Ec. bekeken 3TL: 5.3 Ministers en hun budgetten

Ministers en hun budgetten
1 / 25
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Ministers en hun budgetten

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Je kunt antwoord geven op de volgende vraag:
  • Je kunt uitleggen waaraan de overheid geld uitgeeft.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Wat staat er in de rijksbegroting?

Slide 4 - Open question

Rijksbegroting
Overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven van het Rijk van het volgende jaar
Miljoenennota
De toelichting op de Rijksbegroting.

Slide 5 - Slide

Rijksbegroting
Verwachte inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid in het volgende kalenderjaar.

Slide 6 - Slide

miljoenennota
Samenvatting van de rijksbegroting.

Slide 7 - Slide

begrotingstekort
Het tekort dat ontstaat als de overheid meer geld uitgeeft dan zij ontvangt.

Slide 8 - Slide

Staatsschuld
  • Staatsschuld
  • Nederland 2020: 
  •      Schuld: €491mld
  •      Bbp: €778mld 

Slide 9 - Slide

Staatsschuld
Geld dat de rijksoverheid heeft geleend.

Slide 10 - Slide

Staatsschuld
  • een begrotingstekort - toename staatsschuld
  • een begrotingsoverschot- afname staatsschuld



Slide 11 - Slide

subsidie
Een bijdrage van de overheid aan iets dat zij belangrijk vindt

Slide 12 - Slide

heffing
Een bedrag dat de overheid vraagt als ze wil dat iets minder vaak gebeurt.

Slide 13 - Slide

Heffingen en subsidies
  • Door het inzetten van heffingen of subsidies kan de overheid gedrag aanmoedigen (positief) of bemoeilijken (negatief).
  • Bijvoorbeeld:
  • Files zijn slecht voor het milieu (en vervelend) dus maakt de minister het autorijden duurder met een heffing – autorijden is dan duurder geworden.
  • Sporten voor jongeren is goed, dus kickboxscholen krijgen een subsidie waardoor meer jongeren kunnen sporten.

Slide 14 - Slide

Loonbelasting is een ... belasting.
A
directe
B
indirecte

Slide 15 - Quiz

Belasting die je betaalt wanneer je een product koopt is een voorbeeld van .....
A
directe belasting.
B
indirecte belasting.

Slide 16 - Quiz

Slide 17 - Video

Wat is btw?
A
belasting toenemende waarde
B
belasting toegevoegde waarde
C
belasting toegevoegde winkel
D
belasting tegen waarde

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Video

Slide 20 - Link

Wat heb je geleerd?

Slide 21 - Slide

Wat is de rijksbegroting?

Slide 22 - Open question

Welke gevolgen heeft een begrotingstekort?

Slide 23 - Open question

Welke belastingen betalen wij als burgers aan het Rijk?

Slide 24 - Open question

Aan de slag!
  1. Maak van 5.3 de opdrachten 1 t/m 12
  2. Kijk de opdrachten zelf na

Klaar?
- Maak een samenvatting van de leertekst 
- Maak de test jezelf van H5.3

Slide 25 - Slide