F. Leestekens

F. Leestekens
1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

F. Leestekens

Slide 1 - Slide

1. Een komma zet je tussen twee persoonsvormen.
2. Een komma zet je achter voegwoorden als want, omdat, zodra, enz.
A
1 en 2 zijn waar
B
1 en 2 zijn niet waar
C
1 is waar, 2 is niet waar
D
1 is niet waar, 2 is waar

Slide 2 - Quiz

Uitbreiding komma
Tussen delen van een opsomming:
Voor deze opdracht heb je een pen, potlood, geodriehoek en rekenmachine nodig.
Het liefst ga ik op vakantie naar Tsjechië, Kroatië of Slovenië.

Let op: zet geen komma voor en en of (dit woord geeft al een scheiding aan).

Slide 3 - Slide

Uitbreiding komma
- Tussen een naam of uitroep en de rest van de zin:
Heb je hulp nodig, Isa?
Boris, kom je even kijken?

- Bij een toevoeging in een langere zin, als die niet zelfstandig kan staan:
De leerlingen, die erg ijverig waren, gingen direct aan het werk.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Juist of onjuist leestekengebruik?

We rijden vandaag door Nederland, België, en Luxemburg.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quiz

Juist of onjuist leestekengebruik:

Roddelen is niet goed want, je kwetst er mensen mee.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quiz

Dubbele punt
Voor een aangekondigde opsomming:
Deze foto heeft nogal wat kleuren: rood, groen, bruin, geel en oranje.

Voorbeeld van een niet-aangekondigde opsomming:
Het orkest speelde werken van Brahms, Brückner en Haydn.

Slide 8 - Slide

Dubbele punt
- Voor de directe rede of een citaat (= letterlijke weergave van iemands woorden):
Net zoals Peter dat wel eens zei: "Da's een verrekt goed idee!"

- Om een verklaring of reden aan te kondigen:
Een lama moet je niet uitdagen: dan spuugt hij misschien.
(De dubbele punt is te vervangen door , want.)

Slide 9 - Slide

Juist of onjuist leestekengebruik?

Ik vind dit een leuk boek, omdat: ik me herken in de hoofdpersoon.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quiz

Aanhalingstekens
Bij de directe rede of een citaat (= letterlijke weergave van iemands woorden):
- De docent zei: 'Lezen is belangrijk.'
- 'Ik weet niet wat jij wil', zei Tina, 'maar ik wil het liefst naar huis.'
- 'Heeft iemand een woordenboek te leen?' vroeg Otis.



Slide 11 - Slide

Aanhalingstekens
Om een woord extra nadruk te geven binnen de zin. 
- Als je het niet letterlijk of niet serieus bedoelt:
Dit soort 'supporters' zijn hier niet welkom.
- Als het om het woord zelf gaat, niet om de betekenis:
Het woord 'onmiddellijk' wordt vaak fout gespeld.
- Titels mogen ook tussen aanhalingstekens in een zin:
'Mystery Guest' is het nieuwste boek van Maren Stoffels.

Slide 12 - Slide

Juist of onjuist leestekengebruik?

"Wat jij van plan bent weet ik niet", zei Max, "maar het belooft niet veel goeds".
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quiz

Juist of onjuist leestekengebruik:

De docent Nederlands zei tegen Myrna "dat ze veel beter haar best moest doen."
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quiz

Juist of onjuist leestekengebruik:

Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quiz

Juist of onjuist leestekengebruik?

Het skelet van de tyrannosaurus rex in Naturalis wordt 'Trix' genoemd.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 16 - Quiz

de franse delicatessenwinkel verkoopt de volgende producten olijfolie stokbrood paté en droge worsten

Slide 17 - Open question

renske zei dat maastricht zo ver weg was had ik niet verwacht

Slide 18 - Open question

Trema bij meervoudsvorming

Woorden die eindigen op -ie of -ee met een meervoud op -(e)n krijgen een trema.

zee - zeeën 
idee - ideeën 

olie - oliën / olies
harmonie - harmonieën (klank) harmonies (muziekvereniging)
industrie - industrieën 
bacterie - bacteriën 
melodie - melodieën 

Slide 19 - Slide

Opdracht 5
Maak goede zinnen door hoofdletters en leestekens te gebruiken.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide








Oefenblad F
Drillster (Taalverzorging B, D, E, F)

Slide 23 - Slide