Transplantaties en Bloedtransfusies

Transplantaties en Bloedtransfusies
         Transplantatie en Bloedtransfusies 
                                Basisstof 7 4TL






1 / 14
next
Slide 1: Slide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 25 min

Items in this lesson

Transplantaties en Bloedtransfusies
         Transplantatie en Bloedtransfusies 
                                Basisstof 7 4TL






Slide 1 - Slide

Lesdoelen 
  • Je kunt uitleggen wat Transplantaties en Bloedtransfusie zijn. 

  •  Bloedgroepen  herkennen en benoemen.

  • Je begrijpt de rol van de resusfactor bij zwangerschap.






Slide 2 - Slide

Wat is een Transplantatie ?
Een beschadigd orgaan of weefsel wordt vervangen door donororgaan . 

Het afweersysteem kan dit als "vreemd" zien en aanvallen.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Auto-immuunziekten 


Soms valt het afweersysteem lichaamseigen cellen aan. 
Bv: Reuma 

Slide 5 - Slide

Bloedgroepen 
Vier bloedgroepen : A, B, AB en O 
Dit wordt bepaald door antigenen op rode bloedcellen.    

Slide 6 - Slide

Bloedtransfusies 
  • Bij een bloedtransfusie krijgt iemand bloed van een donor. 
  • De bloedgroep moet matchen om afstoting te voorkomen. 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Resusfactor(RH-factor)
  • Een extra bloedfactor die iemand heeft. Rh+ Rh-
  • 85% van de mensen hebben Rh +
  • Speel een rol bij zwangerschap 

Slide 9 - Slide

Begeleide oefening 
  1. Wat gebeurt er bij een transplantatie?
  2. Waarom kan een bloedtransfusie gevaarlijk zijn?
  3. Welke bloedgroep wordt beschouwd als universele donor?

Slide 10 - Slide

Welke bloedgroep heeft geen antigenen?
A
A
B
B
C
AB
D
O

Slide 11 - Quiz

Wat is een mogelijke complicatie bij transplantatie
A
Infectie
B
Afstoting
C
Nierproblemen
D
Levererosie

Slide 12 - Quiz

Wat doet het lichaam bij auto-immuunziekte ?
A
Produceert extra bloed
B
Valt bacteriën aan
C
Valt lichaam eigen cellen aan
D
Je krijgt verlamming

Slide 13 - Quiz

Wat gebeurt als er een Rh-moeder een Rh+ baby krijgt ?
A
Kind heeft downsyndroom
B
Kind krijgt bloedvergiftiging
C
Moeder kan antilichamen maken
D
Moeder kan beschadiging aan haar baarmoeder brengen.

Slide 14 - Quiz