a/ä en e/i-Wechsel

Checkin Laut-Wechsel
1 / 22
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Checkin Laut-Wechsel

Slide 1 - Slide

Bij welke persoonlijk voornaamwoorden krijg je Laut-Wechsel
A
ich & du & er, sie, es
B
ich & du
C
du & er, sie, es
D
er, sie, es & ihr

Slide 2 - Quiz

schlafen
De a verandert bij du & er,sie, es in de letter ......

Slide 3 - Open question

sprechen
De letter e verandert in de letter ...

Slide 4 - Open question

a/ä-Wechsel & e/i ie-Wechsel

Slide 5 - Slide

ich
du
er/ sie/ es
wir
ihr
Sie/ sie
mach
mach
mach
mach
mach
mach
Hoe zat het ook alweer?
timer
0:30
e
st
t
en
en
t

Slide 6 - Drag question

Bij welke werkwoorden pas je de E/I-Wechsel regel toe?
A
Zwakke werkwoorden
B
Sterke werkwoorden
C
Onregelmatige werkwoorden

Slide 7 - Quiz

Wat is het verschil tussen een zwak en sterk werkwoord?
A
Sterke ww. veranderen van klank, zwak ww.niet
B
Sterke ww. veranderen niet van klank, zwak ww. wel

Slide 8 - Quiz

Sterk werkwoord
Zwak werkwoord
arbeiten
tragen
verdienen
schlafen
spielen
gefallen

Slide 9 - Drag question

Wat is een sterk werkwoord?
A
schmecken
B
sehen
C
reden

Slide 10 - Quiz

fahren Wann … du nach Hause?
A
fahre
B
fährst
C
fahrt
D
fahren

Slide 11 - Quiz

fallen Das Kind … vom Fahrrad und weint sehr.
A
falle
B
fällt
C
fallt
D
fallen

Slide 12 - Quiz

halten Peter … den kleinen Hund gut fest.
A
halte
B
hält
C
haltet
D
halten

Slide 13 - Quiz

e/i Wechsel en a/ä Wechsel vindt plaats:
A
bij sterke èn zwakke werkwoorden
B
bij sterke werkwoorden met een e of a in de stam
C
in de tegenwoordige tijd en in de voltooide tijd
D
in de tegenwoordige tijd

Slide 14 - Quiz

Bij welke persoonlijke voornaamwoorden vindt e/i-Wechsel en a/ä-Wechsel plaats?
A
ich + du
B
er/sie/es + ihr
C
du + er/sie/es
D
ihr + du

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Video

Waar moet een werkwoord aan voldoen, zodat je de E/I-Wechsel regel kunt toepassen?(Meerdere antwoorden)
A
Sterk werkwoord
B
Zwak werkwoord
C
a in de stam
D
e in de stam

Slide 17 - Quiz

Wat verandert er door de E/I-Wechsel regel aan een werkwoord?
A
Klank in de stam
B
Uitgangen na de stam
C
Umlaut in de stam verdwijnt

Slide 18 - Quiz

Waar verandert de klank in de stam in bij de E/I-Wechsel? (Meerdere antwoorden)
A
i
B
ie
C
a
D
ä

Slide 19 - Quiz

Wanneer verandert de e in de stam in een -i?
A
bij een lange klank
B
bij een korte klank

Slide 20 - Quiz

Wanneer verandert de e in de stam in een -ie?
A
bij een lange klank
B
bij een korte klank

Slide 21 - Quiz

Bij welke persoonlijke vnw. verandert de e in de stam naar i of ie ?
A
ich, du, er/sie/es
B
du, er/sie/es
C
du, er/sie/es, ihr
D
er/sie/es

Slide 22 - Quiz