Dierendag

De Grote
wiskunde Quiz
Knohoop
1 / 18
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1,3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

De Grote
wiskunde Quiz
Knohoop

Slide 1 - Slide

of
WAAR
NIET WAAR

Slide 2 - Slide


  1.
Het populairste huisdier in Nederland is een kat.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quiz


Het dierenasiel heeft in totaal 46 katten.
Op dierendag worden er 16 katten gekocht door mensen. Hoeveel % van de katten blijft in het asiel?
2.
A
30 katten
B
30:46x100 = 35%
C
30:46x100= 65%
D
16 katten

Slide 4 - Quiz



 5. Van de honden in het asiel is 3/8  deel een mannetje.
   Er zitten 240 honden in het asiel. Welk deel is vrouw?

A
240:8x5= 150
B
240:8x3 = 90
C
5/8 deel
D
het goede antwoord staat er niet bij

Slide 5 - Quiz

6. 
Mevrouw Knohoop weegt 3,365 kg pinda's af voor de apen in de dierentuin
 Pinda's kosten € 0,89 per kg. Mevrouw betaalt met contant geld.
 Hoeveel moet ze betalen?

Slide 6 - Slide

7.
Dit jaar werd 311 miljoen kg fruit aan dierentuinen gegeven. Hiervan is 14,1% peer.
  Hoeveel kilogram peren is er dit jaar gegeven aan dierentuinen?
 Schrijf je antwoord in cijfers.

Slide 7 - Slide

8. Wat is een populaire manier om Dierendag te vieren?
A
Een populaire manier is door dierenkorting in winkels.
B
Een populaire manier is door het organiseren van concerten voor dieren.

Slide 8 - Quiz

9. Trudie
Trudie loopt de 100 meter in 12,3 seconden.
 Bereken haar snelheid in km/uur. Rond af op één decimaal.

Slide 9 - Slide

10. leraren 
Een leraar verdient 42 duizend euro per jaar.
 Een leraar werkt ongeveer 40 weken per jaar en 46 uur per week.
 Bereken wat een leraar gemiddeld per uur verdient.

Slide 10 - Slide

VIDEO
VRAGEN

Slide 11 - Slide

1

Slide 12 - Video

00:37


   11.  Jean en Karin hebben zes weken zomervakantie. 
   Zij gaan acht dagen naar een park om neushoorns te bekijken.
 Hoeveel procent van hun zomervakantie gaan zij naar het park?


A
acht dagen
B
8 %
C
6:8x100 = 75%
D
8:42x100 = 19 %

Slide 13 - Quiz

12.
Haaien zwemmen erg snel.
 Een haai zwemt 163 kilometer in 55 uur.
 Bereken zijn snelheid in km/uur.
 Rond af op twee decimalen.

Slide 14 - Slide

13.
Een olifant loopt de 100 meter in 9,3 seconden.
 Bereken zijn snelheid in km/uur. Rond af op één decimaal.

Slide 15 - Slide

0

Slide 16 - Video

14.
Hiernaast zie je drie aanbiedingen bij een elektronica winkel.











 Bij welke aanbieding krijg je de meeste korting in euro’s?


Slide 17 - Slide

15.












 Hoeveel procent korting krijg je in totaal als je zowel de notebook én de tablet koopt? Rond af op hele procenten.




Slide 18 - Slide