N.I.A. Hst 3

1 / 45
next
Slide 1: Slide
NT2PraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Vandaag
  • Introductie
  • Tekst en vocabulaire
  • Indirecte rede met 'dat'
  • Mening vragen/geven
  • Discussie
  • Samen eindigen

Slide 2 - Slide

Typisch Nederlands

Slide 3 - Mind map

antwoorden quiz
1a-2b-3a-4c-5b-6c-7b-8b-9b-10a

Slide 4 - Slide

Op luchthaven Schiphol

Slide 5 - Mind map

Indirecte rede met dat
Per: Nee, ik heb mijn vrienden behoorlijk vaak bezocht.
Per vindt dat hij zijn vrienden behoorlijk vaak bezocht heeft.
Per vindt dat hij zijn vrienden behoorlijk vaak heeft bezocht.

Per: Ik ben gek op honden.
Per zegt dat hij gek op honden is.

Per: Ik kom graag in Nederland.
Per zegt dat hij graag in Nederland komt.

 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Even oefenen
  • Nabil zegt: "Morgen wordt het lekker weer."

  • Liesbeth: "Ik houd niet van champignons."

  • Abdullah zegt: "Nederland heeft het beste onderwijs van de wereld!"

  • Patricia: "Vers fruit is mijn favoriete eten."

Slide 8 - Slide

Nu jullie
  • Maak opdracht 5: alleen
  • Maak opdracht 6: in tweetallen 

Slide 9 - Slide

Mening vragen/geven

vinden, denken en geloven (dat)

Mening vragen
vragen wat iemand vindt

Mening geven
zeggen wat jij vindt

Slide 10 - Slide

Mening vragen/geven
1. Werkblad
2. In tweetallen: Wordwall





 

Slide 11 - Slide

Discussie
  • Wat is een discussie?
  • Groepjes van vier
  • Verzin een stelling (zie onderwerpen opdracht 7)


Slide 12 - Slide

Stelling
Voorbeelden:
- Alle mensen in Nederland moeten een gezonde leefstijl hebben.
- Alle gokspellen moeten verboden worden.
- Onderwijs moet voor iedereen gratis zijn.

Slide 13 - Slide

Wat is het belangrijkste dat ik deze les heb geleerd?

Slide 14 - Open question

Doelen
  • Ik weet wat een scheidbaar werkwoord is
  • Ik kan een scheidbaar werkwoord vervoegen
  • Ik heb geoefend met spreken
  • Ik begrijp het huiswerk

Slide 15 - Slide

Kleur - Snelle

Slide 16 - Slide

Bij welke drie Nederlandse steden horen de namen?

Slide 17 - Slide

de Amstel, het Museumplein, Vondel, Sarphati

Slide 18 - Open question

het Neude, bij de Dom en aan de grachten

Slide 19 - Open question

de Witte de With, Erasmusbrug, het Park en Ahoy

Slide 20 - Open question

Waar gaat het liedje over?

Slide 21 - Open question

In tweetallen
  • Maak opdracht 14
  • Maak opdracht 15 

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Scheidbare werkwoorden

Slide 24 - Slide

Voorbeelden
1. Hoe laat staan jullie op?
- Normaal staan we om 7.30 op.

2. Kwamen jullie elkaar vaak tegen?
- Ja, we kwamen elkaar vaak in de bibliotheek tegen.

3. Wanneer zijn jullie hier aangekomen?
We zijn hier gisteren aangekomen.

Slide 25 - Slide

Presens: welke zin is goed?
A
Ik opzoek het telefoonnummer
B
Ik heb het telefoonnummer gezocht
C
Ik zoek het telefoonnummer
D
Ik zoek het telefoonnummer op

Slide 26 - Quiz

Imperfectum: welke zin is goed?
A
Ik zocht het telefoonnummer
B
Ik heb het telefoonnummer gezocht
C
Ik zocht het telefoonnummer op
D
Ik zoek het telefoonnummer

Slide 27 - Quiz

Perfectum: welke zin is goed?
A
Ik heb het telefoonnummer gezocht
B
Ik heb het telefoonnummer opgezocht
C
Ik opzocht het telefoonnummer
D
Ik heb het telefoonnummer opgezoekt

Slide 28 - Quiz

Scheidbaar werkwoord in een bijzin
- Mirjam staat om 07:00 op.
Ik denk dat...

- Ik heb een paraplu meegenomen
Het regent. Ik ben blij, omdat...

- Kasper wil niet samenwerken.
Ik zie dat... 



Slide 29 - Slide

in een bijzin: welke zin is goed?
Ik denk dat ik ...
A
het telefoonnummer opzocht
B
het telefoonnummer opzoek
C
zoek het telefoonnummer op
D
opzoek het telefoonnummer

Slide 30 - Quiz

Scheidbaar werkwoord
Met om te + infinitief
Het is verboden om antwoorden op te zoeken.
Vergeet niet om je slippers naar het strand mee te nemen.

Met een modaal werkwoord
Je mag nieuwe schoenen uitkiezen.
Blijf doorgaan, je mag nu niet opgeven.



Slide 31 - Slide

om te + infinitief: welke zin is goed?
Het is makkelijk om ...
A
het telefoonnummer te zoeken
B
te zoeken het telefoonnummer
C
het telefoonnummer op te zoeken
D
het telefoonnummer opzoeken

Slide 32 - Quiz

modaal werkwoord: welke zin is goed?
A
Ik mag het telefoonnummer opzoeken
B
Ik mag het telefoonnummer
C
Ik zoek het telefoonnummer op
D
Ik heb het telefoonnummer opgezocht

Slide 33 - Quiz

met 'hoeven' + niet/geen + te: welke zin is goed?
A
Ik hoef het telefoonnummer niet op te zoeken
B
Ik hoef het telefoonnummer niet te opzoeken
C
Ik hoef het telefoonnummer opzoeken
D
Ik hoef het telefoonnummer niet

Slide 34 - Quiz

Vervoegen

Slide 35 - Slide

Oefenen
  • Opdracht 17 
  • Werkblad


Slide 36 - Slide

Slide 37 - Link

Oefenen
  • Opdracht 18 
  • Extra werkwoorden (gebruik perfectum)


Slide 38 - Slide

Snappen we het?
Kahoot! (in tweetallen)

Slide 39 - Slide

Huiswerk
Opdracht 11:
  • Maak een korte presentatie over een feest in jouw land.
  • De presentatie moet minimaal 1 minuut en mag maximaal 5 minuten duren.
  • Gebruik de vragen uit het schema van opdracht 10.
  • Je mag gebruikmaken van PowerPoint om foto's te laten zien.

Slide 40 - Slide

Doelen
  • Ik weet wat een scheidbaar werkwoord is
  • Ik kan een scheidbaar werkwoord vervoegen
  • Ik heb geoefend met spreken
  • Ik begrijp het huiswerk

Slide 41 - Slide

Ik weet wat een scheidbaar werkwoord is
😒🙁😐🙂😃

Slide 42 - Poll

Ik kan een scheidbaar werkwoord vervoegen
😒🙁😐🙂😃

Slide 43 - Poll

Ik heb geoefend met spreken
😒🙁😐🙂😃

Slide 44 - Poll

Ik begrijp het huiswerk
😒🙁😐🙂😃

Slide 45 - Poll