantwoorden 
  • Let op signaalwoorden: deze geven een verband aan
  • Let goed op het beeld: dit kan extra informatie bevatten of iets duidelijker maken.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Hoe maak jij je gelddromen waar?
Hoe zou jij dit aanpakken?
Les 2
Je hebt schulden bij je beste vriend en op je spaarrekening staat niets. Je telefoon gaat stuk en je wilt vandaag nog een nieuwe kopen.
    • Wat zou jij doen?
    First things first
    Wist je dat ...
    Wist je dat 49% van de studenten weleens geld uitleent aan vrienden of vriendinnen. Het terugbetalen gaat lang niet altijd goed: 39% van de studenten betaalt op tijd terug, de rest komt soms iets te laat! Ook geeft 34% van de studenten aan het soms of altijd lastig te vinden om geld terug te vragen.
    1. Ik heb toch al schulden, een paar honderd euro meer of minder maakt nu ook niet meer uit.
    2. Ik heb geen geld, dus ik koop geen nieuwe telefoon. 

    Slide 16 - Slide

    5 minuten

    Bespreek de situatie, wat zouden de studenten doen en waarom? Welke afweging hebben ze gemaakt? Stel vragen als:
    • Wie zou er nog een lening aangaan? Bij wie en wat zijn de risico’s hiervan?
    • Welke oorzaken kun je bedenken voor het ontstaan van schulden bij jongeren? (Denk aan AfterPay, het afsluiten van abonnementen, crypto, beleggen, druk voelen om mee te gaan in de nieuwste trends, het aangaan van een lening (bij vrienden), het moeten betalen van een verzekering voor je scooter, reiskosten en gokken.)
    • Waar let je op bij het kopen van een nieuwe telefoon? Moet het van een bepaald merk zijn? Is een tweedehands of refurbished telefoon ook goed? Welke afweging maak jij?
    • Hoe heeft jouw keuze invloed op je gelddroom?
    Wist je dat 49% van de studenten weleens geld uitleent aan vrienden of vriendinnen? Het terugbetalen gaat lang niet altijd goed: 39% van de studenten betaalt op tijd terug, de rest komt soms iets te laat! Ook geeft 34% van de studenten aan het soms of altijd lastig te vinden om geld terug te vragen. Hoe is dat voor de studenten in jouw klas? Bron.

    Hoe maak jij je gelddromen waar?
    Hoe zou jij dit aanpakken?
    Les 2
    Je ouders vinden het belangrijk dat je je bewust bent van de vaste lasten die zij elke maand hebben. Ze vinden dat je erg lang doucht. Een douchebeurt kost gemiddeld € 0,51. Ze besluiten dat jij dit bedrag per douchebeurt naar hen moet overmaken.
    • Wat zou jij doen?
    First things first
    1. Dit ga ik dus echt niet doen! Ik ga in gesprek.
    2. Ik begrijp de keuze van mijn ouders. Ik ga het geld naar ze overmaken.

    Slide 17 - Slide

    5 minuten

    Bespreek de situatie, wat zouden de studenten doen en waarom? Welke afweging hebben ze gemaakt? Stel vragen als:
    • Welke vaste lasten hebben je ouders, of jijzelf? Denk aan kosten voor water, huur of hypotheek en elektriciteit.
    • Welke vaste lasten hebben de studenten per maand? Is er een manier om deze te verlagen? Denk aan het afsluiten van een goedkoper abonnement of abonnementen die je niet gebruikt opzeggen, het laten checken of je niet te veel huur betaalt, of buiten sporten in plaats van naar de sportschool gaan.
    • Wie kan zich vinden in de keuze van de ouders om een bijdrage per douchebeurt te vragen? Zou je per douchebeurt betalen of liever een groter bedrag vooruitbetalen? Waarom?
    • Wie moet er thuis kostgeld betalen? Wat vind je daarvan?
    • Hoe heeft deze keuze invloed op je gelddroom?
    Hoe maak jij je gelddromen waar?
    Hoe zou jij dit aanpakken?
    Les 2
    Je hebt een lange dag gehad en snakt naar een blikje frisdrank. Je hebt jezelf beloofd geen onnodige uitgaven te doen, omdat je wilt sparen voor je gelddroom, maar een blikje fris is wel heel lekker nu.
    • Wat zou jij doen?
    First things first
    Wist je dat ...
    Wist je dat 30% van de jongeren het lastig vindt om zich te wapenen tegen impulsaankopen en dat online aankopen sneller worden gedaan dan in een fysieke winkel. Van impulsaankopen heb je vaker spijt dan van geld dat je aan een gelddroom hebt uitgegeven. 83% van de jongeren heeft weleens spijt van iets dat ze gekocht hebben
    1. Ik houd me aan mijn afspraak. Ik doe het niet.
    2. Ik vind dat ik het echt verdiend heb en één blikje kan toch geen kwaad? Ik koopt het én dan kan er ook nog wel een snack bij.

    Slide 18 - Slide

    5 minuten

    Bespreek de situatie, wat zouden de studenten doen en waarom? Welke afweging hebben ze gemaakt? Stel vragen als:
    • Heb jij bepaalde gewoontes waar je elke maand geld aan uitgeeft?
    • Heb je weleens iets gekocht waar je later spijt van had? Iets dat je niet nodig had of nooit hebt gebruikt? Hoe zou je kunnen voorkomen dat je zulke aankopen doet?
    • Hoe heeft deze keuze invloed op je gelddroom?
    Achtergrondinformatie
    Vraag of iemand weet wat de ‘latte-factor’ is. Vertel: latte is een soort koffie met melk die overal ‘to go’ verkocht wordt. Met de ‘latte-factor’ wordt bedoeld dat als je geld wilt besparen, je naar al je kleine, soms onnodige, uitgaven moet kijken. Als je het geld waar je dagelijks een latte to go voor koopt op je spaarrekening zet, dan kan dit op lange termijn een groot bedrag worden. Niet alleen omdat je het geld spaart, maar ook doordat je rente op rente krijgt. Wat valt bij de studenten onder hun ‘latte-factor’? Hoeveel zou je per jaar kunnen besparen als je je meer bewust bent van deze uitgaven? Is dat meer of minder dan je verwacht had?

    Wist je dat 30% van de jongeren het lastig vindt om zich te wapenen tegen impulsaankopen en dat online aankopen sneller worden gedaan dan in een fysieke winkel. Geldt dat ook voor de leerlingen in jouw klas? 
    Van impulsaankopen heb je vaker spijt dan van geld dat je aan een gelddroom hebt uitgegeven. 83% van de jongeren heeft weleens spijt van iets dat ze gekocht hebben. Ligt dit percentage in jouw klas hoger, lager of komt het overeen? Bron.

    Wat is het gevolg?
    Les 2
    -
    +
    Kleine spontane uitgaven zoals naar de film of een drankje in de stad kunnen best.
    Een lening aangaan bij een vriend. Why not?! Ik betaal hem later terug.
    Als iets in de aanbieding is, mag ik het best kopen. Het is dan tenslotte goedkoper.
    4. Gewoontes zijn lastig af te leren, maar je gaat je best doen! 
    Ik kijk kritisch naar mijn vaste lasten, misschien valt hier winst te behalen.
    First things first

    Slide 19 - Drag question

    5 minuten

    De situaties van net staan weergegeven op het bord. De studenten slepen de kaartjes naar een plek op de lijn. Waar past het kaartje het best volgens hen? De lijn loopt van ‘negatieve invloed op het bereiken van je gelddroom’ tot ‘positieve invloed op het bereiken van je gelddroom’.

    Geef de studenten als tip dat ze de stelling die de meest negatieve invloed heeft op hun gelddroom als eerste op de lijn plaatsen. Anders kunnen er mogelijk wat problemen binnen het programma ontstaan.

    Bekijk samen de lijnen die de studenten hebben neergelegd. Komt de volgorde van de kaartjes overeen of zijn er grote verschillen? Stel vragen als:
    • Oranje. Ga in op de frequentie van bepaalde uitgaven. Stel, je gaat elke week naar de film, zou je het kaartje dan op een andere plek zetten?
    • Geel. Aan hoeveel geld denk je bij een lening? Is er een verschil tussen een lening van € 100 of € 50?
    • Blauw. Kennen de studenten onlogische redeneringen die soms bij geld uitgeven horen? Zoals: ‘Ik bestel meer, want dan hoef ik geen verzendkosten te betalen’ of ‘Ik heb € 10 korting in de supermarkt, dus van die tien euro kan ik nu iets anders kopen. Dat is dan gratis’. Wie herkent deze creatieve, maar onlogische berekeningen?
    • Roze. Welke afweging maak je in je hoofd als je iets wel of niet koopt? Bij wie gaan uitgaven soms spontaan, zonder er echt over na te denken?
    • Paars. Kijk terug in je rekeningoverzicht, waar geef je elke maand een vast bedrag aan uit? Is dat echt nodig?

    Hoe maak jij je gelddromen waar?
    Les 3
    Een goede voorbereiding ...
    Dream big!
    • stemgebruik
    • houding
    • sta stevig
    • kijk het publiek aan
    • overtuig!
    • Wat is je gelddroom?
    • Waarom wil je dit bereiken?
    • Hoe ga je het bereiken?
    • Wat zijn mogelijke obstakels en hoe ga je daarmee om?
    • Wat heb je nodig van anderen?

    ... is het halve werk!

    Slide 20 - Slide

    4 minuten

    Presenteren als een pro
    In de vorige lessen hebben de studenten hun gelddroom verwoord. Ook hebben ze een spaarplan en een begroting gemaakt om deze droom te realiseren. Hoe overtuigd zijn de studenten van hun plannen? Ze proberen elkaar straks met argumenten te overtuigen dat zij hun gelddroom kunnen waarmaken. Laat de studenten hun presentatie voorbereiden met behulp van de bijlage Presenteren als een pro.

    Een goede voorbereiding...
    De studenten krijgen straks drie minuten de tijd om hun presentatie voor te bereiden. Ze denken na over de vragen die op het bord zijn weergegeven.

    Gebruik deze tips om straks de discussies te sturen:
    • Stel de gespreksregels samen met de leerlingen op. 
    • Geef de leerlingen de tijd om hun presentatie voor te bereiden.
    • Bewaak de tijd (samen met de observatoren).
    • Loop rond en stel vragen.
    • Geef complimenten en vertel de klas welke goede dingen je gehoord hebt.

    Hoe maak jij je gelddromen waar?
    Jij hebt makkelijk praten!
    Les 3
    1. Maak groepjes van vier
    2. Kies een presentator (deze student presenteert zijn gelddroom)
    3. Kies een observator (deze student observeert en geeft later feedback)
    4. De overige twee kiezen een praatkaartje en leven zich in de rol in
    Ben jij overtuigd?

    Slide 21 - Slide

    2 minuten

    Hoe gaan we te werk?
    Leg uit wat de bedoeling is. Een student presenteert zijn gelddroom aan het groepje. Hij probeert het groepje ervan te overtuigen, maar ook te inspireren. De student legt uit wat zijn gelddroom is, waarom hij deze droom wil waarmaken en hij vertelt hoe hij zijn gelddroom gaat verwezenlijken. Twee groepsleden kiezen een praatkaartje en hebben de taak om vragen te stellen. (Gebruik de bijlage Praatkaartjes) De observator houdt de tijd bij, grijpt in als het nodig is en geeft feedback.

    Bij drie studenten: laat de observator weg.
    Bij vijf studenten: drie studenten stellen kritische vragen.

    Bespreek voorafgaand het belang van feedback. Dit is niet hetzelfde als het leveren van kritiek, maar een middel om elkaar sterker te maken. Geef feedback op verbeterpunten, vertel hoe je het zelf zou doen en vergeet niet om ook complimenten te geven.

    Praat ook met de studenten over een krachtige presentatie. Leg uit dat overtuigen niet alleen over de inhoud gaat, maar ook over hoe je iets overbrengt: hoe gebruik je je stem, wat doe je met je armen, sta je stevig op de grond, kijk je het publiek aan en hoe reageer je op een vraag waar je het antwoord eigenlijk niet op weet?

    Hoe maak jij je gelddromen waar?
    Jij hebt makkelijk praten!
    Les 3

    1. Kies een presentator (deze student presenteert zijn gelddroom)
    2. Kies een observator (deze student observeert en geeft later feedback)
    3. De overige twee kiezen een praatkaartje en leven zich in de rol in
    Ben jij overtuigd?

    Slide 22 - Slide

    2 minuten

    Hoe gaan we te werk?
    Leg uit wat de bedoeling is. Een student presenteert zijn gelddroom aan het groepje. Hij probeert het groepje ervan te overtuigen, maar ook te inspireren. De student legt uit wat zijn gelddroom is, waarom hij deze droom wil waarmaken en hij vertelt hoe hij zijn gelddroom gaat verwezenlijken. Twee groepsleden kiezen een praatkaartje en hebben de taak om vragen te stellen. (Gebruik de bijlage Praatkaartjes) De observator houdt de tijd bij, grijpt in als het nodig is en geeft feedback.

    Bij drie studenten: laat de observator weg.
    Bij vijf studenten: drie studenten stellen kritische vragen.

    Bespreek voorafgaand het belang van feedback. Dit is niet hetzelfde als het leveren van kritiek, maar een middel om elkaar sterker te maken. Geef feedback op verbeterpunten, vertel hoe je het zelf zou doen en vergeet niet om ook complimenten te geven.

    Praat ook met de studenten over een krachtige presentatie. Leg uit dat overtuigen niet alleen over de inhoud gaat, maar ook over hoe je iets overbrengt: hoe gebruik je je stem, wat doe je met je armen, sta je stevig op de grond, kijk je het publiek aan en hoe reageer je op een vraag waar je het antwoord eigenlijk niet op weet?

    Hoe maak jij je gelddromen waar?
    Wat zeg jij nou?
    Les 3
    Ben jij overtuigd?
    trainer
    ouder
    docent
    ome DUO
    baas
    relatie/partner
    vriend(in)
    financieel adviseur

    Slide 23 - Slide

    20 minuten

    Ieder groepje kiest een presentator. Geef de presentator één minuut de tijd om zijn presentatie voor te bereiden. Terwijl de presentator zich voorbereidt, kiezen de twee andere studenten een praatkaartje (weergegeven op het bord). Ieder kaartje mag maar één keer gekozen worden. De studenten leven zich in hun rol in (vriend, trainer, decaan). Ze bedenken ook extra vragen die ze kunnen stellen.
     
    De presentator geeft een presentatie die 1 tot 1,5 minuut duurt. De observator houdt de tijd bij.

    Als de presentator klaar is, krijgen de twee studenten twee minuten de tijd om kritische vragen te stellen die de presentator moet beantwoorden.

    Na twee minuten geeft de observator feedback. Is hij overtuigd van het spaarplan? Waar moet nog beter over nagedacht worden?

    Als iedereen geweest is, kiest het groepje de student die het meest overtuigend was.

    Spellingquiz & ontbreekwoorden

    Slide 24 - Slide

    This item has no instructions

    Zelfstandig werken
    • Ga naar Studiemeter
    • Maak van Starttaal Compact 2F
      de examenopdrachten
    die voor je zijn klaargezet

    Slide 25 - Slide

    This item has no instructions