Streektaal, streekgebonden variant van een taal. Soms is er tussen dialecten vrijwel uitsluitend verschil in de uitspraak (vergelijk Amsterdams en Haags), soms ook in de woordenschat (Haags tegenover Twents).
Dialecten van één taal hebben vrijwel dezelfde structuur en historische achtergrond: daarom is Fries geen dialect van het Nederlands, maar Gronings wel. Vaak ook spelen geografische en politieke omstandigheden een rol. Zo liggen Twents en Platt-Deutsch (tussen Gronau en Berlijn) dichter bij elkaar dan Twents en Maastrichts, maar wordt Twents als een dialect van het Nederlands, en Platt-Deutsch als een dialect van het Duits beschouwd.
Is een dialect niet aan een streek, maar aan een sociale laag gebonden (arbeiderstaal, corpsballentaal, hulpverlenerstaal), dan spreken we van een sociolect. Het typische taaleigen van een persoon noemen we een idiolect.